< Terug naar overzicht

Belgische Antidiscriminatiewet is… discriminerend

De Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007 impliceert een discriminatieverbod op basis van een aantal limitatief opgesomde discriminatiegronden, zoals leeftijd, geslacht, geloof, seksuele geaardheid en dergelijke. In een recent arrest heeft het Grondwettelij

In zijn arrest van 2 april 2009 buigt het Grondwettelijk Hof zich over een beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007. Het Grondwettelijk Hof kwam daarbij tot de – pijnlijke – conclusie dat de Antidiscriminatiewet op bepaalde punten in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

1. Syndicale overtuiging


Vooreerst stelde het Grondwettelijk Hof vast dat de criteria ‘lidmaatschap van een vakorganisatie’, ‘syndicale overtuiging’ en ‘syndicale activiteit’ niet zijn opgenomen in de (gesloten) lijst van discriminatiegronden in de wet. De verzoekende partijen argumenteerden dat dit een niet te verantwoorden verschil in behandeling met zich meebrengt tussen de slachtoffers van een discriminatie op basis van één van deze gronden en de slachtoffers van een discriminatie op basis van een grond die wel in de lijst voorkomt.
Het Hof volgde dit standpunt en besloot om bepaalde artikels van de Antidiscriminatiewet te vernietigen, in zoverre deze artikels onder de daarin vermelde discriminatiegronden niet de syndicale overtuiging beogen. De Antidiscriminatiewet zal dus moeten worden aangepast om deze discriminatiegrond toe te voegen, maar blijft voor het overige ongewijzigd van kracht.

2. Pesten op het werk


Het Grondwettelijke Hof vond nog een ongelijkheid. De Antidiscriminatiewet is niet van toepassing in geval van intimidatie (pesterijen) in arbeidsbetrekkingen. De Antidiscriminatiewet zegt dat de ‘Pestwet’ in dat geval voorrang heeft. Het probleem is echter dat de wetgever deze voorrangsbepaling – per vergissing – enkel heeft voorzien voor ‘personen die gelijkgesteld zijn met werknemers’ in het kader van de Welzijnswet (onder meer ambtenaren), maar niet voor ‘de werknemers’ zelf. Hierdoor ontstaat er een onverantwoord verschil in behandeling, volgens het Grondwettelijk Hof.

3. Bij voorbaat afstand


Een laatste punt van kritiek werd gevonden in de bepalingen van de Antidiscriminatiewet met betrekking tot de nietigheid van bedingen waarin ‘bij voorbaat afstand wordt gedaan van de bescherming van de wet’. De term ‘bij voorbaat’ geeft volgens het Grondwettelijk Hof aanleiding tot een ongelijke behandeling.
Deze term moet dan ook worden weggelaten uit de wet om ervoor te zorgen dat de sanctie van de nietigheid ook van toepassing is wanneer een partij gelijktijdig met of ná een discriminatie zou afzien van de bescherming van de wet.

Strijdig met het gelijkheidsbeginsel


Om al deze redenen besloot het Grondwettelijk Hof tot een gedeeltelijke vernietiging van de Antidiscriminatiewet wegens – raar maar waar – strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel.

< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen