< Terug naar overzicht

Werkloosheidsval verdwijnt stilaan

Een studie van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen toont aan dat voor de meeste uitkeringstrekkers werken stilaan flink wat meer opbrengt dan niet werken. Maar dat geldt voorlopig enkel voor wie voltijds werk vindt.

Decennia bleven velen in België vastzitten in werkloosheid of leefloon omdat werken niet méér maar vaak zelfs minder opbracht dan niet-werken. Volgens de studie was het verschil tussen werken en niet werken te klein, omdat de fiscale druk zelfs op zeer lage arbeidsinkomens ontzettend hoog is. Daarenboven krijgen uitkeringstrekkers vaak extra voordelen zoals verhoogde kinderbijslag of een sociaal telefoontarief, die wegvallen als ze werk vinden. Die situatie is de afgelopen jaren met een reeks maatregelen bijgestuurd. De uitkeringen zijn niet verlaagd, maar wie werkt, houdt nu netto meer over. De belastingvrije som is verhoogd. Extra uitkeringen blijven nog even doorlopen voor wie gaat werken. En er is gesleuteld aan de aanvullende uitkering voor wie een deeltijdse laagbetaalde baan heeft.

Meer opbrengst bij voltijds werken


In de studie worden simulaties opgesteld van het netto gezinsinkomen bij niet-werk en bij werk voor verschillende typegezinnen. Alle typegezinnen in de simulaties realiseren anno 2008 een behoorlijke tot goede meeropbrengst bij de overgang van werkloosheid en leefloon naar een voltijdse tewerkstelling. De relatieve meeropbrengsten bij werk op niveau van het minimumloon variëren van 10 tot 45% na werkloosheid en van 21 tot 70% na leefloon. De laagste meeropbrengsten worden gerealiseerd door eennouders, de hoogste door alleenstaanden. Dit zou betekenen dat wie overstapt van werkloosheid naar voltijds werk met een laag loon, 140 tot 430 euro meer over houdt per maand. Wie overstapt van een leefloon naar voltijds werk, houdt 270 tot 470 euro meer over.
De onderzoekers kunnen in hun simulaties geen rekening houden met de kosten van het gaan werken (verplaatsing, kledij), met de kinderopvang die dan duurder wordt, met het verlies van het sociaal telefoon-, gas- en elektriciteitstarief, met aanvullende uitkeringen van het OCMW, of met de hogere huur van een sociale woning.

Halftijds werk dramatisch


De overstap van werkloosheid of leefloon naar deeltijds (halftijds) werk, blijft echter in bijna alle gevallen problematisch, zo leert de studie. Dat komt veel voor: in laagbetaalde beroepen zoals de schoonmaak, worden alleen deeltijdse banen aangeboden. En met een eenoudergezin is het vaak moeilijk om voltijds te werken.
Na werkloosheid stijgt het inkomen met 8 tot 22% bij tewerkstelling aan minimumloon. Na een leefloon realiseren koppels slechts een meeropbrengst van 2%. Er is wel de inkomensgarantie voor deeltijds werkenden, maar voor wie uit de werkloosheid komt, levert dat maar 70 tot 160 euro per maand meer op, voor leefloners tot 200 euro per maand. Dat verschil is klein. En hogere lonen helpen niet, want dan zakt de inkomensgarantie.

Alleenstaanden niet verbeterd


De onderzoekers zeggen dat de toestand in de periode 1999-2008 over heel de lijn verbeterd is door het geheel van beleidsmaatregelen, behalve voor de alleenstaanden die vanuit werkloosheid naar werken overstappen. Voor hen is het verschil kleiner geworden omdat de uitkeringen voor hen verbeterd zijn, maar volgens de onderzoekers is voor hen het verschil toch nog voldoende groot.


Bron: ‘Bestaan er nog financiële vallen in de werkloosheid en in de bijstand in België’, Kristel Bogaerts, Centrum voor Sociaal Beleid; De Standaard; Trends.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen