< Terug naar overzicht

3 nieuwe sociale-zekerheidsverdragen bij detachering

Voor detacheringen van en naar landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland gelden sinds 1 januari 2016 drie nieuwe sociale-zekerheidsverdragen.

In principe heeft elk land zijn eigen sociale zekerheid en eigen sociale-zekerheidsregels. Zo bepaalt de RSZ-wet dat een werknemer in België aan de sociale zekerheid is onderworpen wanneer de werknemer (1) in België werkt en (2) in dienst is van een Belgische werkgever of verbonden is aan een Belgische exploitatiezetel van een buitenlandse werkgever.

Als elk land enkel zijn eigen nationale regels toepast, zou dit bij een grensoverschrijdende tewerkstelling kunnen leiden tot een dubbele onderwerping (in twee landen) of helemaal geen onderwerping (in geen enkel land). Daarom zijn er heel wat overeenkomsten gemaakt.

Binnen de EER en Zwitserland

Om de mobiliteit van werknemers te bevorderen, wordt hier op Europees vlak een mouw aangepast door de Verordening (EG) 883/2004. Er werd een regeling getroffen binnen de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland. Tot de EER behoren alle 28 lidstaten van de Europese Unie, aangevuld met het trio IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

Het gaat weliswaar niet om een eengemaakte Europese sociale zekerheid, maar wel om een reeks aanwijzingsregels om te bepalen welke sociale zekerheid van toepassing is bij een grensoverschrijdende tewerkstelling. Het uitgangspunt is dat men onderworpen is aan de sociale zekerheid van één lidstaat, met name deze van de werkstaat. Hierop bestaan twee uitzonderingen: de detachering en de gelijktijdige tewerkstelling in meerdere lidstaten.

Buiten de EER en Zwitserland

Voor een uitzending van en naar een land buiten de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, moet telkens worden nagegaan of België met het betrokken land een sociale-zekerheidsverdrag heeft gesloten. Het basisprincipe bij de meeste verdragen is dat de werknemer onderworpen is aan de sociale zekerheid van de werkstaat, maar bij een detachering tijdelijk onderworpen kan blijven aan de sociale zekerheid van het thuisland.

De duurtijd kan gaan van 1 tot en met 5 jaar, maar in de praktijk worden doorgaans verlengingen tot en met 5 jaar toegestaan (en in uitzonderlijke gevallen nog iets langer).

Deze verdere onderwerping aan de sociale zekerheid van het thuisland moet dan in de werkstaat worden bewezen met een detacheringsbewijs (‘certificate of coverage’), dat door het thuisland wordt afgegeven. Voor detacheringen vanuit België kan de aanvraag online gebeuren via https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/applics/gotot/index.htm. In sommige verdragen is er een nationaliteitsvoorwaarde voorzien, zodat per verdrag moet worden nagegaan op wie het verdrag van toepassing is.

Met de volgende landen had België al een verdrag: Verenigde Staten, Canada, Québec, San Marino, Servië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Kosovo, Turkije, Algerije, Marokko, Tunesië, Israël, Chili, Australië, de Filipijnen, Japan, Macedonië, Zuid-Korea, Uruguay, India, Zwitserland (voor onderdanen van buiten de EER) en Brazilië.

3 nieuwe verdragen sinds 1 januari 2016

Sinds 1 januari 2016 treden drie nieuwe verdragen in werking: het verdrag van 3 maart 2010 met Argentinië, het verdrag van 12 september 2012 met Moldavië en het verdrag van 9 december 2013 met Albanië.

Bijgevolg is het sinds 1 januari 2016 ook mogelijk werknemers te detacheren van en naar deze landen met behoud van hun sociale zekerheid. Deze drie verdragen voorzien een initiële duurtijd van 24 maanden met mogelijke verlengingen (beperkt tot een totale duur van 5 jaar in het verdrag met Argentinië en in het verdrag met Moldavië). Deze detacheringsmogelijkheid geldt ongeacht de nationaliteit van de betrokken werknemer.

Het verdrag met Argentinië en het verdrag met Albanië is tevens van toepassing op zelfstandigen. Anderzijds bevat het verdrag met Argentinië geen bepalingen inzake gelijktijdige tewerkstelling in beide verdragsluitende staten, wat wel het geval is in het verdrag met Albanië en met Moldavië.

Wat als er geen sociale-zekerheidsverdrag is?

Indien een werknemer wordt uitgezonden naar een land waarmee België geen sociale-zekerheidsverdrag heeft gesloten, kan hij in principe niet meer aangesloten blijven aan de Belgische sociale zekerheid.

Als uitzondering hierop geldt dat een werknemer wel nog verder aan de Belgische sociale zekerheid onderworpen kan blijven indien de duurtijd van de detachering niet meer bedraagt dan 6 maanden en de werknemer niet aangesloten is bij het facultatieve stelsel van de overzeese sociale zekerheid. Deze periode van 6 maanden is verlengbaar met 6 maanden, voor zover een verklaring wordt gedaan bij de RSZ vóór het verstrijken van de eerste periode van 6 maanden. Het gaat dan alleen om een verlenging: wanneer men op voorhand weet dat de detachering langer dan 6 maanden zal duren, is een blijvende onderwerping aan Belgische sociale zekerheid niet mogelijk.

Een andere optie is de werknemer aan te sluiten bij het stelsel van de overzeese sociale zekerheid of te zorgen voor een bijkomende privéverzekering. Daarnaast moet hoe dan ook worden nagegaan of de werknemer niet eveneens bij de lokale sociale zekerheid moet worden aangesloten.

Auteur : Sophie Maes (advocaat-vennoot Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen