< Terug naar overzicht

Diefstal door een werknemer: geen dringende reden?

In de rechtspraak wordt vrij unaniem aangenomen dat diefstal door een erknemer bij uitstek een ontslag om dringende reden rechtvaardigt. Nochtans blijkt het niet altijd evident om uit te maken of er nu al dan niet sprake is van diefstal…

Een werkgever draagt altijd de volledige bewijslast wanneer hij een werknemer beschuldigt van diefstal. Hij moet er dus op toezien dat alle relevante feitelijke elementen grondig werden onderzocht alvorens een beslissing te nemen. Het belang hiervan blijkt uit een recent arrest van het arbeidshof van Brussel.

Twee pakjes sigaretten

Een werkneemster van een grootwarenhuis doet bij haar werkgever persoonlijke boodschappen na het beëindigen van haar dagtaak. Terwijl ze aan de kassa wacht om haar boodschappen op de kassaband te plaatsen, neemt ze haar sleutelbos uit haar handtas en steekt ze twee pakjes sigaretten in haar handtas.

Een collega-kassier, die de werkneemster de sigaretten zag nemen, stelt vast dat de sigaretten niet aan zijn kassa ter betaling zijn aangeboden. Hij roept daarom de verantwoordelijke van het winkelfiliaal op. Die verantwoordelijke gaat de werkneemster op de parking van de winkel achterna. Onmiddellijk volgt een verhoor. Tijdens dit verhoor erkent de werkneemster dat ze – uit verstrooidheid – de sigaretten in haar handtas heeft gestoken, maar dat ze geenszins de bedoeling heeft gehad om te stelen. De werkneemster pent die verklaring zeer beknopt neer. De werkgever besluit om tot ontslag om dringende reden over te gaan.

Verstrooidheid in plaats van diefstal?

Ook tijdens de procedure houdt de werkneemster vol dat ze nooit de bedoeling heeft gehad om te stelen. Er is volgens haar dan ook geen sprake van ‘diefstal’. De werkneemster verwijst ook naar de wettelijke principes inzake bewijs: de werkgever dient de ingeroepen dringende reden te bewijzen.

De werkgever kon gemakkelijk bewijzen dat de werkneemster sigaretten had meegenomen zonder deze te betalen, nu de werkneemster die feiten zelf (schriftelijk) had erkend. Volgens de arbeidsrechtbank moet de werknemer in dat geval bewijzen dat hij/zij de goederen heeft meegenomen zonder bedrieglijk opzet. De arbeidsrechtbank is van oordeel dat de werkneemster een dergelijk bewijs niet levert. Dat de werkneemster niet slim zou zijn te werk gegaan door de vermeende diefstal te plegen voor de ogen van een collega, vormt voor de arbeidsrechtbank geen ‘bewijs’ van de afwezigheid van bedrieglijk opzet. Het is niet omdat er een ‘betere’ manier bestaat, dat de diefstal niet gepleegd is. De arbeidsrechtbank erkent de dringende reden.

Objectief en neutraal onderzoek?

Het arbeidshof fluit de arbeidsrechtbank terug, overwegende dat de ingeroepen ‘diefstal’ onvoldoende werd bewezen. Het arbeidshof is niet tevreden over de manier waarop de werkgever de zaken heeft aangepakt. De werkgever ging er inderdaad vanuit dat de feiten voor zich spraken (sigaretten meenemen zonder hiervoor te betalen) en had zich niet de moeite getroost om toch één en ander nauwgezet te verifiëren en op papier te zetten.

Het arbeidshof geeft de werkgever lik op stuk: er was geen neutraal en objectief onderzoek naar de feiten gevoerd, de betrokken werkneemster had slechts een zeer summiere verklaring afgelegd, die bovendien niet werd ondertekend, er is geen verklaring van de personen die het verhoor hebben afgenomen, de werkgever is vertrokken van een (onterecht) vermoeden van diefstal naar aanleiding van een eerder incident enkele dagen voordien, de politie werd niet ingeschakeld, de collega-kassier die de diefstal meent gezien te hebben, heeft geen getuigenverklaring afgelegd, en uit denigrerende en beledigende berichten na de feiten blijkt dat dezelfde collega-kassier een gespannen verhouding had met de werkneemster…

Bijgevolg is het volgens het arbeidshof onmogelijk om een juist zicht te krijgen op de precieze omstandigheden van de feiten en kan het hof niet oordelen of de tekortkoming van de werkneemster dermate zwaarwichtig is, dat de voortzetting van de samenwerking onmiddellijk onmogelijk is geworden. Het arbeidshof achtte de ingeroepen ‘diefstal’ dus niet bewezen en verklaarde het ontslag om dringende reden onregelmatig.

Conclusie

Een werkgever kan overgaan tot ontslag om dringende reden wanneer een werknemer steelt. Toch dient men steeds voorzichtig te handelen. Een uitvoerig en objectief onderzoek is altijd noodzakelijk, ook wanneer de interpretatie van de feiten evident lijkt te zijn.

Uit deze zaak blijkt dat een werkgever zelfs in geval van betrapping op heterdaad best niet al te voorbarig conclusies trekt. Het is steeds belangrijk om de concrete omstandigheden van de feiten nauwgezet na te gaan. Bij een dergelijk onderzoek is het ook essentieel om zo veel mogelijk details op papier te zetten, onder meer aan de hand van getuigenverklaringen, en een gedetailleerd en ondertekend verslag van het verhoor van de werknemer, om over slagkrachtig bewijs te beschikken voor het geval de werknemer zijn ontslag zou betwisten.

Arbeidsrechtbank van Brussel, 24 februari 2015, AR 14/3606/A en 14/4202/A – Arbeidshof van Brussel, 24 april 2015, 2015/AB/231

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen