< Terug naar overzicht

Werkgevers staan steeds meer open voor de flexibele arbeidsmarkt

De Wet Peeters over werkbaar en wendbaar werk wil de Belgische arbeidsmarkt flexibeler maken. Belgische werkgevers zijn voorzichtig positief over een aantal initiatieven. Zo staan bedrijven open om te werken met alternatieve werkstatuten en zijn ze in een aantal gevallen bereid om hun werknemers te delen.

De mondialisering van informatie- en communicatietechnologieën, de Uberisering van de economie en de globalisering van de handel veranderen de arbeidsmarkt wereldwijd. In de meeste Europese landen en ook in de Verenigde Staten doen zich steeds meer atypische arbeidsvormen voor, tussen loondienst en het statuut van zelfstandige zoals we dat vandaag kennen: portfolioworkers (die taken uitvoeren voor verschillende klanten), crowdworkers (die complexe, verschillende taken in stukken opnemen via online-platformen), moonlighters (die verschillende types jobs in verschillende statuten met elkaar combineren), ondernemers in loondienst (die hun verschillende contracten onder één structuur onderbrengen die hen tewerkstelt), …

In vele Europese landen, waaronder ook in België, werden al arbeidsmarkthervormingen doorgevoerd. Vandaag is deze beweging in een stroomversnelling terechtgekomen (door onder meer de verlenging van de loopbanen, flexi-jobs, interim via contracten van onbepaalde duur, …). Deze hervormingen leiden ontegensprekelijk tot een flexibelere arbeidsmarkt en versterken de inzetbaarheid van werknemers doorheen hun hele loopbaan, maar het aspect zekerheid evolueert niet altijd mee. Toch noteren we meer en meer initiatieven om die zekerheid te bieden, onder meer via nieuwe intermediaire spelers op de arbeidsmarkt. Maar staan de Belgische bedrijven vandaag open voor deze nieuwe ‘way of work’?

1 op de 5 werkgevers staat open voor mix van werknemers en freelancers

21 procent van de HR-verantwoordelijken geeft aan dat hun organisatie bereid is om geleidelijk te evolueren naar een mix van 50 procent werknemersstatuut en 50 procent andere statuten (zoals zelfstandigen, freelancers of autonome medewerkers) om op die manier beter te kunnen inspelen op een volatiele marktvraag. Vooral kleine bedrijven, met maximaal 50 werknemers, zijn voorstanders van deze evolutie. Dat blijkt uit onderzoek van HR-dienstverlener Securex bij meer dan 700 HR-verantwoordelijken naar aanleiding van de lancering van zijn nieuwe professorship aan HEC Liège-Ecole de gestion de l’Université de Liège.

Kleine of opstartende bedrijven werken vaker met een mix aan vaste werknemers en freelancers. Grotere bedrijven zouden volgens de resultaten van deze bevraging eerder terughoudend zijn om te werken met zelfstandigen. Zij streven enerzijds de zekerheid van aanwezigheid en personeel na en willen anderzijds vermijden dat freelancers met hun kennis en ervaring het bedrijf verlaten bij het beëindigen van hun opdracht.

53 procent van de werkgevers zou bovendien het delen van personeel wel zien zitten. Het gaat om de mogelijkheid voor ondernemingen om, zoals voorzien in de Wet Peeters, de tewerkstelling van werknemers te delen via een werkgeversgroepering als deze bedrijven om verschillende redenen niet de behoefte of de financiële middelen hebben om voor zichzelf een voltijds werknemer aan te werven.

1 op de 3 voorstander van loopbaansparen

34 procent van de respondenten geeft aan dat zijn organisatie open staat voor het invoeren van een loopbaanrekening die de werknemer toelaat om, in overleg met de werkgever, meer of minder verlof op te nemen in functie van zijn privéleven. Zo kan hij een deel van zijn vakantiedagen opsparen en deze op een latere datum (maximaal 2 jaar later) opnemen.

Voornamelijk kleine bedrijven (60 procent) zijn hier positief over. Van de bedrijven met 50 tot 249 werknemers gaat slechts 25 procent akkoord. Dit grote verschil is mogelijk te wijten aan het feit dat grote bedrijven zich bewust zijn van de grotere administratieve belasting bij het invoeren van deze maatregel.

1 op de 4 wil investeren in de inzetbaarheid van medewerkers

27 procent van de HR-verantwoordelijken geeft aan te willen investeren in opleidingen die geen rechtstreeks verband houden met de competenties voor de huidige functie van hun werknemers, en dus hun inzetbaarheid zouden verhogen. Zowel de kleinste (minder dan 50 werknemers), als de grootste (meer dan 1000 werknemers) organisaties zijn iets positiever dan de rest (met respectievelijk 35 procent en 36 procent). Ook bedrijven met meer dan de helft hogergeschoolde werknemers (38 procent tegenover 28 procent bij bedrijven met minder dan de helft hogergeschoolden).

De vraag die nu rijst, is hoe deze HR-verantwoordelijken zich zullen voorbereiden en hoe ze zullen samenwerken met nieuwe intermediairen op de arbeidsmarkt die initiatieven lanceren om loopbanen een bepaalde zekerheid te bieden die tot voor kort niet bestond buiten het klassieke arbeidscontract.

Bron: Securex (securex.be)

 

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen