< Terug naar overzicht

Beschermingsvergoeding bij ouderschapsverlof: hoe berekenen?

Het Europees Hof van Justitie had al beslist dat wanneer een voltijdse werknemer tijdens zijn deeltijds ouderschapsverlof wordt ontslagen, de opzeggingsvergoeding moet worden berekend op basis van het voltijdse loon. Maar hoe zit het dan met de beschermin

Een werkneemster werd ontslagen zonder dringende reden of voldoende reden tijdens haar deeltijds ouderschapsverlof en had bijgevolg recht op een forfaitaire beschermingsvergoeding, gelijk aan zes maanden loon. De vraag drong zich op hoe die beschermingsvergoeding berekend dient te worden: op basis van het voltijdse of deeltijdse loon?

In een eerder arrest van 22 oktober 2009 van het Europees Hof van Justitie (arrest-Meerts) werd al geoordeeld dat – in geval van deeltijds ouderschapsverlof – de opzeggingsvergoeding op basis van het hypothetisch voltijds loon moet worden berekend. Dit principe werd dan ook verankerd in de Belgische wetgeving.

Afschrikking

Er werd echter niets expliciet bepaald over de berekeningswijze van de forfaitaire beschermingsvergoeding. Net zoals bij het arrest-Meerts het geval was, verwijst het Hof van Justitie naar artikel 2 van de Europese Raamovereenkomst Ouderschapsverlof van 14 december 1994. Dat artikel bepaalt dat lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen om de werknemers te beschermen tegen het ontslag wegens het aanvragen of het opnemen van ouderschapsverlof.

Volgens het Hof zou de berekening op het verminderde deeltijdse loon, de nuttige werking van de forfaitaire beschermingsvergoeding grotendeels doen verliezen. Het doel van deze beschermingsvergoeding is immers werkgevers af te schrikken om hun werknemers zonder dringende of voldoende reden te ontslaan tijdens hun deeltijds ouderschapsverlof.

Alle rechten behouden

Het Hof van Justitie wijst er ook op dat werknemers die ervoor gekozen hebben om deeltijds in plaats van voltijds ouderschapsverlof op te nemen, niet benadeeld mogen worden. Hier anders over oordelen, zou afbreuk doen aan de raamovereenkomst dat net tot doel heeft om nieuwe en flexibele vormen van arbeid en tijd te stimuleren, afgestemd op én rekening houdend met de steeds veranderende behoeften van enerzijds onze maatschappij en anderzijds van het bedrijfsleven en de werknemers.

Ten slotte wijst het Hof van Justitie op de bepaling in de Europese Raamovereenkomst die stelt dat de rechten die een werknemer bij het begin van het ouderschapsverlof heeft verworven of in wording zijn, ongewijzigd behouden blijven tot het einde van het verlof. Het Hof oordeelt dan ook dat de werknemer vanaf het begin van het ouderschapsverlof aanspraak kan maken op de forfaitaire beschermingsvergoeding. Het feit dat de betrokken werknemer dit recht slechts daadwerkelijk kan uitoefenen indien zijn werkgever hem later, tijdens zijn ouderschapsverlof, onwettig ontslaat, doet volgens het Hof van Justitie niet ter zake.

Conclusie

Net zoals dat al het geval was bij de opzeggingsvergoeding, zal nu ook de forfaitaire beschermingsvergoeding bij deeltijds ouderschapsverlof moeten worden berekend op basis van het loon dat de werknemer zou hebben verdiend indien hij/zij zijn/haar arbeidsprestaties niet had verminderd.

Europees Hof van Justitie, 27 februari 2014, C-588/12

 

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen