< Terug naar overzicht

Doelgroepvermindering ‘eerste aanwerving’: wanneer is er sprake van vervanging?

Door de doelgroepvermindering ‘eerste aanwerving’ kunnen werkgevers voor de eerste werknemer die zij in dienst nemen vrijgesteld worden van werkgeversbijdragen. Maar eerst moet worden uitgemaakt of het echt wel om een nieuwe werkgever gaat die zijn eerste aanwerving doet. Cassatie sprak zich uit over de juiste toedracht.

Een werkgever komt in aanmerking voor een doelgroepvermindering ‘eerste aanwerving’ wanneer aan een aantal wettelijke voorwaarden is voldaan. Zo moet er onder andere uitgemaakt worden of het effectief gaat om een ‘nieuwe werkgever’ en om een ‘eerste aanwerving’. Indien de ‘nieuwe werkgever’ deel uitmaakt van een technische bedrijfseenheid, zal deze pas in aanmerking kunnen komen voor de doelgroepvermindering indien de eerste aanwerving effectief zorgt voor een meertewerkstelling binnen deze technische bedrijfseenheid en geen ‘vervanging’ inhoudt.

Teneinde na te gaan of er al dan niet sprake is van een vervanging binnen de technische bedrijfseenheid, bepaalt de wet dat er moet gekeken worden naar het maximumaantal werknemers dat gelijktijdig in dezelfde technische bedrijfseenheid tewerkgesteld was in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan de eerste aanwerving. Enkel wanneer het totale aantal werknemers binnen de technische bedrijfseenheid na de eerste aanwerving door de nieuwe juridische entiteit hoger ligt dan dit maximum, zal er sprake zijn van meertewerkstelling.

Vier kwartalen voor de indienstneming

De periode “vier kwartalen voorafgaand aan de indienstneming” zorgde echter voor discussie. Impliceert deze voorwaarde dat het kwartaal van de indienstneming zelf niet relevant is en er aldus gekeken moet worden naar de vier ‘volle kwartalen’ voorafgaand aan het kwartaal van de indiensttreding of bedoelt de wetgever hier een periode van 12 maanden voorafgaand aan de indienstneming?

Deze laatste interpretatie werd gevolgd door de RSZ: er moest volgens de RSZ niet alleen gekeken worden naar de vier kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van de aanwerving, maar ook naar het kwartaal van de aanwerving zelf. Deze interpretatie van de RSZ was evenwel niet in de administratieve instructies opgenomen. Integendeel, de administratieve instructies vermeldden enkel de wettelijke bepaling die stelt dat er rekening gehouden moet worden met de vier kwartalen voorafgaand aan de indienstneming. Dit leidde uiteraard tot heel wat rechtsonzekerheid voor de werkgevers en discussies met de RSZ in de praktijk.

Dag op dag 12 maanden

De knoop in deze discussie werd op 11 september 2017 door het Hof van Cassatie doorgehakt. In dit arrest oordeelt het Hof van Cassatie dat, bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van vervanging, er gekeken moet worden naar de periode van vier kwartalen, zijnde twaalf maanden (dag op dag), voorafgaand aan de datum van indienstneming van de eerste aanwerving. Het Hof van Cassatie bevestigt aldus het standpunt van de RSZ en de RSZ paste intussen haar administratieve instructies aan.

Vermijd onaangename verrassingen en verifieer bij het aanvragen van een doelgroepvermindering ‘eerste aanwerving’ dus steeds het maximumaantal werknemers dat gelijktijdig in dezelfde technische bedrijfseenheid tewerkgesteld was in de 12 maanden (dag op dag) vóór de indienstneming van de nieuwe werknemer.

Hof van Cassatie, 11 september 2017, S.16.0082.N/1

Auteurs: Veerle Van Keirsbilck en Sieglien Huyghe (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen