< Terug naar overzicht

De bonus is discretionair, maar is dat wel fair?

Het Arbeidshof besloot dat een werknemer recht heeft op het volledige bonusbedrag, ook al bepaalde het bonusplan dat het werkelijk te betalen bedrag afhankelijk was van de actieve bijdrage van de werknemer tot een project en werd de bijdrage van de werknemer volstrekt ondermaats geëvalueerd.

Het Arbeidshof kwam tot dit besluit niet omdat de voorwaarde dat het aan de werkgever was om deze actieve bijdrage discretionair te beoordelen nietig was maar omdat de werkgever nagelaten had de werknemer de kans te geven zijn prestaties te verbeteren en/of de opmerkingen te betwisten.

Bonus afhankelijk van prestaties

Een werknemer was in dienst van een onderneming in een verkoopfunctie. Hij had recht op een variabele vergoeding waarvan de algemene voorwaarden werden vastgelegd in een jaarlijks bonusplan en de bijzondere voorwaarden in een ‘sales letter’.

De werknemer maakte overeenkomstig zijn bonusplan en zijn sales letter deel uit van een team dat tot doel had een bepaald project binnen te halen, waaraan de betaling van een vooraf bepaald bonusbedrag verbonden was. Het algemene bonusplan bepaalde evenwel dat de werknemer - om het variabel loon te kunnen ontvangen - actief betrokken moest zijn geweest bij de deal en dat het bedrag van de bonus aangepast kon worden in functie van de effectieve bijdrage van de werknemer. Voorts bepaalde het bonusplan dat, hoewel de onderneming weliswaar de intentie had om een bonus te betalen overeenkomstig het bonusplan, er geen belofte tot betaling gold.

De bonus had dus een zeker discretionair karakter, aangezien het effectieve bedrag niet enkel afhankelijk was van de objectieve handeling van het binnenhalen van het project maar eveneens van een beslissing van de werkgever over de bijdrage van de werknemer.

Eenzijdige vermindering veroordeeld

Nadat het project binnengehaald was, besliste de onderneming het bonusbedrag van de werknemer alsnog te verminderen op basis van een negatieve evaluatie. Volgens verscheidene medewerkers van het team waarvan de werknemer deel uitmaakte, zou hij immers weinig tot niets hebben bijgedragen aan het binnenhalen van het project. Zowel de prestaties als de houding van de werknemer werd uiterst negatief beoordeeld.

De werknemer stelde dat de werkgever onrechtmatig op discretionaire wijze zijn bonus verminderde en eiste het volledige bonusbedrag. Volgens de werknemer is de voorwaarde van zijn actieve bijdrage nietig, gezien de werkgever volledig zelf zou kunnen beslissen of de voorwaarde al dan niet vervuld zou zijn (een zogenaamde ‘zuiver potestatieve voorwaarde’). De werkgever zou hierdoor eenzijdig aan zijn verbintenis tot betaling van een bonus kunnen ontkomen, ook al werd de doelstelling van het binnenhalen van het project bereikt.

Het Arbeidshof van Brussel gaf de werknemer weliswaar gelijk, maar niet op basis van de argumentatie van de werknemer. De redenering van het Arbeidshof was zeer interessant.

Allereerst stelde het Hof dat de voorwaarde van de actieve bijdrage van de werknemer niet nietig is. De onderneming zou zich enkel het recht toekennen om te oordelen of voldaan was aan alle voorwaarden en dus niet om discretionair te beslissen over de betaling. Bijgevolg was er geenszins sprake van een zuivere potestatieve voorwaarde.

Vervolgens stelde het Hof evenwel dat de werkgever bij het oordelen hierover te goeder trouw moet handelen en handelen zoals verwacht mag worden van een ‘redelijke contractpartij’. Concreet bedoelt het Hof dat er rekening moet worden gehouden met de legitieme verwachtingen van de werknemer. Meer bepaald stelde het Hof dat de werknemer minstens op voorhand op de hoogte moest worden gesteld van het feit dat zijn prestaties als ondermaats werden beschouwd. Dit zou hem de kans gegeven hebben zijn prestaties te verbeteren, ofwel de opmerkingen te betwisten. Ook bij de finale evaluatie werd aan de werknemer niet de kans geboden zijn mening te geven. Hierdoor kwam de werkgever volgens het Arbeidshof zijn verplichting tot goede trouw niet na.

Het Hof besloot dat een gepaste sanctie is de werknemer het volledige bedrag van het vooraf bepaalde bonusbedrag toe te kennen.

Wat onthouden?

Het arrest is interessant omdat er vooral geoordeeld wordt vanuit de goede trouw van de werkgever bij het uitoefenen van zijn bonusplan. Er wordt dus niet beslist tot de nietigheid van een clausule waarin het uiteindelijke bonusbedrag afhankelijk wordt gesteld van de beoordeling door de werkgever van de actieve bijdrage van een werknemer aan een project, maar er wordt gekeken naar de manier waarop de werkgever deze clausule toepast. Op basis van dit arrest, lijkt voorzichtigheid dus geboden bij het toepassen van een dergelijke clausule wanneer de werknemer geen kans op inspraak of verweer wordt gegeven...

Arbeidshof Brussel, 13 oktober 2017, AR nr. 2016/AB/667

Annabelle Truyers
Advocaat Claeys & Engels

 

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen