< Terug naar overzicht

Eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden: dan maar naar de kortgedingrechter?

Het staat vast dat er limieten zijn aan het wijzigingsrecht waarover een werkgever beschikt. Bij miskenning van deze limieten kan een werknemer contractbreuk vaststellen in hoofde van de werkgever. De werknemer kan echter ook aan de kortgedingrechter vragen de wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden op te schorten. Dat kan evenwel lang niet altijd. Hoezo?

De voorzitter van de arbeidsrechtbank kan – bij wijze van voorlopige maatregel – uitspraak doen in gevallen die spoedeisend zijn. Belangrijk is dus zowel de spoedeisendheid als de voorlopige aard van de te treffen maatregel.

Niet definitief of onherroepelijk

De voorzitter van de arbeidsrechtbank van Waals-Brabant, afdeling Nijvel, werd gevat door een werknemer die van oordeel was dat zijn functie in belangrijke mate eenzijdig gewijzigd werd. De betrokkene was medisch vertegenwoordiger, aanvankelijk verantwoordelijk voor de promotie van producten aan huisartsen. Sinds 2000 was hij verantwoordelijk voor de promotie van producten aan specialisten. Recent werd de betrokkene echter gevraagd om in te staan voor de promotie van twee specifieke producten aan huisartsen. Voor de werknemer was dit een brug te ver.

Geconfronteerd met de vraag tot schorsing van de wijziging, herhaalde de voorzitter in zijn beschikking voor de goede orde de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn voor een dergelijke kortgedingprocedure. In eerste instantie moet spoedeisendheid aanwezig zijn, zowel om de bevoegdheid van de voorzitter in kortgeding te beoordelen, als met betrekking tot de grond van de zaak.

Daarnaast stipte de voorzitter uitdrukkelijk aan dat een rechter in kortgeding niet op definitieve en onherroepelijke wijze mag vooruitlopen op de beslissing over de rechten van de partijen. De rechter kan enkel voorlopige maatregelen nemen, uitgaande van de ogenschijnlijke rechten van partijen. De uitspraak moet aldus bij voorraad gedaan worden en de beslissing mag geen nadeel toebrengen aan de zaak zelf.

Loutere wijziging van de doelgroep

De voorzitter heeft dan onderzocht of – op het eerste gezicht of ogenschijnlijk – de functie van een medisch vertegenwoordiger belast met de promotie van producten aan specialisten “een belangrijkere functie” zou uitmaken in vergelijking met een medisch vertegenwoordiger die producten promoot aan huisartsen. De voorzitter kwam tot de conclusie dat het in se een loutere wijziging van de doelgroep betreft.

Op het vlak van de ogenschijnlijke rechten, oordeelde de voorzitter dat de rechtbank de door de betrokkene gevorderde voorlopige maatregel niet kon toekennen, omwille van het feit dat de betrokkene niet aantoont dat hij wel degelijk het slachtoffer zou zijn geweest van een ‘demotie’. Het feit dat de arbeidsovereenkomst de artsen in het algemeen als doelgroep omschreef, zal hier wellicht ook niet vreemd aan zijn.

Een procedure in kortgeding is aldus niet zo evident. Opdat de voorzitter in kortgeding zou kunnen beslissen, moeten de fundamentele voorwaarden voor een dergelijke procedure wel degelijk vervuld zijn. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal de voorzitter in kortgeding kunnen tussenkomen.

Beschikking van de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank van Waals-Brabant, afdeling Nijvel, AR 17/2825 (een beroepsprocedure is lopende)

Auteur: Hanne Cattoir (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen