< Terug naar overzicht

Controle op e-mail en chatberichten: schending van de privacy?

Het Europees Hof van de Rechten van de Mens heeft een opmerkelijk arrest geveld. Mag een werkgever de e-mails en chatberichten van zijn werknemers inkijken en hen op basis daarvan zelfs ontslaan?

Het is evident dat werknemers recht hebben op privacy, net als elke burger. Dit recht is echter niet absoluut en kan in een arbeidsrechtelijke context in zekere mate aan banden worden gelegd, doordat er een spanningsveld bestaat tussen het recht op privacy van de werknemers, enerzijds, en het recht om gezag en toezicht uit te oefenen van de werkgever anderzijds. De vraag hoever een werkgever hierin mag gaan, is niet altijd zo evident en deed al heel wat inkt vloeien.

In een arrest van 12 januari 2016 oordeelde het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) dat het recht op privacy van een werknemer niet geschonden was nadat hij ontslagen was op basis van informatie die werd verkregen naar aanleiding van een controle door de werkgever van zijn e-mail en chatberichten die verstuurd werden tijdens de werkuren.

Voorschriften overtreden of privacy geschonden?

De werknemer had op vraag van zijn werkgever een Yahoo Messenger-account aangemaakt om vragen van klanten te beantwoorden. Een interne policy van de werkgever schreef voor dat bedrijfsgoederen en -computers louter en alleen voor professionele doeleinden konden worden aangewend.

Een controle van deze account door de werkgever wees uit dat de werknemer deze veelvuldig had gebruikt tijdens de werkuren om privégesprekken te voeren via e-mail en chat. Daarop werd hij ontslagen. De werknemer vocht zijn ontslag aan omdat hij meende dat zijn recht op privacy was geschonden.

Legaliteit, finaliteit en proportionaliteit

Volgens het Europees Hof van de Rechten van de Mens heeft een werkgever het recht om in het kader van de uitoefening zijn werkgeversgezag na te gaan of een werknemer zich tijdens de werkuren wel bezighoudt met professionele activiteiten. Dit kan bijvoorbeeld door een controle uit te voeren van de e-mail en het chataccount van de werknemer. In dit geval mocht de werkgever ervan uitgaan dat er zich uitsluitend professionele berichten in dat account bevonden, aangezien dit zo was opgelegd aan de werknemer en deze eerder ook had ontkend zijn professionele account voor privédoeleinden te hebben gebruikt.

Dit arrest van het Europees Hof van de Rechten van de Mens bevestigt dus de principes van het werkgeversgezag, maar geeft de werkgever anderzijds geen ‘carte blanche’ om de e-mails en chatberichten van werknemers te controleren. De inmenging in het privéleven van de werknemers moet immers beantwoorden aan de beginselen van legaliteit, finaliteit en proportionaliteit.

Belgische werkgevers moeten daarnaast ook rekening houden met cao 81 van 26 april 2002. Uit dit arrest blijkt ten slotte nogmaals hoe belangrijk een duidelijke e-mail- en internetpolicy is voor een werkgever.

Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM), 12 januari 2016, nr. 61496/08

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen