< Terug naar overzicht

De ‘redelijke termijn’: talmende overheid doet administratieve boete verdampen

Ook in het sociaal recht moeten de zaken behandeld worden binnen een ‘redelijke termijn’. Dat blijkt duidelijk uit een arrest van het arbeidshof van Brussel.

Het Belgisch sociaal recht is in grote mate strafrechtelijk beteugeld, wat betekent dat de werkgever, zijn lasthebber of aangestelde strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen zijn bij een inbreuk. In de meeste gevallen geven de vastgestelde sociaalrechtelijke inbreuken evenwel geen aanleiding tot correctionele vervolging, omdat ze door het Openbaar Ministerie geklasseerd worden zonder gevolg.

Dat betekent niet dat de ‘geseponeerde’ inbreuken automatisch straffeloos blijven. De wetgever voerde immers sinds begin jaren zeventig een systeem van administratieve geldboeten in, dat nog steeds bestaat. De Dienst Administratieve Geldboeten (een onderdeel van de federale overheidsdienst WASO) kan de zaak verder behandelen en zal dan aan de overtreder (in dat geval alleen aan de werkgever) haar voornemen kenbaar maken om voor de vastgestelde feiten een administratieve geldboete op te leggen en de betrokken werkgever uitnodigen zich te verweren.

De Administratie zal daarna ofwel een administratieve geldboete opleggen (al dan niet met uitstel) of afzien van een geldboete als ze overtuigd is geraakt dat er geen inbreuken werden begaan. Tegen een opgelegde geldboete kan de overtreder beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank en beide partijen kunnen nogmaals in beroep gaan bij het arbeidshof.

Feiten van 16 oktober 1996


Het arbeidshof van Brussel moest zich in een arrest van 1 maart 2012 uitspreken over een opgelegde administratieve geldboete voor feiten die dateerden van 16 oktober 1996. In een lompenbedrijf werden toen acht werknemers van buitenlandse origine aangetroffen die niet aangegeven waren aan de RSZ en die bovendien zonder arbeidskaart aan de slag waren. De feiten waren objectief ernstig en de werkgever kreeg een jaar later een administratieve geldboete opgelegd van toen 600.000 frank (15.000 euro), nadat hij eerst op 5 augustus 1997 door de Administratie was uitgenodigd om zich te verweren.

De werkgever tekende beroep aan bij de arbeidsrechtbank. Deze halveerde met een vonnis van 24 november 1998 de geldboete tot 300.000 frank. De Dienst Administratieve Geldboeten vond dit vonnis wel heel mild en tekende op zijn beurt in december 1998 beroep aan bij het arbeidshof met de vraag om de initiële dubbele boete te herbevestigen. De zaak geraakte bij de Administratie in de vergetelheid en heeft jarenlang stilgelegen. Pas in 2010 werd de zaak uiteindelijk opnieuw geactiveerd door de Administratie.

Ook voor administratieve geldboeten


De onderneming verdedigde zich door te stellen dat door deze laattijdige behandeling het (mensen)recht om binnen een ‘redelijke termijn’ berecht te worden, manifest geschonden was. De werkgever wist zich gesterkt door het nieuw Sociaal Strafwetboek, dat sinds 2011 expliciet voorziet dat het overschrijden van de ‘redelijke termijn’ ook voor administratieve geldboeten aanleiding kan geven tot een eenvoudige schuldigverklaring en dus geen geldboete. Voorheen had het Grondwettelijk Hof nog gesteld dat een dergelijk verweer uit het klassieke strafrecht niet gold in een procedure over een administratieve geldboete.

Het arbeidshof oordeelde hier dat de ‘redelijke termijn’ begon te lopen op de dag dat de Administratie in augustus 1997 de werkgever uitnodigde om zich te verweren. Het arbeidshof hekelde het stilzitten van de Administratie sinds 1998 die het dossier “abnormaal en onredelijk” had behandeld en minstens gedurende twaalf jaar niets had ondernomen. Het arbeidshof sanctioneerde de manifest talmende Administratie en verving de boete van 300.000 frank door een eenvoudige schuldigverklaring.

Arbeidshof van Brussel, 1 maart 2012, AR 2010/AB/531

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen