< Terug naar overzicht

Europees Hof van Justitie: Belgische Antimisbruikwet een brug te ver

Op 11 juli 2018, amper 5 maanden na het ophefmakende arrest-Altun (zie HR Square, februari 2018), heeft het Europees Hof van Justitie zich opnieuw uitgesproken over het bindende karakter van de A1-verklaring.

Deze keer sprak het Hof zich uit over de veelbesproken maar eigenlijk niet toegepaste artikels 23 & 24 van de Antimisbruikwet uit 2012. Die wet geeft Belgische rechtbanken, de RSZ en de sociale inspectie in wezen de mogelijkheid om een A1-verklaring afgegeven door een andere lidstaat naast zich neer te leggen en de betrokken werknemers te onderwerpen aan de Belgische sociale zekerheid, wanneer zij oordelen dat er sprake is van misbruik. Sinds de inwerkingtreding ervan wordt deze wet verweten strijdig te zijn met het Europees recht, reden waarom de Europese Commissie een procedure tegen België heeft aangespannen voor het Hof van Justitie.

Europees wettelijk kader

Wanneer een werknemer binnen de Europese Economische Ruimte (EER) (*) of Zwitserland wordt gedetacheerd, blijft hij onder bepaalde voorwaarden onderworpen aan de sociale zekerheid van de zendstaat en moet hij niet worden aangesloten aan de sociale zekerheid van de lidstaat van ontvangst. De werkgever moet ten bewijze daarvan vooraf een A1-verklaring aanvragen bij de sociale-zekerheidsautoriteiten van de zendstaat.

In dit kader worden werknemers die beschikken over een A1-verklaring vermoed regelmatig te zijn aangesloten bij de sociale zekerheid van de zendstaat. Deze A1-verklaring is bindend en dringt zich op aan de organen van de lidstaat van ontvangst.

Indien de lidstaat van ontvangst twijfelt aan de juistheid van de A1-verklaring, is zij verplicht om de volgende betwistingsprocedure te volgen:

  • Stap 1: verzoek tot heroverweging richten aan het orgaan van de zendstaat.
  • Stap 2: de zaak voorleggen aan de Administratieve Commissie.
  • Stap 3: een inbreukprocedure opstarten tegen het land van uitgifte voor het Europees Hof van Justitie.

Fraude als correctiemechanisme

In het arrest-Altun heeft het Europees Hof van Justitie onlangs de deur op een (kleine) kier gezet voor ontvangende lidstaten die zich geconfronteerd zien met een frauduleus verkregen A1-verklaring en een zendstaat die niet voldoende meewerkt aan de eventuele intrekking van de verklaring. De nationale rechter van de ontvangende lidstaat kan, onder de volgende voorwaarden, namelijk een door de zendstaat afgegeven A1-verklaring buiten beschouwing laten:

  • De autoriteiten van de lidstaat van ontvangst moeten in dialoog treden met de autoriteiten van de zendstaat via een verzoek tot heroverweging.
  • Dit verzoek steunt op gegevens die werden verkregen in het kader van een gerechtelijk onderzoek en die wijzen op fraude.
  • De autoriteiten van de zendstaat laten na om dit verzoek adequaat te behandelen binnen een redelijke termijn.
  • De nationale rechter stelt fraude vast op basis van de gegevens van het dossier en waarborgt het recht op een eerlijk proces.

Voorafgaandelijk aan dit arrest had de Belgische wetgever reeds in 2012 een eigen ruimer mechanisme gecreëerd om misbruik van A1-verklaringen te bestrijden. Via de Programmawet van 27 december 2012 (‘Antimisbruikwet’) kan een frauduleus verkregen A1-verklaring buiten beschouwing worden gelaten en kan de betrokken werknemer of zelfstandige worden onderwerpen aan de Belgische sociale zekerheid:

  • Niet alleen door de nationale rechter, maar ook door de openbare instellingen van sociale zekerheid en de sociale inspecteurs.
  • Zonder dat een vorm van dialoog met de autoriteiten van de zendstaat noodzakelijk is.

Europese Commissie tegen België

De Europese Commissie heeft omwille van deze Antimisbruikwet in november 2013 een inbreukprocedure opgestart en vervolgens een procedure aanhangig gemaakt bij het Hof van Justitie.

In zijn arrest van 11 juli 2018 stelt het Hof duidelijk zijn grenzen. Een nationale regelgeving die het mogelijk maakt om buiten het kader van een gerechtelijke procedure en zonder naleving van de Europese betwistingsprocedure de bindende kracht van een A1-verklaring te hypothekeren, is niet verzoenbaar met het principe van de loyale samenwerking tussen de lidstaten. Artikel 23 en 24 van de Antimisbruikwet zijn derhalve in strijd met het Europees recht.

De boodschap van het Europees Hof van Justitie is duidelijk: fraude kan vanzelfsprekend niet worden getolereerd, maar dat betekent niet dat lidstaten op eigen houtje het Europees recht naast zich mogen neerleggen. Slechts binnen de grenzen uitgezet in het arrest-Altun kan een A1-verklaring door een Belgische rechtbank eenzijdig buiten beschouwing gelaten worden.

(*) EER staat voor de Europese Economische Ruimte. Daartoe behoren alle 28 lidstaten van de Europese Unie, aangevuld met Liechtenstein, IJsland en Noorwegen.

Europees Hof van Justitie, 11 juli 2018, C-356/15, ECLI:EU:C:2018:555, Europese Commissie t. België.

Auteur: Simon Albers (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen