< Terug naar overzicht

Aanvullende kinderbijslag: bruikbaar instrument voor loonoptimalisatie?

In bepaalde sectoren kennen bedrijven hun werknemers met kinderen een aanvullende gezinsbijslag toe bovenop de wettelijke gezinsbijslag. Deze ondernemingen gaan ervan uit dat dit een loonvoordeel vrij van sociale-zekerheidsbijdragen is, maar klopt dat?

Het Hof van Cassatie diende zich uit te spreken over de volgende rechtsvraag. Een onderneming kent sinds jaar en dag aan haar werknemers met kinderen een aanvulling op de wettelijke kinderbijslag toe. De onderneming koppelt deze toekenning aan bepaalde functie- en anciënniteitsvoorwaarden. Plots beslist de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) deze aanvullingen te beschouwen als loon en vordert van de onderneming de betaling van achterstallige sociale-zekerheidsbijdragen.

De RSZ viseerde in dit dossier voornamelijk de aan de aanvulling gekoppelde toekenningsvoorwaarden, hetzij de vereiste functie en anciënniteit. Deze toekenningsvoorwaarden zouden volgens de RSZ immers vreemd zijn aan die van de wettelijke gezinsbijslag én bovendien zouden ze een vorm van discriminatie uitmaken (omdat niet alle werknemers van dit voordeel kunnen genieten).

Compensatie

Het Hof van Cassatie kon zich niet vinden in het standpunt van de Rijksdienst van Sociale Zekerheid en heeft duidelijk benadrukt dat de aanvullende gezinsbijslag – gekwalificeerd als aanvulling op een sociale-zekerheidsvoordeel – wel degelijk buiten het begrip ‘loon’ valt en dus vrij is van sociale-zekerheidsbijdragen.

Het feit dat deze vergoeding door de werkgever gekoppeld wordt aan bepaalde (functie- en anciënniteits)voorwaarden, doet volgens het Hof niet ter zake.

Het Hof van Cassatie oordeelde dat het volstaat dat de vergoeding, zijnde de aanvullende kinderbijslag, tot doel heeft een compensatie te zijn voor het verlies van arbeidsinkomsten of de verhoging van kosten veroorzaakt doordat één van de risico’s zich voordoet waartegen de verschillende sociale-zekerheidsregelingen bescherming bieden.

Meer dan 50 euro per maand?

Opmerkelijk in dit hele verhaal is dat de administratieve praktijk van de RSZ volgens dewelke een extralegale gezinsbijslag slechts aan te merken valt als een aanvulling op een sociale-zekerheidsvoordeel vrij van sociale-zekerheidsbijdragen, wanneer de extralegale aanvullingen het bedrag van 50 euro per kind per maand niet overschrijden, opzij gezet wordt. Deze benadering betreft echter slechts een administratieve richtlijn die misschien wel richtinggevend kan zijn voor de praktijk, maar juridisch niets anders in zich heeft.

In het cassatiearrest van 15 februari 2016 werd bevestigd dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ondernemingen niet kan verplichten zich aan dit maximum te houden op straffe van het verschuldigd zijn van sociale-zekerheidsbijdragen. De enige vraag die het Hof van Cassatie diende te beantwoorden, bestond erin te beslissen of een dergelijke betaling beschouwd kan worden als een aanvulling van één van de takken van de sociale zekerheid. Het antwoord was dan ook onverkort positief.

Discriminatie?

Hoewel dit niet uitdrukkelijk werd behandeld, moet ook aangestipt worden dat het discriminatieargument niet noodzakelijk een onderwerping aan RSZ-bijdragen met zich meebrengt. Nog aangenomen dat er eventueel sprake zou zijn van discriminatie omdat een bepaalde groep werknemers ten onrechte verstoken blijft van de aanvulling, dient toch gesteld te worden dat de vergoeding nog steeds beschouwd dient te worden als een aanvulling van één van de takken van de sociale zekerheid, zodat – principieel beschouwd – de uitsluiting uit het loonbegrip geldt.

De aanvullende gezinsbijslag blijft dan ook een belangrijk aanvullend sociale-zekerheidsvoordeel dat geweerd wordt uit het loonbegrip en vrij is van gewone of bijzondere sociale-zekerheidsbijdragen.

Hof van Cassatie, 15 februari 2016, S.14.0071.F

Auteur: Hanne Cattoir (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen