< Terug naar overzicht

Een foutieve pensioenfiche doet geen rechten ontstaan

De wet van 28 april 2003 betreffende de Aanvullende Pensioenen (WAP) stelt dat werknemers die nog in dienst zijn jaarlijks een pensioenfiche (vanaf 13 januari 2019 wellicht omgedoopt tot ‘pensioenoverzicht’) moeten ontvangen met een overzicht van de bedragen van aanvullende pensioenrechten die zij bij hun werkgever hebben opgebouwd. Maar wat gebeurt er als er een fout in het document sluipt?

Het is mogelijk dat er per ongeluk fouten sluipen in een pensioenfiche, die nadien worden rechtgezet. Maar wat gebeurt er indien een werknemer voor een rechtbank de bedragen opeist die foutief op een pensioenfiche werden vermeld?
Het Arbeidshof van Brussel oordeelde in een arrest van 15 november 2016 al dat een foutieve pensioenfiche geen rechten doet ontstaan. Dit was een belangrijk precedent voor geschillen waarbij een werknemer een foutieve pensioenfiche inroept om zijn vorderingen te staven.
Het Arbeidshof van Antwerpen volgde in een arrest van 19 juni 2018 in een gelijkaardige zaak het standpunt van het Arbeidshof van Brussel, waardoor de precedentwerking wordt versterkt.

Fout bij de fusie

Een werknemer trad in 1990 in dienst met een anciënniteit van twee jaar en een gelijkstelling van studiejaren voor één jaar. Hij werd eveneens aangesloten bij de groepsverzekering van zijn werkgever. Vervolgens fusioneerde deze met een andere onderneming, waaruit een nieuwe onderneming ontstond die vanaf 1 januari 1999 de werkgever werd.
Om de overgang van de werknemers te regelen, werd een cao gesloten waarin onder meer werd vermeld wat er moest gebeuren met de groepsverzekering.
• De verdere pensioenopbouw in de groepsverzekering werd per 31 december 1998 stopgezet. De tot die datum opgebouwde pensioenrechten bleven verder beheerd in de ‘oude’ groepsverzekering.
• De werknemers werden vanaf 1 januari 1999 aangesloten bij het pensioenplan van hun nieuwe werkgever. De pensioenrechten die vanaf die datum werden opgebouwd, worden beheerd door het pensioenfonds van de nieuwe werkgever.
In 2013 stelde de nieuwe werkgever vast dat er een vergissing was gebeurd bij de berekening van de anciënniteit van de werknemer voor de toepassing van het pensioenreglement, beheerd door het pensioenfonds van de nieuwe werkgever. Er werd namelijk rekening gehouden met een anciënniteit sinds 1988 terwijl dit 1999 had moeten zijn.
De werkgever paste de pensioenfiches aan op basis van de verminderde anciënniteit, wat leidde tot een daling van de aanvullende pensioenrechten die op het einde van de rit aan de werknemer zouden worden uitbetaald.
De werknemer betwistte de herberekening en stelde in hoofdorde dat zijn werkgever geen rechtzetting mocht doorvoeren in zijn nadeel. Ondergeschikt vroeg hij om de rechtzetting enkel vanaf 2013 toe te passen of gedurende een periode van vijf jaar vanaf 2013. Meer ondergeschikt stelde hij dat er misbruik van recht was.
De werkgever argumenteerde dat de rechtzetting in 2013 correct was gebeurd en de werknemer geen rechten kan putten uit de foutieve pensioenfiches.

Vordering van de werknemer afgewezen

Het Arbeidshof van Antwerpen was van oordeel dat “het pensioenreglement de bron is van de rechten en verplichtingen van de partijen” en dat op de pensioenfiche in principe de correcte gegevens staan, tenzij er een vergissing is gebeurd bij het invoeren van de gegevens. Vervolgens stelde het Hof dat “de gegevens op de pensioenfiche geen rechten creëren, nu het aanvullend pensioen enkel kan geput worden uit het pensioenreglement, dat een aanvulling is op de arbeidsovereenkomst”.
Het Hof oordeelde vervolgens dat het ging om een materiële vergissing en dat de bedragen die op de pensioenfiches werden vermeld dienden te worden gecorrigeerd, aangezien deze bedragen niet in overeenstemming waren met het pensioenreglement.
Om dezelfde reden, verwierp het Hof de ondergeschikte vordering van de werknemer, waarbij hij vroeg om de rechtzetting pas toe te passen vanaf 2013. Het Hof oordeelde dat er geen enkele rechtsbron werd voorgelegd die toelaat om te oordelen dat de werknemer, voor de periode voorafgaand aan 2013, recht zou hebben op een hoger bedrag dan het bedrag dat voortvloeit uit de juiste toepassing van het pensioenreglement.
Het Hof oordeelde ook dat er geen sprake was van rechtsmisbruik, gezien er uit het loutere feit dat de werkgever vaststelt dat er een vergissing is gebeurd bij het opstellen van de pensioenfiches en deze vergissing wordt rechtgezet, geen rechtsmisbruik kan worden afgeleid. De werkgever had volgens het Hof immers de plicht de fout recht te zetten (waarover hij bovendien had gecommuniceerd en waarvoor hij zich uitgebreid had verontschuldigd).

Dit arrest en het hiervoor vermelde van het Arbeidshof van Brussel, vormen twee belangrijke precedenten voor geschillen waarbij een werknemer een foutieve pensioenfiche inroept om zijn vorderingen te staven. In de rechtspraak is er bijgevolg de tendens om te oordelen dat een foutieve pensioenfiche geen rechten schept en dat een foutieve pensioenfiche kan worden gecorrigeerd, zonder dat er sprake is van rechtsmisbruik in hoofde van de werkgever.

Arbh. Antwerpen (afd. Hasselt), 19 juni 2018, AR 2017/AH/99

Frederic Vandebroek
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen