< Terug naar overzicht

Eenmaal, andermaal, dringende reden!

Te laat komen op het werk of een eenmalige onwettige afwezigheid rechtvaardigt volgens de meerderheidsrechtspraak geen ontslag om dringende reden. Maar wat als dit probleem zich meermaals voordoet of als de onwettige afwezigheid langer duurt?

Een bediende van een bewakingsfirma kwam herhaaldelijk te laat op het werk. Ze kreeg hiervoor verscheidene mondelinge en vervolgens schriftelijke verwittigingen.Toen bleek dat de bediende er niet in slaagde om op tijd te komen op het werk, heeft de werkgever de beslissing genomen om haar arbeidsovereenkomst op te zeggen. 
Ook tijdens de opzegtermijn kwam de bediende nog meermaals te laat op het werk. Op 27 februari kwam ze zelfs zonder te verwittigen niet opdagen. Voor de werkgever was de maat vol. De bediende kreeg op 2 maart een ultieme ingebrekestelling waarin ze werd aangemaand om binnen de 48 uur een rechtvaardiging te geven voor haar afwezigheid.
Aangezien de werkgever op maandag 8 maart nog altijd geen nieuws had vernomen, werd de bediende dezelfde dag nog ontslagen om dringende reden. De werkgever verstuurde een aangetekende ontslagbrief waarin meteen een uitvoerige omschrijving werd gegeven van de ingeroepen dringende reden,met name herhaaldelijk te laat komen op het werk, ondanks diverse verwittigingen, en onwettige afwezigheid.
De bediende is na haar ontslag prompt naar haar vakbond gestapt. Het belangrijkste argument van de bediende was dat haar ontslag niet binnen de drie werkdagen na de kennisname van de feiten werd gegeven. Het ontslag werd immers betekend op 8 maart, terwijl de bediende al sinds 27 februari onwettig afwezig was van het werk.
De arbeidsrechtbank te Brussel merkte op dat er in de rechtspraak doorgaans wordt geoordeeld dat een eenmalige onwettige afwezigheid onvoldoende ernstig is om een ontslag om dringende reden te rechtvaardigen. Herhaalde onwettige afwezigheden kunnen echter wél een dringende reden tot ontslag uitmaken.
Vervolgens onderzocht de arbeidsrechtbank de vraag naar de tijdigheid van het ontslag om dringende reden. Aangezien de werkgever op 2 maart een ingebrekestelling heeft verstuurd waarbij de bediende 48 uur de tijd heeft gekregen om nog een rechtvaardiging te geven voor haar afwezigheid, kon de werkgever niet overgaan tot ontslag vóór 5 maart. Volgens de arbeidsrechtbank is het ontslag om dringende reden, dat op 8 maart werd betekend, dus wel degelijk binnen de drie werkdagen gebeurd. De vorderingen van de bediende werden dan ook ongegrond verklaard.

Arbeidsrechtbank Brussel, 4 juni 2007, 16de Kamer, AR nr. 3711/05

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen