< Terug naar overzicht

De vakbond is als werkgever (in rechte) niet aanspreekbaar

In België kan een vakbond niet worden aangesproken in rechte met betrekking tot bijvoorbeeld feitelijkheden tijdens een stakingsactie. Maar wat als een voormalige werknemer van een vakbond de vakbond zelf wil dagvaarden om zijn ontslag aan te vechten?

Een ex-werknemer van een vakbond meende dat hij op 27 mei 2010 onwettig werd ontslagen en wilde een vordering inleiden. Deze voormalige werknemer dagvaardde op 6 augustus 2010 de vakbond in betaling van een verbrekingsvergoeding. Net geen jaar later, op 5 augustus 2011, werd de voorzitter-secretaris van de betreffende vakbond eveneens door de ex-werknemer gedagvaard in betaling van de verbrekingsvergoeding, aangezien de vakbond de ontvankelijkheid van de vordering betwistte en de ex-werknemer geen risico wilde nemen en “voor zover als nodig, de procedure wilde legaliseren”.

De arbeidsrechtbank van Brussel verklaarde in 2013, na beide zaken te hebben samengevoegd, de vordering ontvankelijk en gegrond, en veroordeelde de voorzitter-secretaris van de vakbond tot betaling van de verbrekingsvergoeding.

Het arbeidshof van Brussel verklaarde het hoger beroep ingesteld door de voorzitter-secretaris ontvankelijk, doch ongegrond. Hierop ging deze laatste in cassatie.

Geen rechtspersoonlijkheid

Het Hof van Cassatie bevestigt vooreerst dat een rechtsvordering door of tegen verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid niet ontvankelijk is. Representatieve werknemersorganisaties zijn feitelijke verenigingen die in de regel niet de vereiste hoedanigheid hebben om in rechte op te treden, behoudens de uitzonderingen die door de wet worden bepaald.

De ex-werknemer kan inderdaad de vakbond, zijn voormalige werkgever, aldus niet in rechte aanspreken voor de betaling van een verbrekingsvergoeding. De ex-werknemer had echter eveneens de voorzitter-secretaris van de vakbond gedagvaard.

Het arbeidshof had geoordeeld dat deze tweede vordering ontvankelijk was, aangezien deze immers enkel beoogde de juiste vertegenwoordiger in het geding te betrekken en feitelijk gericht was tegen dezelfde werkgever, die anders werd aangesproken. Het arbeidshof verleende dus stuitende werking aan de eerste dagvaarding gericht tegen de vakbond zelf.

Het Hof van Cassatie verbreekt vervolgens het arrest en stelt dat de tweede dagvaarding (gericht tegen de voorzitter-secretaris) laattijdig en dus onontvankelijk was. Volgens artikel 15 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten verjaren rechtsvorderingen die uit een arbeidsovereenkomst ontstaan immers één jaar na het eindigen van deze overeenkomst.

Bevestiging

De arbeidsovereenkomst van de ex-werknemer werd beëindigd op 27 mei 2010. Op 6 augustus 2010 dagvaardde de ex-werknemer de vakbond en op 5 augustus 2011 dagvaardde hij de voorzitter-secretaris in betaling van een verbrekingsvergoeding.

Aangezien de eerste dagvaarding niet ontvankelijk was – de vakbond heeft namelijk geen rechtspersoonlijkheid – kon deze ook, in tegenstelling tot wat het arbeidshof had geoordeeld, de verjaring niet stuiten, waardoor de tweede dagvaarding op 5 augustus 2011 manifest laattijdig was en dus onontvankelijk.

Hiermee bevestigt het Hof van Cassatie dat vakbonden in rechte niet kunnen worden aangesproken en verduidelijkt het Hof dat dit ook inhoudt dat de vakbond dagvaarden de verjaring niet kan stuiten.

Hof van Cassatie, 3 april 2017, S.15.0009.N

Auteur: Roxane Reyda (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen