< Terug naar overzicht

Belgisch-Nederlands samenwerkingsakkoord tegen sociale fraude

Op 9 april 2018 ondertekenden België en Nederland een nieuw samenwerkingsakkoord. Het beoogt een efficiëntere elektronische uitwisseling van gegevens “ter verbetering van de handhaving van de sociale-zekerheidswetgeving in België en Nederland”. Kortom, het gaat erom de sociale fraude beter te kunnen opsporen. Wat houdt het precies in?

Het akkoord is gesloten tussen enerzijds de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) en de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ) voor wat België betreft en anderzijds het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de Stichting Inlichtingenbureau (IB) voor wat Nederland betreft. In dit samenwerkingsakkoord leggen beide landen een aantal afspraken vast over onder meer de wijze waarop de elektronische gegevensoverdracht gebeurt en het gebruik, de opslag en de vernietiging van de gegevens.

Doel van het akkoord

Met het akkoord wensen beide landen een uitwisseling van gegevens tussen België en Nederland tot stand te brengen om op die manier:

  • Een ongeoorloofde cumul van een werkloosheidsuitkering in het ene land met een werkloosheidsuitkering of inkomsten uit arbeid in het andere land vast te stellen.
  • Onrechtmatige detacheringen op te sporen.
  • Na te gaan of de Nederlandse uitkeringsontvangers in het kader van de Participatiewet eveneens in België inkomsten ontvangen.

Met andere woorden, naast het opsporen van werkloosheidsfraude, viseert het akkoord ook het opsporen van onrechtmatige detacheringen waarbij niet aan de detacheringsvoorwaarden is voldaan.

Onrechtmatige detacheringen

De basisregel van de Verordening 883/2004 is dat een werknemer slechts in één lidstaat onderworpen is aan de sociale zekerheid, en in principe is dit de lidstaat waar effectief wordt gewerkt. De detachering vormt hierop een uitzondering, waarbij een werknemer die gewoonlijk in een lidstaat werkt tijdelijk in een andere lidstaat gaat werken en toch onderworpen blijft aan de sociale zekerheid van de uitzendstaat. Denk bijvoorbeeld aan een Nederlandse werknemer in dienst van een Nederlandse werkgever, die tijdelijk voor zijn Nederlandse werkgever een project bij een Belgische klant of een Belgische zusteronderneming komt uitvoeren.

Noch voor de Nederlandse werkgever, noch voor de Nederlandse werknemer zelf is het wenselijk om voor de duurtijd van de opdracht in België van sociale zekerheid te veranderen. Daarom voorziet de Verordening 883/2004 dat de werknemer verplicht aan de sociale zekerheid van de uitzendstaat (in dit geval Nederland) onderworpen blijft voor zover een aantal voorwaarden zijn vervuld. Deze werden ingevoerd om misbruiken te vermijden, gelet op de belangrijke verschillen tussen de hoogte van de bijdragen en de prestaties in de diverse lidstaten.

Meer bepaald moeten in bovenvermeld voorbeeld de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn, opdat er sprake zou zijn van een rechtmatige detachering:

  • De gedetacheerde werknemer moet onmiddellijk voorafgaand aan de detachering gedurende minstens 1 maand onderworpen zijn geweest aan de Nederlandse sociale zekerheid. De hoedanigheid waarin speelt geen rol en de gedetacheerde werknemer moet dus niet noodzakelijk voorafgaandelijk 1 maand in dienst geweest zijn van de uitzendende werkgever.
  • Gedurende de detachering moet tussen de gedetacheerde werknemer en de Nederlandse werkgever een directe band blijven bestaan. Concreet betekent dit dat tijdens de detachering de Nederlandse werkgever de beslissingsbevoegdheid moet blijven behouden voor aanwerving en ontslag, de vaststelling van de aard van de werkzaamheden, de arbeidsovereenkomst (functie en loon), het opleggen disciplinaire sancties en dergelijke meer. Evenmin mag de Nederlandse arbeidsovereenkomst worden geschorst en een Belgische arbeidsovereenkomst met een Belgische vennootschap worden gesloten.
  • De detachering moet tijdelijk zijn. In principe geldt dat de detachering betrekking moet hebben op activiteiten met een verwachte duur van maximaal 24 maanden. De uitzendstaat en ontvangststaat kunnen wel overeenkomen om deze duur te verlengen, wat in de praktijk vaak gebeurt tot 5 jaar.
  • De Nederlandse werkgever moet substantiële economische activiteiten hebben in de uitzendstaat (Nederland) die verder gaan dan louter intern beheer/management. Om te bepalen of de werkgever substantiële economische activiteiten verricht in de uitzendstaat (Nederland), moet rekening worden gehouden met alle elementen die de activiteit van de werkgever kenmerken. Een vaak gehanteerde richtlijn is dat de werkgever minstens 25 procent van zijn omzet in de uitzendstaat (Nederland) moet realiseren. Hierbij wordt gekeken naar de gepubliceerde rekeningen van de werkgever in de voorafgaande 12 maanden (of vanaf het ogenblik van de oprichting van de onderneming indien deze minder dan 12 maanden geleden werd opgericht). Zie ook: ‘Praktische gids over de toepasselijke wetgeving in de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland’, Social Europe, december 2013, blz. 9/57.
  • De gedetacheerde werknemer mag niet worden uitgezonden om een andere gedetacheerde werknemer te vervangen. Deze voorwaarde werd ingevoerd om te vermijden dat een permanente betrekking wordt ingevuld door opeenvolgende detacheringen.

Detacheringen die niet aan deze voorwaarden voldoen, zijn onrechtmatig. Met de uitwisseling van gegevens wensen België en Nederland onrechtmatige detacheringen waarbij werknemers respectievelijk aan Nederlandse of Belgische sociale zekerheid onderworpen blijven terwijl de detacheringsvoorwaarden niet zijn vervuld, te detecteren.

Auteur: Sophie Maes (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen