< Terug naar overzicht

Een Belg aan de slag in Nederland en de belastingen

Bij een internationale tewerkstelling van een werknemer is het van cruciaal belang te weten waar de werknemer belast zal worden op zijn beroepsinkomsten. Hoe zit dat met een Belg die voor een Belgische werkgever ook aan de slag is in Nederland? Hier komt de 183 dagenregel in zicht …

België heeft met de meeste industriële landen een dubbelbelastingverdrag gesloten. Deze verdragen zorgen er onder andere voor dat de beroepsinkomsten maar in één land belastbaar zijn (hetzij de woonstaat, hetzij de werkstaat). Op die manier wordt een dubbele belasting in woonstaat én werkstaat vermeden.

Om te weten te komen in welk land een bepaald beroepsinkomen belastbaar is, dient men telkens het toepasselijke dubbelbelastingverdrag bij de hand te nemen. Hoewel de meeste verdragen sterke gelijkenissen vertonen, is het steeds mogelijk dat het ene verdrag op bepaalde punten anders geformuleerd is dan het andere.
In het kader van dit artikel gaan we verder in op het dubbelbelastingverdrag België-Nederland omdat de Nederlandse Hoge Raad recent een merkwaardig arrest uitgesproken heeft omtrent de interpretatie van de 183 dagenregel.

Een Belg in Nederland

In de dubbelbelastingverdragen handelt artikel 15 in principe over de taxatie van beroepsinkomsten van werknemers. Artikel 15 van het dubbelbelastingverdrag België-Nederland stelt dat beroepsinkomen in principe belastbaar is in het land waar de prestaties gerelateerd aan het beroepsinkomen werden geleverd. In het kader van dit artikel gaan we uit van de situatie waarin een Belgische werknemer in België woont en een arbeidsovereenkomst heeft met een Belgische onderneming, maar in het kader van deze overeenkomst bepaalde prestaties moet leveren in Nederland.

Op basis van artikel 15 dubbelbelastingverdrag, zal deze Belgische werknemer in principe belastbaar zijn in Nederland op de beroepsinkomsten gerelateerd aan de prestaties fysiek geleverd in Nederland.

Uitzondering: niet meer dan 183 dagen op 12 maanden

Er bestaat echter een uitzondering op dit algemene principe, de 183 dagenregel. Indien er voldaan wordt aan drie cumulatieve voorwaarden, zal de werknemer toch volledig belastbaar blijven in zijn woonstaat (in ons voorbeeld België), ondanks het feit dat bepaalde prestaties fysiek worden geleverd in Nederland. Deze drie voorwaarden:

  • De werknemer mag in een periode van 12 maanden niet meer dan 183 dagen in Nederland verblijven.
  • De beloningen worden niet betaald door of namens een Nederlandse werkgever.
  • De beloningen komen niet ten laste van een Nederlandse vaste inrichting van de Belgische werkgever.

In ons voorbeeld werkt de werknemer wel degelijk voor een Belgische werkgever. Er is bijgevolg voldaan aan de tweede voorwaarde. De Belgische werkgever heeft geen Nederlandse vaste inrichting die de kosten voor de tewerkstelling ten laste neemt en dus is er eveneens voldaan aan de derde voorwaarde.

Meer of minder?

Vraag rest of de werknemer meer dan 183 dagen in Nederland verbleef gedurende een periode van 12 maanden. Als dit het geval is, dan zou de werknemer op de inkomsten gerelateerd aan de Nederlandse prestaties, belastbaar zijn in Nederland. Indien dit niet het geval is, dan zou hij op zijn gehele inkomen belastbaar blijven in België. Praktisch gezien komt dit op het volgende neer:

Meer dan 183 dagen in Nederland:

  • Belastbaar in Nederland op het inkomen gerelateerd aan de prestaties geleverd in Nederland, wat impliceert dat er ook in Nederland een aangifteverplichting zal zijn.
  • In de Belgische aangifte dient men een vrijstelling te vragen voor de inkomsten die belastbaar zijn in Nederland. Deze inkomsten zullen met progressievoorbehoud vrijgesteld worden in België.
  • Gedeeltelijk belast in België en gedeeltelijk belast in Nederland, wat financieel voordelig kan zijn.

Minder dan 183 dagen in Nederland:

  • Aangifte als Belgisch rijksinwoner in België waarin men zijn wereldwijd inkomen aangeeft.
  • Geen grond van taxatie in Nederland en dus geen fiscale verplichtingen in Nederland.
  • 100 procent belast in België.

Niet alleen werkdagen

De Nederlandse Hoge Raad stelt dat voor de berekening van de 183 dagen niet enkel de werkdagen in acht genomen moeten worden, maar tevens alle andere dagen waarop de werknemer in de werkstaat aanwezig is geweest en “die enig verband houden met de werkzaamheden aldaar, zoals zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen, vakanties en vrije dagen voor, tijdens of na beëindiging van de werkzaamheden of korte onderbrekingen.”

Conform de internationale interpretatie van de dubbelbelastingverdragen in de OESO-commentaar, stelt de Nederlandse Hoge Raad terecht dat men niet enkel de werkdagen in acht moet nemen, maar ook de andere dagen waarop de werknemer in de werkstaat (in dit geval Nederland) verblijft. Dit is trouwens ook de interpretatie die de Belgische fiscus aanneemt. Dit wil zeggen dat de dagen waarop de Belgische werkgever in het weekend een citytrip doet naar Amsterdam in principe meegeteld moeten worden om te bepalen of de werknemer al dan niet meer dan 183 dagen in de werkstaat (Nederland) verbleef.

Telt citytrip Amsterdam toch (niet) mee?

De Nederlandse Hoge Raad voegt echter, in tegenstelling tot de OESO-commentaar, toe dat deze niet-werkdagen enkel meegeteld moeten worden indien de dagen gespendeerd in Nederland enig verband vertonen met de Nederlandse werkzaamheden. Zet dit de deur open voor een minder strenge interpretatie?

Zou dit willen zeggen dat de dagen gespendeerd op citytrip in Amsterdam door de Belgische pendelaar die elke dag naar Nederland pendelt om te gaan werken, dan toch niet meetellen om de 183 dagen te berekenen? Benieuwd hoe de Nederlandse belastingdienst zal omgaan met deze nieuwe interpretatie van de Nederlandse Hoge Raad.

Auteur: Tilde Callebaut (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen