< Terug naar overzicht

Vrouwen werken onder hun niveau

Eén op de zes vrouwen met een master of universiteitsdiploma werkt onder haar opleidingsniveau. Bij mannen gebeurt dat slechts bij één op de tien. Er is ook goed nieuws: de werkgelegenheidsgraad bij vrouwen is gestegen en er zijn steeds meer hoogopgeleide vrouwen.

Uit cijfers die de federale overheidsdienst Economie bekendmaakte, blijkt dat er de voorbije 25 jaar veel is veranderd in de werkgelegenheidsgraad van vrouwen. We mogen gerust spreken van een positieve evolutie: van 38,1 procent in 1986 naar 56,5 procent in 2010, of meer dan 18,4 procentpunt. De werkgelegenheidsgraad van mannen bleef in dezelfde periode met ongeveer 68 procent min of meer stabiel (van 68,4 procent in 1986 naar 67,4 procent in 2010).

In 2010 hadden 1.173.000 vrouwen tussen de 15 en 64 een diploma van het hoger onderwijs, tegenover 1.031.000 mannen. 79,5 procent van die vrouwen had ook een job. Het verschil met hoogopgeleide mannen is daardoor teruggebracht tot 5,1 procentpunt. 25 jaar geleden bedroeg dat nog 14 procentpunt.

Van de 267.000 vrouwelijke werknemers met een master of universitair diploma voerde één op de zes administratieve taken uit die onder hun opleidingsniveau lagen. Bij mannen is die verhouding één op de tien.

Niet alleen hebben vrouwen minder vaak werk dat overeenkomt met hun opleidingsniveau, ze worden ook nog eens minder betaald. Eén vrouw op de vijf met een master of universitair diploma heeft een hogere kaderfunctie of staat aan het hoofd van een onderneming. Bij mannen is dat één op de vier.

Een vrouw die in de privésector een voltijdse kaderfunctie uitoefent of aan het hoofd van een onderneming staat, had in 2009 een bruto maandloon van gemiddeld 5237 euro. Mannen met een vergelijkbare functie en achtergrond verdienden gemiddeld 1000 euro meer: 6247 euro.

Vrouwen werken ook minder vaak voltijds. In de leeftijdsgroep 25-49 werkt nog 70,6 procent van de vrouwen zonder kinderen voltijds. Dat percentage zakt echter tot 58,6 procent wanneer ze één kind hebben, 50,6 procent wanneer ze er twee hebben en 45 procent wanneer ze drie of meer kinderen hebben.

Mannen tussen de 25 en 49 zonder kinderen werken in 94,2 procent van de gevallen voltijds, en in respectievelijk 94,8 procent, 94,9 procent en 93,5 procent van de gevallen voltijds wanneer ze één, twee of drie of meer kinderen hebben.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen