< Terug naar overzicht

Wat je allemaal moet weten over educatief verlof

Steeds meer werkgevers worden geconfronteerd met de vraag van hun werknemers om van het werk afwezig te zijn om allerhande cursussen te volgen. Vanzelfsprekend worden deze aanvragen niet altijd met evenveel enthousiasme ingewilligd, zeker als de cursus geen enkele meerwaarde creëert voor de job. Kan de werkgever 'educatief verlof' weigeren?

1. Wettelijke basis

Op 1 september 1985 werd het stelsel van het 'educatief verlof' ingevoerd in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers en dit ter vervanging van het bestaande systeem van 'kredieturen'.
Het principe is dat voltijdse werknemers - en onder bepaalde voorwaarden ook sommige deeltijdse werknemers - het recht hebben om, met behoud van hun loon, op het werk afwezig te zijn gedurende een aantal uren om een algemene of beroepsopleiding te volgen.

De basiswetgeving:

-Afdeling 6 van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen (BS 24 januari 1985) (hierna verkort genoemd "de Herstelwet");
KB van 23 juli 1985 tot uitvoering van Afdeling 6 – Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers – van Hoofdstuk IV van de Herstelwet van 22 januari 1985 (B.S. 10 augustus 1985) (hierna genoemd "het Uitvoerings-KB").


2. Werknemers die in aanmerking komen

In principe is de regeling van betaald educatief verlof enkel van toepassing op de werknemers die voltijds zijn tewerkgesteld in de privé-sector in het kader van één of meer arbeidsovereenkomsten.

Ook sommige deeltijdse werknemers kunnen gebruik maken van de regeling educatief verlof, met name:

- werknemers die ten minste 4/5 werken
- werknemers met een variabel deeltijdse werktijdregeling in de zin van Artikel 11 bis van de Arbeidsovereenkomstenwet
- werknemers met een vast uurrooster die ten minste halftijds werken, maar minder dan 4/5 tewerkgesteld zijn. Dergelijke werknemers kunnen enkel een beroepsopleiding volgen die moet plaatsvinden tijdens de werkuren.


3. Opleidingen die in aanmerking komen

Vooreerst is het van belang om op te merken dat er geen enkele band dient te bestaan tussen de opleiding en de functie die de werknemer uitoefent. Toch komen niet alle opleidingen in aanmerking. Zo werden, gelet op het misbruik dat vaak van de regeling werd gemaakt, in 1993 een aantal opleidingen van het recht op educatief verlof uitgesloten. Het betreft voornamelijk 'bezigheidsopleidingen' (zoals bloemschikken, foto- en filmkunst en wijnkennis).
Het betaald educatief verlof geldt zowel voor beroepsopleidingen als voor algemene opleidingen, die minimum 32 lesuren per jaar dienen te bevatten.

4. Inhoud van het recht op educatief verlof

Recht om afwezig te zijn

Vooreerst heeft de voltijdse werknemer het recht om, met behoud van zijn normaal loon, op het werk afwezig te zijn gedurende het aantal uren dat overeenstemt met de lesuren die de werknemer werkelijk heeft gevolgd.

Dit aantal uren is echter beperkt tot een maximum:

- 120 uren indien hij één of meer beroepsopleidingen volgt
- 80 uren indien hij één of meer algemene opleidingen volgt
- 120 uren indien hij tijdens eenzelfde jaar én een algemene én een beroepsopleiding volgt.

Taalcursussen geven recht op 80 verlofuren. Indien deze opleidingen gevolgd worden samen met een andere beroepsopleiding, wordt het maximum op te nemen verlofuren gebracht op 120 uren.

Universitaire cursussen geven recht op maximum 180 uren educatief verlof.

Voor de lesuren die samenvallen met de voorziene arbeidstijd van de betrokken werknemer, kunnen er verlofuren worden opgenomen boven de hierboven vermelde maxima, maar met de volgende maxima:

- 180 verlofuren voor beroepsopleidingen
- 120 uren voor algemene opleidingen
- 180 uren bij het volgen van meerdere cursussen van verschillende aard.

Voor de deeltijdse werknemers is het aantal uren educatief verlof waarop zij aanspraak kunnen maken beperkt in functie van hun prestaties tot deze van de voltijdse werknemer in de onderneming.

4.2 Planning van het educatief verlof

Om de werkgever te beschermen tegen de gelijktijdige afwezigheid van werknemers, kan er in de onderneming een planning worden opgesteld. Meer in het bijzonder kan het educatief verlof worden gepland op het niveau van de ondernemingsraad, of bij ontstentenis hiervan, in gemeen overleg tussen werkgever en vakbondsafvaardiging of, bij ontstentenis hiervan, in gemeen overleg tussen werkgever en werknemers.

Bij de planning wordt rekening gehouden met de vereisten van de organisatie van de onderneming. Hierbij moet zoveel mogelijk worden gewaakt over het feit dat lesuren niet samenvallen met de arbeidsuren en primeert de collectieve planning boven de individuele.

Bij de planning dienen er een aantal regels in acht worden genomen:

- Ondernemingen met minder dan 20 werknemers:


De werkgever kan zich verzetten tegen de gelijktijdige afwezigheid wegens betaald educatief verlof van meer dan 10% van het personeel. Ten minste één werknemer moet de toestemming krijgen om wegens die reden afwezig te zijn.


- Ondernemingen met 20 tot 50 werknemers:


De werkgever kan zich verzetten tegen de gelijktijdige afwezigheid wegens betaald educatief verlof van meer dan 10% van de werknemers die dezelfde functie uitoefenen. Ten minste één werknemer per functie moet educatief verlof kunnen opnemen.


- Ondernemingen met meer dan 50 werknemers:


De werkgever kan zich verzetten tegen de gelijktijdige afwezigheid wegens betaald educatief verlof van meer dan 10% van de werknemers die dezelfde functie uitoefenen. Ten minste één werknemer per functie moet de toestemming krijgen om afwezig te zijn en op voorwaarde dat de ondernemingsraad, of het bevoegde Paritair Comité, heeft vastgesteld wat onder dezelfde functie moet worden verstaan.



In geval van onvoorziene gebeurtenissen of omstandigheden van dwingende aard kan, op gemotiveerd verzoek van werkgever of werknemer, van de planning worden afgeweken.

4.3 Bijkomende verplichtingen van de werknemer

De werknemer die gebruik wenst te maken van het betaald educatief verlof, licht zijn werkgever hierover in d.m.v. een getuigschrift waarin wordt bevestigd dat hij regelmatig is ingeschreven om één of verschillende opleidingen te volgen.

Uit dat getuigschrift blijkt onder meer of de opleiding erkend is, de aard van de opleiding, het aantal lesuren evenals of de lessen al dan niet samenvallen met de arbeidstijd. De werknemer moet ook tijdig de werkgever de voorziene afwezigheden meedelen. Hij verwittigt hem van de afwezigheden binnen vijf dagen.

Het voordeel van het educatief verlof wordt alleen toegekend aan werknemers die de cursussen met nauwgezetheid volgen. Zij dienen hiertoe een attest van nauwgezetheid aan de werkgever af te leveren.

4.4 Recht op loon

De werknemer behoudt het - weliswaar begrensde - loon op de toegestane afwezigheden.

Let op:

Dat loon moet op het gewone tijdstip worden uitbetaald en wordt berekend overeenkomstig de feestdagenwetgeving.

Begrensd:

Dat loon is momenteel begrensd tot 1960 euro per maand (of 2500 euro voor werknemers die ten minste 45 jaar zijn of werknemers die betrokken zijn bij een sluiting van een onderneming).

4.5 Verlies van het recht op educatief verlof

In een aantal gevallen verliest de werknemer het recht op educatief verlof, meer bepaald in de volgende gevallen:

- Ongewettigde afwezigheid


Het betaald educatief verlof wordt gedurende een periode van 6 maanden niet meer toegekend aan de werknemer die in de cursussen ongewettigd afwezig was voor meer dan een tiende van de duur ervan.


Of een werknemer meer dan 10% ongewettigd afwezig is geweest, blijkt uit de attesten van nauwgezetheid, die de scholingsinstelling overhandigt.


- Winstgevende activiteit


Het betaald educatief verlof wordt niet meer toegekend gedurende een periode van 12 maanden aan de werknemer die tijdens zijn betaald educatief verlof een winstgevende activiteit uitoefende als werknemer of zelfstandige.


De periode van 12 maanden gaat in vanaf de dag waarop de feiten worden vastgesteld.


- Trissen

Het educatief verlof wordt niet meer toegekend voor dezelfde cursus of voor hetzelfde cursusjaar, aan die werknemer, die reeds tweemaal dezelfde cursus heeft gevolgd, en het beoordelingsgetuigschrift niet heeft behaald.



Let op:

Dat geldt niet als deze dubbele mislukking kan worden toegeschreven aan omstandigheden buiten zijn wil.

5. Terugbetaling en financiering

De werkgevers kunnen bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Dienst Educatief Verlof de terugbetaling verkrijgen van de (begrensde) lonen en de sociale bijdragen m.b.t. het betaald educatief verlof.


Wanneer aanvragen?

De aanvraag tot terugbetaling moet worden ingediend na afloop van het cursusjaar of na de beëindiging van de opleiding wanneer deze niet samengaat met een cursusjaar.

Welke bijdragen?

Komen als sociale bijdragen in aanmerking:

- de werkgeversbijdragen aan de RSZ
- de bijdragen gestort aan de fondsen voor bestaanszekerheid
- de verzekeringspremies gestort ter uitvoering van de Arbeidsongevallenwet.

Gezamenlijke aangifte:

Hiertoe moet een gezamenlijke aangifte van schuldvordering betreffende het toegekend betaald educatief verlof voor de totaliteit van de werknemers met educatief verlof in de onderneming worden ingevuld. Hierop staat het totaal bedrag dat de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg verschuldigd is voor het betrokken schooljaar, alsook de berekening ervan per werknemer.

Individuele fiche:

Daarnaast moet per werknemer die educatief verlof heeft genoten, een individuele steekkaart worden opgesteld.

Deze kaart bevat:

- een overzicht per maand van het aantal opgenomen uren educatief verlof
- de erop betrekking hebbende begrensde brutolonen.


Schoolattesten:

Deze steekkaart moet vergezeld zijn van de originele schoolattesten.

Brutolonen op de kaart:

De brutolonen worden op de steekkaart verhoogd met:

- werkgeversbijdragen RSZ
- bijdragen aan de fondsen voor bestaanszekerheid
- bijdragen buitenwettelijk pensioen
- verzekeringspremie tegen arbeidsongevallen
- vermindering ingevolge bedrijfsplannen
- andere RSZ-verminderingen.

Zelf terugvordering berekenen:

Dit alles brengt met zich mee dat de werkgever zelf de terugvordering moet berekenen en een vrij zware administratieve last op zich moet nemen.

Late terugbetaling:

Neem daar nog bij dat de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg dit moet herberekenen en zo nodig moet verbeteren, wat met zich meebrengt dat de terugbetaling vrij lang op zich laat wachten.

Nog geen elektronische aangifte:

In het raam van het centraal akkoord van 22 december 2000 werd besloten om over te gaan tot een versoepeling van de administratieve verplichtingen dienaangaande, door onder meer te voorzien in de mogelijkheid tot het verrichten van een elektronische aangifte. Tot op vandaag is dit evenwel nog niet gerealiseerd.

6. Verjaring

Het recht van de werkgever om terugbetaling te verkrijgen van de lonen en de sociale bijdragen m.b.t. het educatief verlof, vervalt indien de schuldvorderingen niet werden ingediend binnen een termijn van 2 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin de laatste dag (per jaar) van de opleiding valt.

Vervallen zijn de vorderingen tot terugbetaling die door de minister niet betaalbaar zijn gesteld binnen een termijn van 5 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin ze zijn ingediend.

7. Ontslagbescherming van de werknemers

Werknemers die een aanvraag hebben ingediend voor het nemen van educatief verlof, genieten een zekere ontslagbescherming.

Vanaf de aanvraag:

De werkgever mag de werknemer niet ontslaan vanaf het ogenblik waarop hij zijn aanvraag heeft ingediend en dit tot op het einde van de opleiding, behalve om redenen die vreemd zijn aan de aanvraag.

Redenen die 'vreemd zijn aan de aanvraag':

De werkgever dient te bewijzen dat zodanige reden voorhanden zijn.

Mondeling of met getuigschrift?

Een bepaalde strekking in de rechtspraak stelt dat de werknemer slechts van deze ontslagbescherming kan genieten, wanneer hij aan zijn werkgever het getuigschrift van regelmatige inschrijving volgens het wettelijk model heeft bezorgd, en niet wanneer hij zijn voornemen enkel mondeling kenbaar heeft gemaakt of wanneer hij de werkgever een getuigschrift niet heeft bezorgd.
De rechtspraak is echter niet geheel eensgezind. Vast staat evenwel dat een werknemer die de werkgever heeft ingelicht van zijn voornemen tot het opnemen van educatief verlof, maar zich niet effectief heeft ingeschreven, de ontslagbescherming niet kan genieten.

Wanneer geen ontslagbescherming?

De werknemer verliest het voordeel van de bescherming:

- gedurende de periode van het verlies van het voordeel van het educatief verlof wegens het uitoefenen van een winstgevende activiteit
- bij het onderbreken van het normale verloop van zijn studies.


Vergoeding:

Wanneer de aangevoerde ontslagredenen niet vreemd zijn aan de aanvraag tot educatief verlof of wanneer er geen redenen kunnen worden bewezen, dient de werkgever aan de werknemer een vergoeding te betalen die gelijk is aan 3 maanden loon, supplementair aan de betaling van een mogelijke verbrekingsvergoeding.

Sancties

De Herstelwet die het recht op educatief verlof invoerde, is een strafwet.

De werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers die geen betaald educatief verlof toestaan conform de bovenvermelde regelingen, worden gestraft met correctionele gevangenisstraffen en/of geldboeten.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen