< Terug naar overzicht

Berekening opzegvergoeding bij loopbaanvermindering: op basis van voltijds of deeltijds loon?

In vorige bijdragen gingen we reeds in op de discussie over de berekeningswijze van de opzegvergoeding van een werknemer die loopbaanvermindering geniet. Hoewel de meeste arbeidshoven en -rechtbanken van oordeel zijn dat de opzegvergoeding moet worden

In een arrest van 11 december 2006 bevestigde het Hof van Cassatie bevestigd dat een werknemer die tewerkgesteld is in een stelsel van verminderde arbeidsprestaties in geval van eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever aanspraak kan maken op een opzegtermijn waarvan de duur moet worden berekend alsof de werknemer zijn arbeidsprestaties niet had verminderd. Hierover bestond evenwel geen discussie.
Onenigheid bestond er wel over de berekeningswijze van de opzegvergoeding. Hier merkte het Hof van Cassatie op dat er voor het vaststellen van het bedrag van de vergoeding bepaald in artikel 39, §1, van de Arbeidsovereenkomstenwet (d.i. de opzegvergoeding) niet is voorzien in een afwijking in geval van loopbaanvermindering. Daardoor zou die opzegvergoeding moeten worden berekend met inachtneming van het loon waarop de werknemer effectief recht heeft op het tijdstip van de kennisgeving van het ontslag. Met andere woorden: de opzegvergoeding moet volgens het Hof van Cassatie worden berekend op basis van het deeltijds loon van de werknemer in loopbaanvermindering en niet op basis van het (fictief) voltijds loon.
Het Hof voegde daar nog aan toe dat de omstandigheid dat de werknemer na afloop van de periode van loopbaanvermindering in beginsel de mogelijkheid heeft opnieuw voltijds te werken en de werknemer, ingevolge het ontslag, deze mogelijkheid verliest, daaraan geen afbreuk doet. Hiermee lijkt het Hof van Cassatie zich te distantiëren van een bepaalde strekking in de rechtspraak die de opzegvergoeding berekent op basis van het (fictief) voltijds loon van de werknemer wiens arbeidsprestaties tijdelijk worden verminderd in het kader van een stelsel van loopbaanvermindering.
Het Hof van Cassatie paste dezelfde redenering toe voor de berekeningswijze van de beschermingsvergoeding (artikel 101 van de Herstelwet van 22 januari 1985). Deze vergoeding moet dus ook worden berekend met inachtneming van het (deeltijds) loon waarop de werknemer effectief recht heeft op het ogenblik van de kennisgeving van het ontslag.
Het ziet er dus naar uit dat dit cassatiearrest een oude discussie eindelijk heeft opgehelderd.

images
images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen