< Terug naar overzicht

Familieleden van expats: mogen zij werken in België?

Niet zelden staat of valt een geslaagde expat-ervaring met de mogelijkheid dat ook de partner een job vindt in hetzelfde land. Hoe wordt dat geregeld in België?

We hebben het in deze rubriek al vaak gehad over de tewerkstelling van buitenlandse werknemers in België. Vaak zullen buitenlandse werknemers zich laten vergezellen door familieleden, zeker indien hun verblijf in België van langere duur is. De werkgever van zulke buitenlandse werknemers krijgt geregeld de vraag of zijn of haar familieleden hier mogen werken (al dan niet bij een andere werkgever). Het vooruitzicht om geen enkele professionele activiteit te mogen uitoefenen tijdens een soms jarenlang verblijf in een ander land, kan immers een afschrikwekkend effect hebben op sommige familieleden van expats, en kan daardoor de bereidwilligheid van de expat om in te stemmen met de buitenlandse tewerkstelling verminderen.

Het is dan ook van belang om een correct antwoord op deze bezorgdheden te kunnen formuleren: het zal veelal mogelijk zijn om de familieleden gerust te stellen, maar de te vervullen formaliteiten kunnen sterk verschillen, afhankelijk van de precieze omstandigheden van de betrokkenen (en met name van hun nationaliteit).

We illustreren een aantal mogelijke situaties aan de hand van een veel voorkomend voorbeeld: Carol is gehuwd met John, met wie zij al jaren in de Verenigde Staten woont, en wordt gevraagd om gedurende 5 jaar als expat in een Belgische onderneming te komen werken. Carol deelt de HR-manager van haar werkgever echter mee dat zij enkel kan instemmen met de detachering naar België als haar echtgenoot John de mogelijkheid zal hebben om hier zelf ook te werken. Wat kan er?

EER-onderdaan of derdelander?

In de eerste plaats moet de nationaliteit van John nagegaan worden. Indien John de nationaliteit heeft van een EER-lidstaat (*) of Zwitserland, zal hij in ieder geval in België mogen werken, zonder aan bijzondere formaliteiten te moeten voldoen. Bij wijze van voorbeeld: als John en Carol beiden de Ierse nationaliteit hebben, zal John geen arbeidskaart nodig hebben om hier te mogen werken. Die vrijstelling geldt overigens evenzeer indien John Iers is, maar Carol een Amerikaanse zou zijn. Met andere woorden: de vrijstelling voor onderdanen van een EER-lidstaat of Zwitserland is rechtstreeks gekoppeld aan hun eigen nationaliteit en hangt geenszins af van de expat die hun familielid is.

Indien John echter derdelander (bijvoorbeeld een Amerikaan) is, terwijl Carol de nationaliteit heeft van een EER-lidstaat of Zwitserland, zal hij slechts vrijgesteld zijn van een arbeidskaart indien hij over bepaalde verblijfsdocumenten beschikt. In de eerste plaats betreft het de elektronische F-kaart (of F+ kaart) voor gezinsleden van Unieburgers: wanneer John die verblijfsvergunning heeft, zal hij in ieder geval geen arbeidskaart nodig hebben en zal hij dus vrij zijn om in België als werknemer te werken.

Maar ook tijdens de aanvraagprocedure voor die verblijfsvergunning (die 6 maanden kan duren) kan hij al vrijgesteld zijn van een arbeidskaart. Let wel, daartoe is vereist dat John over twee documenten beschikt: de bijlage 19ter die de gemeente van verblijf zal afleveren als ontvangstbewijs van de aanvraag tot een F- kaart enerzijds en het attest van immatriculatie dat de gemeente als tijdelijk verblijfsdocument zal afleveren na een controle van het Belgische adres van John en Carol anderzijds. En zelfs indien de verblijfsaanvraag onverhoopt zou worden afgewezen en John daartegen in beroep gaat bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, zal hij zonder arbeidskaart in België kunnen (blijven) werken mits hij over een bijlage 35 beschikt.

Volledigheidshalve merken we nog op dat een beperkt aantal categorieën van familieleden van Unieburgers slechts vrijgesteld zullen zijn van de arbeidskaart eenmaal zij daadwerkelijk over een F-kaart (of F+ kaart) beschikken, en dat voor hen de bijlage 19ter en het attest van immatriculatie of de bijlage 35 dus niet volstaan.

Arbeidskaart

Als John en Carol beiden derdelander zijn, zal John in principe niet zonder arbeidskaart in België kunnen werken (tenzij een andere vrijstelling van toepassing zou zijn). Het feit dat Carol per hypothese een arbeidskaart en verblijfsvergunning verkregen heeft, zal niet volstaan voor John om zelf zonder arbeidskaart te kunnen werken. Wel zal de potentiële werkgever van John voor hem gemakkelijk een arbeidskaart kunnen verkrijgen, louter op basis van de arbeidskaart van zijn echtgenote. Deze mogelijkheid kan erg belangrijk zijn indien John niet onder de categorie ‘hooggeschoold personeel’ valt (bijvoorbeeld omdat hij niet minstens een bachelordiploma heeft).

De arbeidskaart van John wordt in dat geval wel gekoppeld aan de duur van het verblijf van Carol. Wanneer haar verblijf in België een einde neemt (bijvoorbeeld omdat haar Belgische arbeidskaart niet verlengd wordt), zal ook de arbeidskaart van John dus niet verlengd kunnen worden. Uiteraard zal John hoe dan ook slechts kunnen werken in België voor zover hij over een geldige verblijfsvergunning beschikt.

(*) EER staat voor de Europese Economische Ruimte. Daartoe behoren alle 28 lidstaten van de Europese Unie, aangevuld met Liechtenstein, IJsland en Noorwegen.

Auteur: Martijn Baert (advocaat Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen