< Terug naar overzicht

Een disproportioneel ontslag om dringende reden?

Kan een rechter een onderscheid maken tussen een fout die aanleiding geeft tot een ontslag om dringende reden en de (te) zware consequenties van dat ontslag? Kortom, bestaat een disproportioneel ontslag om dringende reden?

Het Hof van Cassatie moest oordelen over het ontslag om dringende reden van een kassierster die al bijna 22 jaar dienst erop zitten had. Volgens de werkgever had ze voordelen verduisterd die bedoeld waren voor de klanten van de supermarkt. De kassierster had bonuspunten van klanten die zelf geen bonusspaarkaart voorlegden, naar haar eigen bonusspaarkaart getransfereerd. Dit gebeurde over een periode van een viertal maanden en voor een totaalbedrag van 55 euro. Deze feiten werden erkend door de kassierster en stonden dus niet ter discussie.

Het arbeidshof had zich al over het vonnis in eerste aanleg gebogen. Niettegenstaande er sprake was van een dringende reden, achtte het arbeidshof de tekortkoming onvoldoende ernstig om het vertrouwen tussen de werkgever en de werkneemster in die mate te schenden, dat elke professionele samenwerking tussen hen onmiddellijk en definitief onmogelijk was geworden. Volgens het arbeidshof stond de dringende reden niet in verhouding tot de zware sanctie voor de werkneemster, meer bepaald de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzeggingstermijn of -vergoeding. Bijgevolg werd de werkgever veroordeeld tot het betalen van een opzeggingsvergoeding van 30.284,85 euro bruto.

Voorwaarde staat niet in de wet

Het Hof van Cassatie kreeg de vraag of het arbeidshof een voorwaarde had toegevoegd aan de wet door de proportionaliteit af te wegen tussen de ernstige tekortkoming door de werkneemster en de gevolgen van een ontslag wegens dringende reden. Een niet onbelangrijke vraag, omdat er rechtspraak van arbeidsrechtbanken en -hoven is in beide richtingen: voor en tegen de toepassing van het proportionaliteitsbeginsel in het kader van een ontslag om dringende reden.

In zijn arrest oordeelde het Hof van Cassatie dat het arbeidshof niet kan oordelen over de proportionaliteit van de sanctie in het kader van een ontslag om dringende reden. De voorwaarden voor een dergelijk ontslag zijn limitatief omschreven in artikel 35 van de Arbeidsovereenkomstenwet. Door de proportionaliteit af te wegen, voegt het arbeidshof een voorwaarde toe die de wetgever niet heeft voorzien en schendt hij de wet.

Schuld en straf

Een werkgever die een werknemer wenst te ontslaan om dringende reden, dient zich er dus van te vergewissen dat hij de dringende reden zeer goed aantoont en documenteert. De rechter oordeelt immers soeverein over het al dan niet vaststaan, in de feiten, van een ernstige tekortkoming die ervoor heeft gezorgd dat de professionele samenwerking tussen de werknemer en de werkgever definitief en onmiddellijk onmogelijk werd gemaakt.

De rechter is daarentegen niet bevoegd om zich te buigen over de verhouding tussen schuld en straf en op die manier de opportuniteit van de dringende reden te beoordelen.

■ Hof van Cassatie, 6 juni 2016, S.15.0067.F/1

■ Auteur: Anouk De Rijck (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen