< Terug naar overzicht

Eindelijk ‘Single Permit’?

Vandaag moeten twee aparte procedures worden doorlopen om een buitenlandse werknemer die geen onderdaan van de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitser is in België te werk te stellen. Eerst moet een arbeidskaart worden aangevraagd en pas daarna kan de werknemer een verblijfsvergunning verkrijgen (mogelijk andersom indien werk niet de eerste reden voor verblijf is). Maar dat is niet in overeenstemming met de Europese regels.

De ‘Single Permit’-richtlijn verplicht een enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor zowel arbeid als verblijf. In principe moest deze richtlijn tegen uiterlijk 25 december 2013 zijn omgezet, maar door de ingewikkelde bevoegdheidsverdeling tussen de gewesten en de federale staat voor arbeid en verblijf kwam België er niet toe. Nadat de Europese Commissie de inbreukprocedure had opgestart en een dagelijkse dwangsom van 70.828,80 euro vorderde, kwam er licht aan het einde van de tunnel.

Op 2 februari 2018 kwamen de gewesten en de federale staat een samenwerkingsakkoord overeen dat de krachtlijnen van de ‘Single Permit’ bevat voor de economische migranten. Met de wet van 9 mei 2018 (BS 8 juni 2018) werd de situatie geregeld voor de niet-economische migranten. De vooropgestelde datum van 1 november 2018 voor de inwerkingtreding van beide werd niet gehaald. Nu zou wellicht gestreefd worden naar 1 januari 2019, maar dit is niet officieel bevestigd. Een kort overzicht van de nieuwe regels.

Voor wie en hoe aanvragen?

De nieuwe procedure ‘verblijf-werk’ zal voor alle machtigingen tot verblijf met het oog op werk voor meer dan 90 dagen gelden. Buitenlandse werknemers die minder dan 90 dagen in België werken, grensarbeiders en au pairs zijn uitgesloten. Voor hen zal de huidige ‘dubbele’ procedure verder moeten worden gevolgd. Evenmin zal de procedure spelen voor de buitenlandse werknemers die onder de ‘Vander Elst-vrijstelling’ vallen. Het is aan de werkgever om de aanvragen voor bepaalde duur (huidige arbeidskaart B en sommige vrijstellingen die niet verbonden zijn aan een specifieke verblijfsituatie) bij het bevoegde gewest in te dienen. Bij deze aanvraag zal de werkgever zowel de stukken voor de toelating tot arbeid als de machtiging tot verblijf (zoals het uittreksel uit het strafregister) moeten indienen en zal er nadien dus geen aparte verblijfsvergunning meer door de werknemer moeten worden aangevraagd.

De aanvraag moet gericht worden aan het gewest:

  • van de vestigingseenheid van de onderneming waar de werknemer hoofdzakelijk werkt
  • van de maatschappelijke zetel van de onderneming indien de plaats van hoofdzakelijke tewerkstelling niet kan worden bepaald
  • waar de werknemer zal werken indien de onderneming noch een vestigingseenheid, noch een maatschappelijke zetel in België heeft.

Verdere procedure

Het gewest zal eerst een ontvankelijkheidscontrole voeren en kan in het kader daarvan bijkomende informatie opvragen. Binnen de 15 dagen na de ontvankelijkheidsbeslissing maakt het gewest een kopie van het dossier over aan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Beide onderzoeken de aanvraag parallel. Het gewest gaat na of de voorwaarden voor de toelating tot arbeid zijn vervuld (bijvoorbeeld of de loongrens is bereikt). De DVZ voert een veiligheidsonderzoek.

Indien beide onderzoeken positief zijn, zal DVZ de beslissing aan de buitenlandse werknemer betekenen en in voorkomend geval de werkgever op de hoogte brengen. Is de werknemer nog in het buitenland, dan zal DVZ de diplomatieke post op de hoogte brengen zodat deze een visum om naar België te reizen kan afleveren. Is de werknemer al in België, dan wordt de gemeente geïnformeerd en kan deze een voorlopig verblijfsdocument afleveren. De gecombineerde vergunning ‘verblijf-werk’ zelf zal pas na een positieve woonstcontrole worden afgeleverd, maar zodra de werknemer in het bezit is van het voorlopig verblijfsdocument zal hij kunnen beginnen werken.

Uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de gecombineerde vergunning moet de hernieuwing worden aangevraagd. Nieuw is dat voor detacheringen bij de hernieuwing ook het bewijs van de LIMOSA-aangifte zal moeten worden ingediend.

Langere duurtijd

Werkgevers moeten er rekening mee houden dat het wellicht langer zal duren dan vandaag vooraleer een buitenlandse werknemer zal kunnen beginnen werken. Vooreerst zal het samenstellen van het aanvraagdossier meer tijd in beslag nemen nu bij een eerste aanvraag meteen het uittreksel uit het strafdossier moet worden ingediend en dit vergt vaak tijd om te verkrijgen. Voorts voorziet het samenwerkingsakkoord in een termijn van vier maanden voor het bevoegde gewest en de DVZ om een uitspraak te doen terwijl de arbeidskaart nu gemiddeld na vier à zes weken wordt afgeleverd en de werknemer met een wettig verblijf reeds kan beginnen werken.

Overgangsbepalingen

Arbeidskaarten (bijvoorbeeld een arbeidskaart B) afgeleverd voor de inwerkingtreding van de nieuwe regels blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken. Ook de aanvragen die alsnog worden ingediend voor de inwerkingtreding van de nieuwe regels (1 januari 2019?) worden eveneens onderzocht en behandeld volgens de huidige regels.

Vrijstellingen en de huidige arbeidskaart C?

De werknemers die nu vrijgesteld zijn van een arbeidskaart of in aanmerking komen voor een arbeidskaart C omwille van hun specifieke verblijfssituatie zullen mogen blijven werken. Wel zal de arbeidskaart C verdwijnen. Op hun verblijfsvergunning zoals op deze van de buitenlandse werknemers die nu vrijgesteld zijn van een arbeidskaart omwille van hun specifieke verblijfsituatie, zal voortaan een melding komen dat ze mogen werken, al dan niet beperkt of onder voorwaarden. Meer bepaald gaat het om bijvoorbeeld erkende vluchtelingen, asielzoekers na vier maanden, personen die genieten van het subsidiaire beschermingsstatuut, leerlingen en studenten (onder bepaalde voorwaarden), diplomatiek personeel, de buitenlandse werknemers met een permanente verblijfsvergunning (elektronische B-kaart, C-kaart of D-kaart), familieleden van Unieburgers (elektronische F of F+- kaart), gezinsherenigers (voorwaarden) enz.

De werkgever moet voorafgaandelijk aan de tewerkstelling nagaan of deze werknemers een geldige verblijfsvergunning hebben, een kopie van deze verblijfsvergunning gedurende de gehele tewerkstellingsperiode kunnen voorleggen aan de bevoegde inspectiediensten en al naargelang van het geval een voorafgaandelijke DIMONA- of LIMOSA- aangifte doen. Zoals vandaag kan de niet-naleving van deze verplichtingen leiden tot zware strafsancties of administratieve sancties (niveau 4).

Inwerkingtreding

Alles hangt af van de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de laatste goedkeurende akte van de bij het samenwerkingsakkoord betrokken partijen. De gewesten hebben dit reeds gedaan, enkel de publicatie van de federale goedkeuringswet ontbreekt nog. Zodra deze gepubliceerd wordt treedt alles in werking.

Sophie Maes

Advocaat-vennoot Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen