< Terug naar overzicht

Werksfeer is goed, erkenning is beter

De Belgische werknemer blijft globaal genomen tevreden over zijn professionele situatie. Dat toont de nieuwe ‘Barometer van het welzijn en de motivatie op het werk’ van Accor Services aan.

De Barometer van het welzijn en de motivatie op het werk is een door Accor Services georganiseerde enquête onder 1225 Belgische loontrekkenden waarmee hun tevredenheid, verwachtingen en zorgen worden gemeten. In vergelijking met de vorige versie van de peiling blijft de Belg globaal genomen tevreden over zijn professionele toestand. Respondenten verklaren gelukkig te zijn op het werk (meer dan 40% antwoordt ‘vaak’). Drie aspecten beïnvloeden dit gevoel: de werksfeer, het evenwicht tussen het privé-leven en het beroepsleven en de bezoldiging. Ze beschouwen hun werk in de eerste plaats als een zekerheid (32%), daarna als een reden tot trots en een bron van plezier (telkens 20%).

Een kwart kan worden beschouwd als ‘in transitie’. Ze nemen meer afstand ten opzichte van hun werk. Het aandeel dat zichzelf gedemotiveerd noemt, blijft vandaag beperkt tot 14% maar de onderzoekers waarschuwen dat dit sterk zou kunnen oplopen als de tendens niet wordt gekeerd.

Voor de Franstaligen blijkt het werk een belangrijke factor voor ontplooiing te zijn (40% ontplooit zich vaak in zijn werk). Nederlandstaligen daarentegen lijken zelfontplooiing minder in het werk te zoeken (slechts 22% antwoordt ‘vaak’). In vergelijking met de Barometer van 2005 zien we dat de Franstalige deelnemers aan de enquête zowel trouwer, als minder betrokken zijn bij hun werk. De paradox is misschien toe te schrijven aan het gevoel dat hun betrokkenheid niet voldoende wordt erkend en aan een minder gunstige economische conjunctuur in het zuiden van het land.

Inzake levenskwaliteit op het werk geeft 36% van de Belgische loontrekkenden een score tussen 8 en het maximum 10 (de gemiddelde score is 6,4). De Franstaligen voelen zich meer gestrest. Een op drie heeft de indruk te veel tijd aan het werk te besteden. Mogelijke verklaring is dat Franstalige loontrekkenden hun beroepsleven minder afscheiden van hun privé-leven dan de Nederlandstaligen. De sectoren waarin de loontrekkenden het meest onder druk worden gezet, zijn de financiële sector en de telecomsector.

De loontrekkende maakt zich wel zorgen over het loonniveau (36%), de tijd die hij aan het werk besteedt (29%) en het behoud van zijn baan (35%). Franstaligen zijn bezorgd over hun tijdsgebrek en hun verloning. Nederlandstaligen zijn meer tevreden over hun bezoldiging en hun sociale voordelen. Loontrekkenden in de bank- en de financiële sector, gevolgd door hun collega’s in de telecomsector, de industrie en de dienstverlenende sector aan de ondernemingen zijn het meest tevreden met hun loon. Helemaal onderin dit klassement vinden we de loontrekkenden in de bouwsector, de handel, de hotelsector en de openbare sector. Dit is een duidelijk bewijs dat de financiële aspecten niet de enige sleutel tot het geluk van de loontrekkenden vormen. De verwachtingen zijn ook hoog gespannen met betrekking tot de interventie van de werkgever op het vlak van de praktische moeilijkheden van alledag (kindertoezicht, ondersteuning van het dagelijkse leven...) en op het vlak van de vernieuwing van het HRM en de ontwikkeling van de vaardigheden van de werknemers.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen