< Terug naar overzicht

Eis tot vertaling van werkdocumenten kan rechtsmisbruik zijn

In een opmerkelijke zaak diende het arbeidshof van Brussel zich uit te spreken over de vraag of een werknemer een vertaling naar het Nederlands kon eisen van alle werkdocumenten en handleidingen die in het Engels werden opgesteld. Het arbeidshof oordeelde in dit specifieke dossier dat deze eis rechtsmisbruik uitmaakte en belette dan ook de kennelijk onredelijke uitoefening van het recht op vertaling.

De betrokken werknemer was als ‘application test engineer’ in dienst van een vennootschap die deel uitmaakte van een internationale groep. Na een jarenlange tewerkstelling eiste de werknemer plots een vertaling van alle werkdocumenten en handleidingen naar het Nederlands. De werknemer baseerde zijn eis op de Gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken (de Taalwet Bestuurszaken). Deze wet is van toepassing op ondernemingen met een exploitatiezetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De Taalwet Bestuurszaken schrijft voor dat akten en bescheiden, die voorgeschreven zijn bij wetten en reglementen en die bestemd zijn voor het personeel, in het Nederlands of het Frans moeten worden opgesteld. De toepasselijke taal hangt af van de taal die de werknemer spreekt. De Taalwet Bestuurszaken bepaalt dat bij niet-naleving van deze principes door een werkgever, een werknemer eerst een aanmaning kan sturen om de documenten alsnog in de correcte taal op te stellen en nadien zelfs de aanstelling kan vragen van een beëdigd vertaler om hiervoor in te staan.

Schade voor de onderneming

Terwijl de Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel nog oordeelde dat de eis van de werknemer gegrond was, besliste het arbeidshof hier anders over. Het arbeidshof oordeelde dat de vordering van de werknemer aangetast was door rechtsmisbruik, aangezien hij zijn recht op een wijze wenste uit te oefenen die kennelijk de grenzen te buiten ging van de normale uitoefening van dat recht.

Volgens het arbeidshof zou de werknemer hierdoor bovendien schade toebrengen aan zijn werkgever. Het arbeidshof maakt dus een belangenafweging tussen het recht van de werknemer om een vertaling te krijgen en onder meer de onredelijke last die dit zou opleggen aan de werkgever.

Meer dan 1 miljoen euro per jaar

De werknemer hield op geen enkele wijze rekening met de specifieke situatie van zijn functie en van de onderneming. In het bijzonder wijst het arbeidshof op het feit dat er van de werknemer verwacht mocht worden dat hij een behoorlijke kennis van het Engels had, rekening houdend met zijn informaticafunctie. De werknemer had bovendien zelf aangegeven bij zijn sollicitatie dat hij een zeer goede kennis van het Engels had.

Ook het feit dat de vennootschap deel uitmaakte van een internationale groep, werd in rekening genomen. Een deel van het personeel dat bij de vennootschap werkte, begreep immers geen Nederlands of Frans. Het vertalen van elk document in de werksfeer zou daarenboven voor de onderneming een onredelijke bijkomende (financiële) last betekenen (door de onderneming begroot op meer dan 1 miljoen euro per jaar).

Rekening houdend met alle elementen in deze zaak, oordeelde het arbeidshof dat de werknemer zich schuldig maakte aan rechtsmisbruik, en belette het hof bijgevolg de uitoefening van het recht op vertaling. Het arbeidshof sprak zich niet expliciet uit over de vraag of de betrokken handleidingen en werkdocumenten al dan niet onder het toepassingsgebied van de Taalwet Bestuurszaken vielen.

Arbeidshof van Brussel, 5 september 2016, AR 2015/AB/743

Auteur: Dries Faingnaert (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen