< Terug naar overzicht

Deeltijdse werkhervatting na arbeidsongeschiktheid: opzegvergoeding op basis van voltijds of deeltijds loon?

Wanneer een werknemer na een periode van arbeidsongeschiktheid, met toestemming van de adviserende geneesheer, deeltijds het werk hervat en nadien wordt ontslagen, dringt zich een vraag op: moet de opzegvergoeding berekend worden op basis van het (fictief

De Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat de opzegvergoeding moet berekend worden op basis van het ‘lopend loon’ van de werknemer. De arbeidsrechtbank in Kortrijk onderzocht hoe dit begrip moet worden ingevuld. De rechtbank merkte in eerste instantie op dat het begrip ‘lopend loon’ normaliter slaat op het reëel loon van de werknemer op het ogenblik van het ontslag.
De arbeidsrechtbank verwees hierbij naar de vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie in verband met tijdskrediet en loopbaanvermindering. Volgens deze rechtspraak moet de opzegvergoeding van een werknemer die deeltijds werkt in het kader van tijdskrediet of loopbaanonderbreking, berekend worden op het reëel (dus: deeltijds) loon en niet op het voltijds loon waarop de werknemer recht had vóór de aanvang van het tijdskrediet of de loopbaanonderbreking.

Discriminatie?


Toch merkte de arbeidsrechtbank van Kortrijk op dat er in casu, volgens deze redenering, een ongelijke behandeling zou ontstaan tussen werknemers die (met toestemming van de adviserend geneesheer) hun prestaties deeltijds hebben hervat na hun arbeidsongeschiktheid en werknemers die onafgebroken afwezig blijven wegens arbeidsongeschiktheid. Wanneer deze laatste worden ontslagen, moet de opzegvergoeding worden berekend op basis van het voltijds loon van de werknemers, meer bepaald op basis van het loon waarop de werknemers recht hadden vóór de schorsing van hun arbeidsprestaties.
Als de eersten daarentegen worden ontslagen, zouden ze – althans volgens bovenbedoelde redenering – een opzegvergoeding ontvangen die berekend wordt op basis van hun reëel deeltijds loon. Met andere woorden: werknemers die na een periode van arbeidsongeschiktheid deeltijds het werk hervatten, zouden minder gunstig worden behandeld dan degene die dat niet doen. De arbeidsrechtbank besloot hierover een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof, meer bepaald om te weten of er al dan niet sprake is van discriminatie.

Geen vrijwillige keuze


Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat bovenbedoelde interpretatie van het begrip ‘lopend loon’ – volgens dewelke er moet gekeken worden naar het reëel loon op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst – in casu een verschillende behandeling teweegbrengt, die onredelijke gevolgen heeft en die daarom strijdig is met het grondwettelijk gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.
Volgens het Hof moet deze situatie duidelijk onderscheiden worden van de situatie waarin een werknemer in het kader van tijdskrediet of loopbaanonderbreking deeltijds werkt. In dat geval berust de deeltijdse tewerkstelling immers op een akkoord tussen werkgever en werknemer. Dan heeft de werknemer hiervoor vrijwillig gekozen. Dit is niet het geval voor de arbeidsongeschikte werknemer die onvrijwillig, door ziekte of ongeval, ertoe gedwongen wordt om slechts deeltijds te werken.

Voltijds loon


Conclusie van het Grondwettelijk Hof: een arbeidsongeschikte werknemer die met toestemming van de adviserende geneesheer zijn arbeidsprestaties deeltijds hervat, moet gelijk worden behandeld als een werknemer die afwezig blijft wegens arbeidsongeschiktheid. Dit betekent dat de opzegvergoeding, in geval van ontslag, moet worden berekend op basis van het voltijds loon.

Grondwettelijk Hof, 28 mei 2009, arrest nr. 89/2009, A.R. nr. 4485

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen