< Terug naar overzicht

Beëindiging arbeidsovereenkomst met proefbeding vóór het begin van uitvoering: dan toch mogelijk?

Doorgaans wordt een arbeidsovereenkomst al een bepaalde tijd voor de effectieve aanvang ervan afgesloten. Het kan uiteraard gebeuren dat de werkgever of een werknemer na de ondertekening van de arbeidsovereenkomst van mening verandert en nog vóór de eff

Een cassatiearrest van 11 december 2000 formuleerde een antwoord op die vraag. Het handelde om een werknemer die zijn arbeidsovereenkomst (die een proefbeding bevatte) nooit werkelijk had aangevat. Het Hof van Cassatie besliste dat een arbeidsovereenkomst mét proefbeding niet zomaar kon worden opgezegd vooraleer de arbeidsovereenkomst was begonnen: bleef een werknemer afwezig op zijn eerste werkdag, dan was hij een verbrekingsvergoeding verschuldigd gelijk aan het loon van één maand en zeven dagen.

Het Hof van Cassatie baseerde zijn oordeel op de overweging dat het artikel 81 van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978, dat betrekking heeft op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens de proefperiode, de mogelijkheid wil uitsluiten om een op proef gesloten arbeidsovereenkomst te beëindigen vóór het verstrijken van de eerste maand van de uitvoering van de overeenkomst.

Gedurende meer dan een decennium werd het oordeel van het Hof van Cassatie in de rechtspraak en rechtsleer consequent gevolgd. Een recent vonnis van de arbeidsrechtbank van Gent gaat echter tegen de stroom in. De arbeidsrechtbank van Gent oordeelde in een vonnis van 24 mei 2012 dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de feitelijkheden die aan de basis lagen van het arrest van het Hof van Cassatie van 11 december 2000 en het geval waarover de arbeidsrechtbank nu uitspraak diende te doen. Uitleggen wat dit – nota bene nooit eerder door andere arbeidsgerechten opgemerkte – verschil precies inhoudt, zou ons in het kader van deze bespreking te ver leiden. In ieder geval, door te wijzen op het verschil inzake de feitelijkheden, werd de interpretatie van het Hof van Cassatie terzijde geschoven en oordeelde de arbeidsrechtbank dat de werknemer vrij was om de arbeidsovereenkomst (ondanks het proefbeding) op te zeggen vóór de aanvang ervan.

Het oordeel van de arbeidsrechtbank van Gent is een duidelijke afwijking van de tot op heden consequent toegepaste rechtspraak van het Hof van Cassatie. Of deze nieuwe strekking navolging zal kennen in de andere arbeidsgerechten, is nog een groot vraagteken. Ons lijkt deze recente visie in ieder geval bekritiseerbaar: oordeelde het Hof van Cassatie in 2000 niet letterlijk dat “wanneer de bediendenovereenkomst een beding van proeftijd bevat, de overeenkomst minstens één maand in het kader van de proef moet worden uitgevoerd” en vloeit dit niet rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 81 van de Arbeidsovereenkomstenwet? De toekomst zal moeten uitwijzen of deze nieuwe interpretatie te rijmen valt met de wetgeving en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Cassatie. Met dit vonnis werd wel een deur geopend voor werknemers of werkgevers die weinig doordacht een arbeidsovereenkomst met proefbeding hebben gesloten en hier alsnog vanaf willen…

Arbeidsrechtbank van Gent, 24 mei 2012, AR 12/556/A

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen