< Terug naar overzicht

Weinig jobrotatie op Belgische arbeidsmarkt

Bijna 7 op de 10 werknemers die instromen in een bedrijf zijn wisselingen binnen bestaande arbeidsplaatsen. Deze externe jobrotatie nam sterk af sinds het begin van de economische crisis. Dat bewijst dat de dynamiek van de Belgische arbeidsmarkt tijdens de economische crisis afnam. De terugval in jobrotatie treft vooral de jongeren.

Dat blijkt uit nieuw HIVA-onderzoek in samenwerking met Federgon en de RSZ in het kader van het DynaM project. De evolutie van de werkloosheid of op de optelsom van creatie en vernietiging van jobs geven een onvolledig beeld van de arbeidsmarkt. Dergelijke cijfers negeren echter aanzienlijke werknemersstromen op de arbeidsmarkt die niet gerelateerd zijn met het invullen van nieuw gecreëerde jobs of die niet het resultaat zijn van jobdestructie.

Het grootste deel van de werknemersbewegingen, bijna 7 op de 10 van alle bewegingen, hebben betrekking op jobveranderingen binnen het geheel van bestaande arbeidsplaatsen. Deze onderliggende stromen op de arbeidsmarkt worden ook wel ‘churning’ genoemd, of externe jobrotatie. Daarbij wordt de churning-graad berekend: de verhouding van die externe jobrotatie tot de gemiddelde tewerkstelling over een bepaalde periode.

De externe jobrotatie ligt in België nog altijd onder het niveau van voor de crisis. De churning-graad in 2011-2012 bedroeg 24% tegenover 26% in 2007-2008. De terugval van de churning-graad deed zich vooral voor in de periode 2008-2009 (-3%) en daalde nog verder in de periode 2009-2010 (-1%).

Dat bewijst dat de dynamiek van de Belgische arbeidsmarkt tijdens de economische crisis afnam: werknemers zijn voorzichtig geworden in hun zoekgedrag naar een nieuwe, gepaste job en ook werkgevers hebben hun aanwervingsgedrag aangepast aan de onzekere economische toestand. Dit is een verborgen effect van de lang aanslepende crisis op de arbeidsmarkt, de langst aanslepende crisisperiode sinds WO II.

Minder bij oudere werknemers
70% van de Belgische bedrijven helemaal geen churning kent. De churning-graad verschilt ook sterk van sector tot sector. Zo kent de industrie een lage churning-graad (gemiddeld 14% over de periode 2006-2012). Alleen de openbare sector kent met 12% nog een lager percentage. Die in de onderwijssector en de non-profit klokt af op 17 en 19%. De dienstverlenende sector kent de hoogste churning-graad (60%). Dit wordt deels verklaard door de hoge mate van jobrotatie bij de zakelijke dienstverlening en de uitzendsector.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de kans op churning stijgt naarmate bedrijven meer deeltijdse werknemers in hun personeelsbestand tellen. Bedrijven met meer dan de helft deeltijdse werknemers hebben zelfs 26% meer kans op churning dan de groep met 0 tot 6% deeltijdsen. Deeltijdse werknemers blijken mobieler te zijn.

Churning hangt ook samen met de gemiddelde leeftijd van een personeelsbestand van een bedrijf. Wanneer een onderneming een ouder werknemersbestand heeft, dan valt de lagere churninggraad op. Dat is wellicht gerelateerd met de anciënniteitsverloning en de voordelen die daaraan verbonden zijn. Wanneer de gemiddelde leeftijd in een bedrijf tussen 25 en 29 jaar ligt, neemt de churning-graad toe tot 71%. Tussen 30 en 34 jaar is dat 36%. Bij bedrijven met een gemiddelde leeftijd rond de 40 jaar is de churning-graad al gedaald tot 13%.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen