< Terug naar overzicht

Camerabeelden en het recht op privacy, eindelijk meer duidelijkheid?

Een getuige én camerabeelden tonen fraude, maar wat als de (beschermde) werknemer wijst op ‘onrechtmatig verkregen bewijs’?

Wanneer bewijsmateriaal is verkregen met miskenning van het recht op privacy van de werknemers is er sprake van ‘onrechtmatig verkregen bewijs’ dat door de rechtbank in principe uit de debatten zal worden geweerd. Volgens de ‘Antigoonrechtspraak’ van het Hof van Cassatie kan de rechter in bepaalde gevallen evenwel oordelen dat dit bewijs toch in aanmerking mag worden genomen. Deze rechtspraak, die aanvankelijk betrekking had op strafzaken, heeft al heel wat inkt doen vloeien. Vooral de vraag of deze principes ook kunnen worden toegepast in een zuiver arbeidsrechtelijke betwisting, blijft voer voor discussies. De arbeidsrechtbank van Mechelen heeft in een recent vonnis een duidelijk standpunt ingenomen.

Getuige én camerabeelden


De zaak handelt over het voorgenomen ontslag om dringende reden van een kandidaat-personeelsafgevaardigde (beschermd werknemer). De werkgever verzocht de arbeidsrechtbank van Mechelen om de ingeroepen ontslagmotieven te willen erkennen als ‘dringende reden’, zodat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang en zonder recht op een opzeggingsvergoeding zou kunnen worden beëindigd.

De feiten die de werknemer ten laste werden gelegd, betroffen een frauduleus gebruik van de prikklok. De werkgever stelde dat de werknemer soms iemand anders (op zijn uitdrukkelijk verzoek) liet ‘inprikken’, terwijl hij zelf nog niet op het werk was. Zo werden periodes van afwezigheid frauduleus geregistreerd als arbeidstijd.

De werknemer betwistte het ontslagmotief, zodat het aan de werkgever was om hiervan het bewijs te leveren. De werkgever trachtte dit te doen op twee manieren: door te verwijzen naar de verklaring van een collega-werknemer (die bevestigde dat hij op vraag van de beschermde werknemer heeft ingeprikt) en naar camerabeelden waarop te zien is dat de betrokken werknemer aankomt op een tijdstip dat niet overeenstemt met het tijdstip waarop er ingeprikt werd.

De werknemer betwistte niet alleen de verklaring van zijn collega-werknemer, maar beriep zich ook op zijn recht op privacy om het gebruik van de camerabeelden te beletten. De werknemer beweerde dat de camerabeelden uit de debatten dienden te worden geweerd, omdat de werkgever de procedures (cao 68) niet zou hebben nageleefd.

‘Antigoonrechtspraak’


De arbeidsrechtbank kwam tot de conclusie dat de werkgever wel degelijk de voorgeschreven informatieprocedure voor de ondernemingsraad had gerespecteerd. Belangrijker is echter het oordeel over de toepassing van de ‘Antigoonrechtspraak’ in arbeidsrechtelijke zaken: de arbeidsrechtbank bevestigde dat, zelfs indien zou zijn gebleken dat de werkgever de voorgeschreven procedures niet correct had nageleefde, het uiteindelijk aan de rechter toekomt om te oordelen of deze ‘onregelmatig verkregen bewijsstukken’ al dan niet kunnen worden gebruikt in het kader van de procedure.

Dat principe werd al bevestigd in een aantal arresten van het Hof van Cassatie, eerst in strafzaken en later ook in een sociale-zekerheidsrechtelijk geding, maar er bleef onduidelijkheid over de vraag of deze principes ook kunnen worden toegepast op een zuiver arbeidsrechtelijk geschil.

Vanzelfsprekend blijft het steeds afwachten of in een concreet geval al dan niet gebruik kan worden gemaakt van bewijs dat ‘op onrechtmatige wijze’ werd verkregen, waarbij de afweging steeds dient te worden gemaakt door de rechter. Niettemin is deze uitspraak van de arbeidsrechtbank van Mechelen opmerkelijk. Een belangrijke kanttekening is dat er inmiddels hoger beroep werd aangetekend, zodat het nog afwachten blijft…

Arbeidsrechtbank van Mechelen, 3de kamer, 20 maart 2013, onuitgegeven, AR 13/169/A

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen