< Terug naar overzicht

Definitieve arbeidsongeschiktheid: bewijslast weegt zwaar

Als een werknemer definitief arbeidsongeschikt is om de overeengekomen arbeid uit te voeren, kan dit ‘overmacht’ uitmaken. Dan komt er een eind aan de arbeidsovereenkomst van rechtswege. Dat betekent zonder opzeggingstermijn of betaling van enige verg

Het arbeidshof van Antwerpen moest zich buigen over een zaak waarbij een Antwerpse werkgever de beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens overmacht had vastgesteld wegens definitieve arbeidsongeschiktheid van zijn werknemer. Om deze definitieve arbeidsongeschiktheid te bewijzen, legde de werkgever een brief voor van de behandelende geneesheer van de werknemer, waarin deze voorstelde om de werknemer volledig en definitief arbeidsongeschikt te verklaren, alsook een attest van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en van het ziekenfonds, waarin deze definitieve arbeidsongeschiktheid werd bevestigd.

Aangezien de brief van de behandelende geneesheer een antwoord uitmaakte op een brief van de werkgever en de werknemer niet in kennis was gesteld van het antwoordschrijven van zijn behandelende arts noch zijn toestemming had gegeven om gegevens over zijn arbeidsongeschiktheid over te maken, oordeelde het arbeidshof dat de behandelende arts zijn beroepsgeheim had geschonden.

Het arbeidshof was dan ook van oordeel dat geen rekening kon worden gehouden met de brief voor zover de door de arts begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs had aangetast. Dit was volgens het hof wel degelijk het geval, aangezien de behandelende geneesheer de werknemer definitief arbeidsongeschikt had verklaard zonder dat hij de werknemer had onderworpen aan een bijkomend medisch onderzoek.

Andere attesten


Ook het attest van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer werd als bewijs van tafel geveegd. Het arbeidshof wees er immers op dat – tenzij het gaat om de gezondheidsbeoordeling van een definitief arbeidsongeschikte werknemer die zijn re-integratie heeft aangevraagd – elk verzoek aan deze geneesheer om de gezondheid van de werknemer te beoordelen tijdens een periode van schorsing van de arbeidsovereenkomst absoluut nietig is.

Aangezien de werknemer geen verzoek tot re-integratie had ingediend, verklaarde het arbeidshof het attest van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer dan ook nietig. En ook het attest van het ziekenfonds kon volgens het hof niet baten als bewijs, aangezien het ziekenfonds een eigen (ander) arbeidsongeschiktheidsbegrip hanteert en op zich dus niet kan volstaan als bewijs.

Fikse opzeggingsvergoeding


Het arbeidshof oordeelde dan ook dat het niet met zekerheid werd bewezen dat de werknemer definitief arbeidsongeschikt was om zijn arbeidsovereenkomst uit te voeren, zodat de werkgever had gefaald in zijn bewijslast. Deze beslissing had grote gevolgen voor de werkgever. Aangezien de overmacht niet bewezen was, had hij de arbeidsovereenkomst van zijn werknemer immers onregelmatig beëindigd en werd hij veroordeeld tot betaling van een fikse opzeggingsvergoeding.

Uit dit arrest blijkt andermaal dat een werkgever sterk in zijn schoenen moet staan om medische overmacht in te roepen. Hij kan de definitieve arbeidsongeschiktheid in principe wel bewijzen aan de hand van een attest van de behandelende geneesheer, maar enkel voor zover dit attest niet betwist wordt. Ook de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer kan een rol spelen, maar dan moeten de geldende procedures wel strikt worden nageleefd en dit op straffe van nietigheid van de beslissing van de arbeidsgeneesheer.

Arbeidshof van Antwerpen, 23 november 2011, NJW 2011, nr. 267, 550.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen