< Terug naar overzicht

De ‘handelsvertegenwoordiger’ en zijn ‘aanbreng van clientèle’

Wanneer is een werknemer een ‘handelsvertegenwoordiger’ en welke gevolgen heeft het begrip ‘aanbreng van clientèle’ dan bij een ontslag?

Wanneer de arbeidsovereenkomst van een handelsvertegenwoordiger met meer dan één jaar anciënniteit wordt beëindigd zonder dringende reden, is zijn werkgever hem een uitwinningsvergoeding verschuldigd in de mate dat de handelsvertegenwoordiger clientèle heeft aangebracht. Deze ‘aanbreng van clientèle’ wordt bovendien vermoed wanneer de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding bevat.

In een recent arrest diende het arbeidshof te Brussel zich uit te spreken over het ontslag van een Business Development Executive. Dit arrest is interessant om twee redenen. Het gaat vooreerst in op de vraag wanneer een persoon een handelsvertegenwoordiger kan zijn én verduidelijkt verder de voorwaarde van ‘aanbreng van clientèle’ voor de toekenning van een uitwinningsvergoeding.

Handelsvertegenwoordiger of niet?


Het arbeidshof gaat eerst in op het feit dat de arbeidsovereenkomst niets vermeldt over een mogelijke functie als ‘handelsvertegenwoordiger’. De functie van de werknemer wordt in de arbeidsovereenkomst immers omschreven als Business Development Executive, wat duidt op een commercieel verantwoordelijke functie. Het arbeidshof stelt echter duidelijk dat de functietitel en zelfs de functieomschrijving niet bepalend zijn om uit te maken of een werknemer al dan niet een handelsvertegenwoordiger is. Men moet kijken naar de effectief uitgeoefende functies door de werknemer.

In vroegere rechtspraak heeft men, bijvoorbeeld, op basis van de effectief uitgeoefende functie van een ‘verkoopverantwoordelijke’ geoordeeld dat hij toch geen handelsvertegenwoordiger was. In casu heeft het arbeidshof beslist dat uit de feitelijke elementen van het dossier (e-mails waaruit blijkt dat hij zaken sloot, het feit dat hij recht had op commissies, het feit dat hij vaak naar beurzen ging, alsook het feit dat hij klanten bezocht en contacteerde via telefoon en dies meer) blijkt dat de Business Development Executive wel degelijk een handelsvertegenwoordiger is.

Uitwinningsvergoeding verschuldigd?


Verder herinnerde het arbeidshof eraan dat een handelsvertegenwoordiger slechts recht heeft op een uitwinningsvergoeding in de mate dat hij ‘clientèle heeft aangebracht’. Bij gebrek aan een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst komt het aan de handelsvertegenwoordiger toe om aan te tonen dat hij wel degelijk clientèle aanbracht.

Het arbeidshof wees erop dat de ‘aanbreng van clientèle’ niet alleen veronderstelt dat de handelsvertegenwoordiger door zijn tussenkomst klanten heeft aangebracht dat niet tot het patrimonium van zijn werkgever behoorde, maar ook kan bestaan uit het ‘reactiveren’ van bestaand clientèle.

Bovendien moet de aanbreng van nieuwe klanten niet aanzienlijk zijn, er dient immers rekening te worden gehouden met de aard van het product dat moet worden verkocht, alsook met de specificiteit van de zaken en het zakencijfer gegenereerd door de werknemer.

Uit deze soepele interpretatie van de vereiste ‘aanbreng van clientèle’ volgt dan ook dat – in tegenstelling tot andere rechtspraak (zie Arbeidshof Antwerpen, 14 februari 2007, A.R. nr. 2050834) – het volstaat dat de handelsvertegenwoordiger een (niet aanzienlijk) deel klanten aanbrengt, het bestaande clientèle behoudt en/of het omzetcijfer van dit clientèle uitbreidt. Hieruit volgt dat een werkgever in geval van eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een handelsvertegenwoordiger in de meeste gevallen gehouden zal zijn tot betaling van een uitwinningsvergoeding, bovenop de normale opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding.

Arbeidshof van Brussel, 5 mei 2010, A.R. nr. 2008/AB/50895

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen