< Terug naar overzicht

Werk en leven combineren is maatwerk

Het onderzoeksproject Paso ging na in welke mate Vlaamse organisaties een beleid voeren om de combinatie arbeid-gezin te vergemakkelijken. Er moet nog zeer veel werk op maat en met de juiste prioriteiten geleverd worden.

Thuiswerk kent een redelijke verspreiding: één organisatie op vijf biedt deze mogelijkheid aan (een deel van) haar werknemers. De industriële sectoren blijven wat achter. De overheidssector en social profit spannen de kroon, al gaat het daar meestal om thuiswerk zonder enige vorm van ondersteuning door de werkgever. Anders is het gesteld in de commerciële dienstensectoren, waar iets meer dan 20% van de organisaties thuiswerk toelaat en in de meeste gevallen daarvoor ook in de nodige ondersteuning voorziet.


In schril contrast met de eerder ruime verspreiding van thuiswerk, staat de geringe aandacht voor de uitbouw van ‘new age’-voordelen en voordelen die de privé-sfeer binnen de bedrijfsmuren brengen. Tot de maatregelen uit de laatste categorie, die nochtans volgens het beleid meer aandacht verdienen, behoort ook kinderopvang. Voor de opvang van de kleinste kinderen neemt 96% van de vestigingen met tien werknemers of meer geen enkel initiatief. Slechts een kleine minderheid onderneemt wel acties op dit domein: 1% van de vestigingen organiseert zelf opvang voor kinderen onder drie jaar, 2% voorziet in andere modaliteiten zoals voor- en naschoolse opvang. Een bijna verwaarloosbare 0,2% komt tussen in de vergoedingen voor dagopvang buiten de vestiging. Ook de andere maatregelen in deze sfeer scoren erg mager. Wassen en plassen wordt in grote mate buiten de bedrijfsmuren gehouden, amper 1% laat zich in met huishoudelijke en winkeldiensten. De uitbouw van mogelijkheden tot of infrastructuur voor sportbeoefening bestaat bij 6%. In 19% van de organisaties zijn er restaurants of cafetaria's.


Hoe zit het nu met de ‘tijdssoevereiniteit’ van werknemers, met de arbeidsflexibiliteit die hen goed uitkomt? Onder bepaalde voorwaarden kunnen deeltijds werken of inspraak in de dagelijkse of wekelijkse dienstregeling een oplossing bieden voor praktische combinatieproblemen. Ook het vrij opnemen van overuren kan de greep van de werknemer op zijn tijdsbesteding vergroten. Paso richt de aandacht op glijdende werkuren (andere aspecten werden eerder behandeld).


Glijdende werkuren komen slechts in een minderheid van de organisaties voor. In 84,2% van de gevallen worden ze helemaal niet toegepast. Ongeveer 13% van de organisaties biedt aan sommige of alle werknemers een zekere soepelheid bij het begin en het einde van de werkdag. De systemen van glijdende werkuren kennen de sterkste verspreiding in de financiële en zakelijke dienstverlening (35,4%) en de openbare besturen en gemeenschapsvoorzieningen (35,4%). In de bouw komen ze helemaal niet voor. Ze kennen om evidente redenen weinig verspreiding in het onderwijs (3,2%) en de handel, distributie en horeca (8,5%). Glijdende werkuren worden meer courant naarmate de organisatie groter is.


Een laatste categorie maatregelen waaraan Paso aandacht besteedt zijn het woon-werkverkeer en de manier waarop werkgevers dit vergemakkelijken en ondersteunen. Ruim 85% van de organisaties zegt maatregelen te nemen in het kader van woon-werkverkeer. De populairste maatregelen bevestigen de alleenheerschappij van koning auto. Maar liefst 52% van de organisaties voorziet in een parking en ongeveer één vestiging op vier stelt een auto ter beschikking van (een deel van) haar werknemers. Een financiële compensatie voor het woon-werkverkeer komt het meest voor. De ‘groene alternatieven’, zoals de bedrijfsbus en het ter beschikking stellen van (brom)fietsen, krijgen nog geen voet aan de grond.


Wat is er nu het belangrijkste? Leert Paso: “Op bedrijfsniveau wordt idealiter per werknemersgroep de juiste package deal uitgewerkt die voor de werknemers zinvol en voor de organisatie haalbaar is. (…) De centrale vraag hierbij is in welke mate de diverse faciliteiten kunnen/moeten worden aangeboden? Welke faciliteiten zijn prioritair, welke zijn ondersteunend of aanvullend? Het recente onderzoek naar de combinatie van beroeps- en gezinsarbeid laat zien dat de werktijdregeling centraal staat voor de werknemers, in combinatie met het loon en de kwaliteit van de baan. De andere faciliteiten lijken eerder van tweede orde. Het principe first things first impliceert dan dat eerst wordt gestreefd naar een gepaste werktijdregeling voor de werknemers die tegelijk zinvol en haalbaar is voor de organisatie. Op basis daarvan kan men zoeken naar de juiste verlofregelingen, werkplaatsregelingen en alle andere voorzieningen, vooral als ondersteunende en/of aanvullende faciliteiten.”



Het onderzoeksproject Paso werkt in opdracht van de Vlaamse regering. Het geniet de steun van de Stuurgroep Strategisch Arbeidsmarktonderzoek, de administratie Werkgelegenheid, de administratie Economie en het Europees Sociaal Fonds. (www.paso.be)

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen