< Terug naar overzicht

Draait werkgever op voor pensioen als groepsverzekeraar tekortschiet?

Een groepsverzekeraar ging in vereffening. De vraag luidt nu of de werkgever twee keer voor hetzelfde pensioen zal moeten betalen.

Begin 2011 werd verzekeringsonderneming Apra Leven door de financiële toezichthouder (FSMA) in vereffening gesteld. Apra Leven beheerde onder andere groepsverzekeringen van werkgevers voor de financiering van een aanvullende pensioentoezegging ten voordele van hun (ex-)werknemers.

De activa van Apra Leven zullen echter niet volstaan om alle pensioenverplichtingen uit te betalen. De vraag rijst dan ook, of een gepensioneerde die slechts een deel van zijn pensioenkapitaal ontvangt, zijn (ex-)werkgever kan aanspreken voor het saldo. Over die vraag heeft de arbeidsrechtbank van Antwerpen zich recentelijk uitgesproken.

Pensioenplan ‘vaste bijdragen’

Beide zaken waren ingesteld door twee ex-werkneemsters van dezelfde onderneming. Ze waren aangesloten bij dezelfde groepsverzekering. Dit pensioenplan was van het type ‘vaste bijdragen’. In een dergelijk plan verbindt de werkgever zich ertoe om periodiek een vaste bijdrage te betalen (bijvoorbeeld 1% van het loon). Het pensioenkapitaal is dan gelijk aan de gestorte bijdragen verhoogd met het rendement.

Het beleggingsrisico ligt in een dergelijk plan deels bij de werkgever. De Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) bepaalt namelijk dat een werknemer (sinds 2004) recht heeft op een minimumrendement van 3,25% op de patronale bijdragen. Wanneer de reserves niet afdoende zijn om dit rendement te waarborgen op het moment van opname of overdracht van de reserves, dan moet de werkgever het verschil bijpassen.

Het verschil voor de werkgever

De eerste eiseres was een bruggepensioneerde die pas in 2017 de pensioenleeftijd van 65 zou bereiken. In dit dossier oordeelde de arbeidsrechtbank dat de eiseres pas over het vereiste belang zou beschikken wanneer ze de voorziene pensioenleeftijd bereikt. De vordering van deze eiseres was dus te vroeg ingesteld en werd onontvankelijk verklaard.

In de tweede zaak had de ex-werkneemster wél de pensioenleeftijd bereikt. De rechtbank oordeelde dat een werkgever er contractueel niet toe gehouden is twee keer dezelfde pensioenbijdragen te betalen. De arbeidsrechtbank ging echter een stap verder en oordeelde dat een werkgever er wél toe gehouden is eventuele tekorten ten aanzien van hogervermelde rendementsgarantie aan te zuiveren.

De arbeidsrechtbank oordeelde dus dat de (ex-)werkgever het verschil moet betalen tussen het door Apra Leven gestorte bedrag en het bedrag dat voortvloeit uit de minimumrendementsgarantie. Op die manier kan een werkgever er dus toch toe gehouden zijn om twee keer te betalen voor hetzelfde pensioen.

Nog geen conclusie?

Beide vonnissen zijn op bepaalde punten voor kritiek vatbaar. De eerste Apra Leven-rechtspraak lijkt zich wel aan te sluiten bij de stelling van de FSMA dat een (ex-)werkgever ertoe gehouden kan zijn (een deel van) het verschil tussen de Apra Leven-reserves en het gewaarborgde pensioenkapitaal bij te passen.

Gelet op de precedentwaarde en het belang van deze Apra Leven-zaken, valt te verwachten dat tegen beide vonnissen nog hoger beroep wordt ingesteld.

Arbeidsrechtbank van Antwerpen, 5 november 2013, AR samengevoegde zaken 12/6288/A - 13/1998/A en 12/6289/A - 13/1996/A

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen