< Terug naar overzicht

Week van de mobiliteit: VBO wil een mobiliteitsbudget via de mobiliteitskaart

Het is momenteel de Week van de Mobiliteit. Begin maart al presenteerde Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) een masterplan inzake mobiliteit, dat inzette op drie doelstellingen: de competitiviteit van de ondernemingen, tegemoet komen aan de verwachtingen van de burgers en een bijdrage leveren aan het milieu, de levenskwaliteit en de volksgezondheid.

Keuze tussen verschillende vervoersmodi

Het mobiliteitsbudget kan, in de vorm van een mobiliteitskaart, door de werkgever aan zijn werknemer aangeboden worden om hem de keuze te bieden tussen verschillende mobiliteitsoplossingen. Het heeft als doel het woon-werktraject te optimaliseren zonder de bedrijfswagen te bannen, en dit door in te zetten op verschillende vormen van vervoer. Het dient als aanvulling of alternatief voor de werknemer die een flexibelere mobiliteit wenst. Zo kan hij kiezen voor een goedkopere wagen en het vrijgekomen budget gebruiken voor een treinabonnement of een fiets.

De mobiliteitskaart

Wanneer een werkgever beslist om een mobiliteitsbudget in te voeren, zal ook vastgelegd worden voor wie dit van toepassing is en welk budget er zal worden toegekend. Belangrijk is dat de invoering ervan moet leiden tot een zekere administratieve vereenvoudiging. Vandaar het voorstel van het VBO voor de mobiliteitskaart: de kaart is eenvoudig in te voeren en op te laden, en de werknemer kan zelf beslissen hoe hij zijn budget gebruikt, binnen de budgettaire grenzen die door de werkgever worden gesteld.

Daarnaast is het ook cruciaal dat het mobiliteitsbudget niet leidt tot extra kosten voor de werkgever: het komt dan ook ter vervanging van de verplichte terugbetalingen in de prijs van een abonnement (alsook van eventuele kilometervergoedingen) en het maakt deel uit van de loonkosten in de zin van de loonnormwet van 1996.

Uiteindelijk voorziet het VBO in de mogelijkheid om een gebruikslimiet in de tijd te voorzien en zal het budget worden ingeschreven op een kaart die de werknemer vrij kan gebruiken voor de mobiliteitsopties van zijn keuze.

Fiscale en parafiscale behandeling

Het door het VBO uitgewerkte voorstel geniet ook een voordelige en geharmoniseerde fiscale en parafiscale behandeling. Zolang het toegekende budget niet hoger is dan 200 euro per maand, kan de werkgever dit fiscaal (voor 100 procent) inbrengen, is er een vrijstelling van belastingen voor de werknemer en ook een vrijstelling van sociale-zekerheidsbijdragen van toepassing. De fiscale aftrekbaarheid van de kosten van woon-werkverplaatsing voor de werknemer, verminderd met het bedrag van het mobiliteitsbudget, blijft behouden.

Een concreet voorbeeld

Als een werknemer een maandelijks budget krijgt van 850 euro en daarvan 500 euro besteedt aan een bedrijfswagen (fiscaal en parafiscaal behandeld zoals vandaag), zal 350 euro op de kaart worden gestort. 200 euro wordt vrijgesteld van fiscale en parafiscale heffingen en de overige 150 euro zal een 'voordeel van alle aard' (VAA) vormen, dat aan een solidariteitsbijdrage en aan de personenbelasting onderworpen is.

Bron: VBO (vbo-feb.be)


Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen