< Terug naar overzicht

Dadingovereenkomst is niet tegenstelbaar aan de RSZ

Door het sluiten van een dadingovereenkomst maken partijen definitief een einde aan een geschil. Het gebeurt vaak dat een gewezen werknemer en werkgever een dadingovereenkomst sluiten, waarin wordt overeengekomen welke vergoedingen er nog verschuldigd zij

De zaak handelt over het ontslag om dringende reden van een werknemer, die zijn ontslag vervolgens heeft aangevochten voor de arbeidsrechtbank. De werknemer werd door de arbeidsrechtbank gevolgd, die de werkgever veroordeelde tot betaling van een opzegvergoeding. Na de tussenkomst van dit vonnis hebben de partijen onderhandelingen gevoerd met het oog op een minnelijke regeling.
Ze zijn daarbij tot het volgende akkoord gekomen: de werkgever zou afzien van zijn recht om hoger beroep aan te tekenen tegen het vonnis, op voorwaarde dat de werknemer genoegen zou nemen met de helft van de toegekende opzegvergoeding. Dit akkoord werd bevestigd in een schriftelijke dadingovereenkomst en werd uitgevoerd.

RSZ op toegekend bedrag


Toen het sociaal secretariaat van de werkgever een wijzigend bericht overmaakte aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (op basis van de overeengekomen vergoeding in de dadingovereenkomst), protesteerde de RSZ tegen het wijzigend bericht. De RSZ merkte op dat de gesloten dadingovereenkomst tussen de partijen niet kan worden ingeroepen ten aanzien van de RSZ, die sociale-zekerheidsbijdragen kan innen op het volledige bedrag van de opzegvergoeding zoals dit door de arbeidsrechtbank werd toegekend.
Deze nieuwe betwisting werd voorgelegd aan de arbeidsrechtbank, die het pleit beslechtte in het voordeel van de RSZ. De arbeidsrechtbank oordeelde dat de dadingovereenkomst niet tegenstelbaar is aan de RSZ. Aangezien de verplichting om sociale-zekerheidsbijdragen te betalen de openbare orde raakt, kunnen de rechten van de RSZ, aldus de arbeidsrechtbank, niet conventioneel worden beperkt.
De arbeidsrechtbank voegde eraan toe dat het recht op loon (in casu: een opzegvergoeding) van de werknemer werd toegekend door een vonnis van de arbeidsrechtbank dat door de werkgever niet meer kon worden aangevochten, omdat er na het vonnis door de partijen een dadingovereenkomst werd gesloten waarbij de werkgever afstand heeft gedaan van zijn recht om hoger beroep aan te tekenen. De werkgever kon zich niet verzoenen met dit oordeel van de arbeidsrechtbank en bracht de zaak voor het arbeidshof te Gent.

Beter in beroep?


Het arbeidshof te Gent sloot zich aan bij het oordeel van de eerste rechter. Het arbeidshof bevestigde dat de bijdrageregel voor de sociale zekerheid van openbare orde is. Het hof voegde eraan toe dat het verschuldigd zijn van de sociale-zekerheidsbijdragen niet afhankelijk is van de uitbetaling van het loon als dusdanig, maar wel van het verschuldigd zijn van dit loon.
Het feit dat een werknemer, nadat het loon effectief verschuldigd is geworden (in casu: met de uitspraak van de arbeidsrechtbank), geen aanspraak maakt op dat loon of met de werkgever overeenkomt om dit loon te verminderen, belet niet dat er sociale-zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op dat volledige verschuldigde loon.
Dit arrest van het arbeidshof leert ons dat het opportuun kan zijn voor de werkgever, die een dading wil sluiten na de tussenkomst van een vonnis, om toch hoger beroep aan te tekenen tegen dit vonnis om het arbeidshof akte te laten nemen van de gesloten overeenkomst. Als de partijen een dadingovereenkomst sluiten waarin de werkgever afstand doet van zijn recht om hoger beroep aan te tekenen en waarin de werknemer genoegen neemt met slechts een deel van de toegekende vergoedingen, kan de RSZ sociale-zekerheidsbijdragen innen op de totale vergoedingen.

Arbeidshof Gent, afdeling Gent, tweede Kamer, 11 mei 2009, A.R. 144/07 – 145/07

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen