< Terug naar overzicht

Aan welke exploitatiezetel is een werknemer verbonden?

Werkgevers moeten zich houden aan de regelgeving rond taalgebruik. De taal waarin een werkgever zich mag uitdrukken in zijn sociale betrekkingen met werknemers is afhankelijk van de plaats waar de exploitatiezetel is gevestigd waaraan de werknemer verbonden is (Nederlands, Frans of Duits taalgebied, Brussel-Hoofdstad of de faciliteitengemeenten).

Ligt de exploitatiezetel waaraan de werknemer verbonden is in het Nederlands taalgebied, dan is het Vlaams Taaldecreet van toepassing. In dat geval moet, op straffe van absolute nietigheid, steeds het Nederlands gebruikt worden voor alle sociale betrekkingen en documenten. Ligt de exploitatiezetel waaraan de werknemer verbonden is daarentegen in Brussel-Hoofdstad, dan is de regelgeving veel soepeler.

De Nederlandstalige Arbeidsrechtbank van Brussel werd gevat door een werknemer die een beschermingsvergoeding van zes maanden loon vorderde omdat hij van oordeel was dat hij ontslagen werd omwille van zijn opname van ouderschapsverlof. De werkgever daarentegen argumenteerde dat het ontslag te wijten was aan ondermaatse prestaties en bracht in dit verband enkele in het Engels opgestelde bewijsstukken aan. De werknemer was echter van mening dat de rechtbank geen rekening kon houden met deze bewijsstukken gelet op de sanctie van absolute nietigheid overeenkomstig het Vlaams Taaldecreet.

De werknemer werkte op het moment van het ontslag in Vilvoorde (waar een exploitatiezetel van de werkgever gevestigd was). De werkgever argumenteerde echter dat de betrokkene niet aan die zetel verbonden was, maar wel aan deze van Brussel.

De rechtbank bevestigde in dit verband dat de exploitatiezetel (in de zin van de taalregelgeving) iedere vestiging of elk centrum is met enige standvastigheid waaraan het personeelslid gehecht is en waar de sociale betrekkingen tussen de werkgever en de werknemer in principe plaatshebben, waar doorgaans de opdrachten en instructies worden gegeven, alle mededelingen worden gedaan en de werknemer zich tot zijn werkgever wendt. De rechtbank benadrukte dat de exploitatiezetel waaraan de werknemer verbonden is en de plaats van tewerkstelling aldus niet noodzakelijk samenvallen.

De bewijslast valt op de werknemer, aldus de rechtbank. In dit dossier kon de werknemer enkel bewijzen dat hij daadwerkelijk in Vilvoorde werkte, doch niet dat dit de exploitatiezetel was waaraan hij verbonden was. De werkgever bracht daarentegen overtuigende stukken bij die erop wezen dat de werknemer bij zijn indiensttreding onthaald werd in Brussel, dat hij daar zijn instructies en informatie kreeg, dat hij vanuit Brussel op bepaalde projecten voor klanten werd geplaatst, dat hij in Brussel geregeld deelnam aan vergaderingen enz.

De rechtbank was dan ook van oordeel dat het Vlaams Taaldecreet in deze concrete zaak niet van toepassing was. De in het Engels opgestelde bewijsstukken konden dus gebruikt worden en de vordering tot het bekomen van zes maanden beschermingsvergoeding werd ongegrond verklaard. Of hoe de taalwetgeving voor een wereld van verschil kan zorgen...

Nederlandstalige Arbeidsrechtbank Brussel, 24 april 2019, A.R. nr. 16/1620/A

 

Hanne Cattoir
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen