< Terug naar overzicht

Beïnvloedt zwangerschap duur van opzeggingstermijn?

Het arbeidshof van Brussel boog zich over de vraag of de zwangerschap van een ontslagen bediende een element is waarmee rekening gehouden dient te worden voor de vaststelling van de duur van de opzeggingstermijn.

De opzeggingstermijn/opzeggingsvergoeding van een ‘hogere’ bediende wordt in principe vastgesteld bij overeenkomst. Indien er geen overeenstemming wordt bereikt omtrent de duur van de opzeggingstermijn, is de rechter bevoegd om deze te bepalen. De rechter bepaalt de duur van de opzeggingstermijn met inachtneming van de kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden en dit rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd van de werknemer, de uitgeoefende functie en het loon volgens de ‘gegevens eigen aan de zaak’.

Het begrip ‘gegevens eigen aan de zaak’ is echter niet altijd eenvoudig in te vullen en vaak dient de rechter zich uit te spreken over de vraag of een bepaalde omstandigheid al dan niet in acht genomen moet worden om de toepasselijke opzeggingstermijn te bepalen. Zo diende het arbeidshof van Brussel zich onlangs uit te spreken over de vraag of de zwangerschap van de ontslagen bediende een element is waarmee rekening gehouden dient te worden voor de vaststelling van de duur van de opzeggingstermijn.

In casu werd de arbeidsovereenkomst van een vrouwelijke bediende beëindigd mits betaling van een opzeggingsvergoeding. Deze opzeggingsvergoeding werd berekend aan de hand van de algemeen aanvaarde formule-Claeys. De bediende meende echter dat ze recht had op een hogere opzeggingsvergoeding, omdat ze zwanger was. Volgens de bediende zorgde haar zwangerschap er immers voor dat ze minder snel een nieuwe, gelijkwaardige dienstbetrekking zou vinden, zodat dit een element is ‘eigen aan de zaak’. Daarmee moet rekening gehouden worden voor het bepalen van de passende opzeggingsvergoeding.

Het arbeidshof te Brussel volgde de redenering van de bediende niet en oordeelde dat het discriminatoir zou zijn als men de zwangerschap van een ontslagen werkneemster in aanmerking neemt als ‘gegeven eigen aan de zaak’. De Belgische discriminatiewetgeving stelt een onderscheid op basis van zwangerschap immers gelijk met een vorm van ‘directe discriminatie’ op basis van geslacht, wat verboden is. Het arbeidshof oordeelde dan ook dat de bediende geen recht had op een aanvullende opzeggingsvergoeding.

Volledigheidshalve dient opgemerkt dat dit arrest van het arbeidshof te Brussel geen afbreuk doet aan de principes inzake de ontslagbescherming van een zwangere werkneemster. Een werkneemster mag immers niet worden ontslagen om een reden die verband houdt met haar zwangerschap.

Arbeidshof Brussel, 19 februari 2010, AR nr. 2009/AB/52.143

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen