< Terug naar overzicht

Algemene weigering van een werknemer met diabetes: discriminatie?

De antidiscriminatiewet verbiedt discriminatie in arbeidsbetrekkingen op grond van de huidige of toekomstige gezondheidstoestand of handicap. Als de werknemer erin slaagt om aannemelijk te maken dat er wel eens sprake zou kunnen zijn van discriminatie, is het aan de werkgever om het bewijs van het tegendeel of enige rechtvaardiging te leveren, wat niet evident is.

Een havenarbeidster die na een medisch onderzoek ongeschikt werd bevonden voor havenarbeid, omdat zij lijdt aan diabetes type 1 (wat een levenslange inspuiting van insuline vereist), was van oordeel dat zij hierdoor werd gediscrimineerd op basis van haar gezondheidstoestand/handicap. Zij meende dat zij op grond van een niet-gerechtvaardigde directe discriminatie omwille van haar handicap (diabetes type 1) ten onrechte werd uitgesloten van het beroep van havenarbeider en bracht haar zaak voor de rechtbank. In het bijzonder ging het om een tewerkstelling in de functie van containermarkeerder, die als taak heeft de uiterlijke staat van de goederen te controleren, alsook bepaalde gegevens zoals het aantal, het gewicht en/of de afmetingen van de goederen te noteren.

De werkgever betwistte niet dat de betrokkene omwille van haar diabetes ongeschikt werd bevonden om als havenarbeidster tewerkgesteld te worden. Dit maakt volgens het arbeidshof – in tegenstelling tot de arbeidsrechtbank in eerste aanleg – een directe discriminatie uit op grond van een handicap of een huidige of toekomstige gezondheidstoestand.

Gezondheidstoestand of handicap?

De werkgever stelde echter dat rechtvaardigingsgronden voorhanden waren. In die optiek diende de rechter zich uit te spreken over de vraag of insulineafhankelijke diabetes beschouwd moet worden als een handicap of valt onder het criterium huidige of toekomstige gezondheidstoestand. Het beschermd criterium ‘handicap’ is immers strenger dan ‘gezondheidstoestand’. Een direct onderscheid op basis van handicap kan enkel worden gerechtvaardigd op basis van wezenlijke en bepalende beroepsvereisten.

Het begrip ‘handicap’ wordt door het Europees Hof van Justitie zeer ruim geïnterpreteerd als “een beperking die het gevolg is van lichamelijke, geestelijke of psychische aandoeningen die in wisselwerking met diverse drempels de betrokkenen kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met andere werknemers aan het beroepsleven deel te nemen, en die beperking langdurig is.” Op basis van deze brede invulling is het arbeidshof van oordeel dat de gezondheidstoestand ten gevolge van de ziekte diabetes type 1 beschouwd moet worden als een handicap.

Geen functiespecifieke criteria gebruikt

Om de vastgestelde directe discriminatie op grond van diabetes te rechtvaardigen, diende de werkgever dan ook wezenlijke en bepalende beroepsvereisten aan te tonen. Dergelijke specifieke vereisten kunnen alleen maar uitzonderlijk voorhanden zijn wanneer deze strikt noodzakelijk zijn om de concrete beroepsactiviteiten uit te oefenen. Zij moeten eveneens legitiem en evenredig zijn.

De argumentatie van de werkgever bestond erin dat het medisch onderzoek erop gericht was om de medische geschiktheid te beoordelen voor gelijk welke functie in de haven. Door te vertrekken van de strengste functievereisten is er volgens het arbeidshof sprake van een strijdigheid met de antidiscriminatiewet, omdat geen gebruik wordt gemaakt van functiespecifieke criteria die rekening houden met de concrete taken die uiteindelijk zullen worden uitgeoefend.

De evenredigheidstoets

Vervolgens onderzocht het arbeidshof dan ook of de afwezigheid van diabetes type 1 zou kunnen worden beschouwd als een wezenlijke of bepalende beroepsvereiste voor de specifieke functie die de betrokken werkneemster zou uitoefenen in de haven, meer bepaald die van containermarkeerder. Hoewel het arbeidshof aanvaardt dat er sprake is van een legitiem doel, namelijk het nastreven van de veiligheid, is het hof van oordeel dat niet voldaan is aan de evenredigheidstoets.

Volgens het arbeidshof toont de werkgever niet aan dat een specifiek onderzoek naar de geschiktheid van een kandidaat-containermarkeerder met diabetes type 1, bijvoorbeeld met betrekking tot het inzicht in de aandoening en of er geregeld geneeskundig toezicht is, niet had kunnen uitmaken of de betrokkene ja dan neen de specifieke job die ze wenste uit te oefenen, aankan.

Het arbeidshof verwijst in dit verband naar de (Europese en Belgische) regelgeving voor rijbewijzen voor zwaar transport en personenvervoer, een activiteit die zeker ook niet zonder gevaren is. Diabetes type 1 leidt hier niet automatisch tot de uitsluiting van het rijbewijs. Het arbeidshof is dan ook van oordeel dat niet bewezen is dat het vereist is om alle insulineafhankelijke diabetici op voorhand uit te sluiten voor de functie van containermarkeerder.

Automatische uitsluiting?

Naar oordeel van het arbeidshof heeft de werkgever bijgevolg gehandeld in strijd met de antidiscriminatiewet door geen functiespecifiek onderzoek te hebben uitgevoerd. Het arbeidshof oordeelt dan ook dat de medische criteria en de genomen beslissing nietig zijn. Ook de gevraagde schadevergoeding van 6 maanden loon werd toegekend.

Het arbeidshof van Antwerpen bevestigt met deze uitspraak zijn eerdere rechtspraak (arbeidshof van Antwerpen, 21 november 2011, onuitg.), dat de medische geschiktheid van een kandidaat-havenarbeider individueel en functiespecifiek beoordeeld moet worden. Een automatische uitsluiting voor eender welke functie aan de haven omwille van diabetes type 1 kan niet.

Arbeidshof van Antwerpen, afdeling Antwerpen, 16 oktober 2017, onuitg.

Auteur: Dorien Vandeput (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen