< Terug naar overzicht

Vlaamse ‘bedrijvenleergroep’. Als we dat managementprogramma nu eens samen met de buren organiseren?

Acht Oost- en West-Vlaamse bedrijven uit de metaal- en kunststofsector organiseren samen een opleiding waarin beloftevolle medewerkers met al enige werkervaring geconfronteerd worden met de ruimere managementpraktijk.

nr14
Vier leden van de negenkoppige stuurgroep die de ‘bedrijvenleergroep’ in goede banen leidt: Sofie D’hoore (human resources developer Picanol) met naast haar Lieven Beel (adjunct-directeur Vion) en achter haar Arnold Vandamme (HR-manager Recticel Belgium) en verder ook Marc Michels (HR-manager Deceuninck).
Sofie D’hoore (human resources developer Picanol), Lieven Beel (adjunct-directeur Vion), Arnold Vandamme (HR-manager Recticel Belgium) en Marc Michels (HR-manager Deceuninck)
Hendrik De Schrijver


Eind maart riep de top van het chemieconcern BASF in Antwerpen op tot meer samenwerking tussen bedrijven uit dezelfde regio. In dat specifieke geval was de oproep vooral gericht tot de ondernemingen in de havenzone van de Scheldestad. De BASF-managers wensten onder meer gezamenlijke initiatieven voor bedrijfsopleiding en managementontwikkeling. “Zo’n opmerkelijk samenwerkingsverband bestaat al tussen acht bedrijven in Oost- en West-Vlaanderen”, liet Lieven Beel ons weten.
De adjunct-directeur van het opleidingsbureau Vion in Sint-Denijs-Westrem verwees naar de vorig jaar van stapel gelopen ‘bedrijvenleergroep’ onder het motto ‘van medewerker tot entrepreneur’. In samenwerking met Vion stippelden de personeels- en opleidingsverantwoordelijken van de acht bedrijven een ambitieus programma uit, dat een brede kijk biedt op het ondernemingsgebeuren.
In de hoofdzetel van Picanol in het West-Vlaamse Ieper ontmoetten we vier van de negen markante leden van het ‘architectenteam’ van de bedrijvenleergroep:


Sofie D’hoore, human resources developer van Picanol
Marc Michels, HR-manager van Deceuninck
Arnold Vandamme, HR-manager van Recticel Belgium
Lieven Beel, adjunct-directeur van Vion.


Naast de bedrijven die zij vertegenwoordigen, vinden we in de groep ook nog het volgende kwintet, dat ook al werkt voor bedrijven uit de metaal- en kunststofsector in Oost- en West-Vlaanderen:


Fernand Vandaele van Quadrant CMS
Sylvie Creupelandt van Quadrant EPP
Jan Clyncke van Sadef
Katrien Vanhalewyn van Vishay.
Steven D’haene van Vitalo.


“De inhoud en methodiek zijn niet bepaald door academici of door de docenten, maar door de betrokken bedrijven.”

Bij Deceuninck in Hooglede-Gits was HR-manager Marc Michels op zoek naar een geschikte opleiding die beloftevolle medewerkers met al enige werkervaring een breder zicht konden geven op het bedrijf, op het management en op hun mogelijkheden. Legt hij uit: “In functioneringsgesprekken werd ik geconfronteerd met de vraag hoe medewerkers hun functie zien. Ze leren er weliswaar de kneepjes en de finesses van kennen, maar ze hebben het wel eens moeilijk om de functie te situeren binnen een groter geheel. Wat betekent hun functie in het bedrijf, bijvoorbeeld? Wat is de bijdrage van hun functie in de hele keten? Zo’n problematiek kan je beter in kaart brengen als je die zaak met enkele bedrijven samen aanpakt. Ik vroeg me af of we dat niet konden oplossen in een goed gestructureerd samenwerkingsverband. Met dat idee trok ik naar Vion, die een voorstel uitgewerkt hebben en meteen ook een organisatie op het getouw gezet hebben. Daaruit ontstond de huidige bedrijvenleergroep, waarvan de eerste lichting in september 2003 van start ging en in mei 2004 het traject afsloot.”

Vult Arnold Vandamme (Recticel) aan: “De acht bedrijven zijn weliswaar actief in slechts twee sectoren, maar ze zijn geen concurrenten van elkaar. Dat is wel nodig. De uitleg, de cases en de opdrachten in groepsverband zouden veel moeilijker liggen of gewoonweg niet mogelijk zijn als er concurrenten samengebracht worden. De bedrijven behoren ook tot dezelfde regio, wat de contacten vergemakkelijkt en de opleiding organisatorisch niet te moeilijk maakt. Het gaat om verwerkende bedrijven met - niet onbelangrijk - een open cultuur.”


Stuurgroep van de bedrijvenleergroep


Deceuninck: Marc Michels
Picanol: Sofie D’hoore
Quadrant EPP: Sylvie Creupelandt
Quadrant CMS: Fernand Vandaele
Recticel: Arnold Vandamme
Sadef: Jan Clyncke
Vitalo: Steven D’haene
Vishay: Katrien Vanhalewyn


Contact: de coördinatie is in handen van Vion (Lieven Beel). Voor meer inlichtingen kunt u bij hem terecht op het nummer 09.243.76.60 of lieven.beel@vion.be.



Opdracht

Elke deelnemer krijgt in dit project een opdracht. Hij/zij dient samen met de collega’s uit zijn bedrijf (die ook inschreven voor dit project), een presentatie te geven over één van de volgende onderwerpen: managementtendensen, financiën, logistiek of marketing.
De topics worden verdeeld over de deelnemers bij aanvang van het academiejaar (oktober). Binnen de topic beslissen de deelnemers zelf over het concrete onderwerp. De uitwerking van hun presentatie dient aan enkele algemene voorwaarden te voldoen die eveneens bij aanvang van het academiejaar worden bekendgemaakt.
Op het einde van die module presenteert elke deelnemer samen met zijn collega’s hoe hij invulling heeft gegeven aan de opdracht. De bedoeling is niet een uitgebreide presentatie te gaan geven (amper 15 minuten worden ervoor uitgetrokken), maar wel dat de deelnemers door de opdracht komen tot zelfsturend leren, de kennis omzetten naar de praktijk en reflecteren over de situatie binnen het bedrijf.



Wat?

Sofie D’Hoore (Picanol) licht het uitgangspunt van het project (“Elke medewerker moet een mini-entrepreneur zijn binnen het eigen bedrijf”) toe: “Om dat doel te bereiken, moet allereerst het gezichtsveld van de medewerker ruimer zijn dan zijn hoofdtaak (ontwerp, productie, personeelsadministratie, verkoop, ICT,…). De bedrijvenleergroep selecteerde dan ook vijf modules die moeten bijdragen tot deze verbreding van het gezichtsveld en die het entrepreneurship moeten stimuleren.”

De vijf modules:


klantgericht werken en marketing
persoonlijke ontwikkeling
financiële aangelegenheden
managementtendensen
logistiek.



Bedrijfsbezoeken

De cursisten krijgen de mogelijkheid om enkele bedrijven van de bedrijvenleergroep te bezoeken. Bij de aanvang van het project (oktober) wordt samen beslist welke bedrijven dit zullen zijn.
Elk bedrijfsbezoek is een ‘gericht’ bezoek. Het moet aansluiten bij één van de basisthema’s van het project. Tussen haakjes: de deelnemers van het bezochte bedrijf staan in voor de organisatie en worden hierin ondersteund door hun personeelsdienst.



Voor wie?

Lieven Beel (Vion) brengt het doelpubliek in kaart: “Medewerkers die hun functie moeten kunnen situeren binnen het grotere geheel, omdat ze mee bepalend zijn of zullen zijn voor het bedrijf. De deelnemers verwerven door het project een breed gamma van technieken en inzichten met het oog op hun verdere loopbaangroei.”

In dat profiel passen vooral de volgende beloftevolle en ambitieuze medewerkers:


medewerkers met nood aan netwerkvorming
medewerkers met nood aan verruiming
medewerkers met nood aan het zich breder kunnen situeren binnen de onderneming
het gaat bij voorkeur niet om schoolverlaters
medewerkers die reeds een eerste werkervaring hebben
medewerkers met het potentieel door te groeien.


Lieven Beel vat het profiel samen: “Dit opleidingsproject richt zich tot jonge professionals met al enige werkervaring die hun eerste stappen zetten in het management en hierdoor nood hebben aan een bredere kijk op het ondernemingsgebeuren.”


De leden van het eerste academiejaar

De leden van de bedrijvenleergroep: acht ondernemingen waaronder drie uit de metaalsector (BC Components, Picanol en Sadef) en vijf uit de kunststofsector (Deceuninck, Quadrant CMS, Quadrant EPP, Recticel en Vitalo).

Ze hebben elkaar gevonden in een project met als formeel doel:
“Het verbreden van kennis en kunde bij hun medewerkers.”

Het uitgangspunt luidt:
“Elke medewerker moet een mini-entrepreneur zijn binnen het eigen bedrijf.”




Vion

De onafhankelijke opleidingsorganisatie Vion ontstond in 1990. Het initiatief sproot voort uit een samenwerkingsverband tussen diverse bedrijven en vijftien scholen in Oost- en West-Vlaanderen. Van bij het begin vormde het ontwikkelen, organiseren en geven van opleidingen op maat de voornaamste strategische keuze van Vion. Zowel technische, mensgerichte als managementopleidingen behoren tot het inmiddels flink uitgebreide pakket.
De organisatie uit Sint-Denijs-Westrem (in het Gentse) is ook befaamd voor het detecteren van leerbehoeften in de organisatie. Daartoe ontwikkelde Vion de ‘poolstermethode’, waarin het participatieve aspect een principiële rol speelt. De grote betrokkenheid van de deelnemers moet de reële noden beter helpen opsporen. “Bovendien leidt het participatieve karakter tot zeer gemotiveerde deelnemers bij de opleidingen”, weet adjunct-directeur Lieven Beel.



Hoe anders?

Uitgangspunt, doelpubliek en algemene inhoud lijken ook perfect vindbaar op de bestaande opleidingsmarkt, al dan niet onder de brede MBA-paraplu. Volgens Arnold Vandamme is er wel degelijk een groot onderscheid met andere pakketten: “De inhoud en methodiek zijn niet bepaald door academici of door de docenten, maar door de betrokken bedrijven. Op die manier vindt de opleiding op een unieke en directe wijze aansluiting bij de reële behoeften van het doelpubliek.”
Uit die ‘reële behoeften’ heeft Vion de volgende prioriteitenlijst gedistilleerd:


vorming tot ‘ondernemerschap’
aanzet tot netwerkvorming binnen en buiten het bedrijf
kennisverruiming
inzicht verwerven in de ‘plaats’ van de functie en in andere functies
leren van elkaar en leren leren
innovatief zijn en creatief leren denken.


Die prioriteiten worden concreet vertaald in de volgende karakteristieken van de cursus:


een goede theorie-praktijkverhouding (met eigen bedrijfscases)
herkenbare situaties binnen het eigen bedrijf én van bedrijven uit de eigen streek
‘business game’ en bedrijfscases
gegeven door ervaren trainers (onder meer uit de Vlerick Leuven Gent Management School en door ervaren toppers uit de diverse deelgebieden van de opleiding)
voorop staat het ‘actief leren’, gestimuleerd door persoonlijke opdrachten
mentorship
bedrijfsbezoeken
praktische getuigenissen.


Wanneer?

“Elke medewerker moet een mini-entrepreneur zijn binnen het eigen bedrijf.”

Uit de bedrijven werden twintig ‘studenten’ geselecteerd die één academiejaar lang (van september tot mei) in totaal 24 opleidingssessies volgen, telkens van 3 uur. De selectie van de kandidaten is een zaak van de bedrijven. Een grote verantwoordelijkheid voor de selectie - maar evenzeer voor de voorbereiding en de invulling van het project - ligt bij de personeelsverantwoordelijken van de deelnemende bedrijven.
“Zij kunnen mee richting geven aan dit project en actief meewerken aan de evaluatie en de verdere uitbouw ervan”, beklemtoont Lieven Beel. “Dat interactieve maakt juist één van de grote verschillen met andere opleidingstrajecten uit. In dit geval ontstaat zowel de organisatie als de inhoud van de opleiding vanuit de reële behoefte, vanuit inspraak door alle betrokkenen. Daarom werken we met een stuurgroep, waarin de personeelsverantwoordelijken van elk bedrijf zetelen. Zelfs de docenten worden op die manier gekozen.”
Wat Vion dan doet? “Wij zorgen voor de coördinatie en de uiteindelijke organisatie”, antwoordt Beel. “Net als de deelnemende bedrijven, brengen wij onze ervaring in en helpen we het project mee sturen. Vion staat trouwens ook in voor de boekhoudkundige verrichtingen. Zo krijgen de bedrijven de kans om hun tijd goed te besteden aan de selectie, inhoud en evaluatie.”

Evaluatie

Voor een definitieve evaluatie lijkt het nog even te vroeg, al hebben de verantwoordelijken in de stuurgroep er alle vertrouwen in. Dat weten ze uiteraard uit hun contacten met ‘hun’ studenten, maar ook uit de ‘happiness sheets’, een evaluatie die na elke module ingevuld wordt. Die evaluatie wordt verwerkt door Vion in samenwerking met de ‘peters’. Elke deelnemer krijgt voor dit project immers een ‘peter’ toegewezen uit zijn/haar bedrijf. Stipt Lieven Beel aan: “De rol van de peter is de deelnemer te ondersteunen bij zijn opdracht, de link met de praktijk te leggen en op regelmatige basis met de cursist het nut (de return) van het project te toetsen.”
En precies daar gaat het om: met een ‘eigen’, herkenbaar project een ‘return on investment’ behalen die veel hoger ligt dan het gemiddelde. “Het gaat daarbij niet alleen om de investering uitgedrukt in middelen door de deelnemende bedrijven, maar ook in hun tijd én in de tijd van de cursisten”, preciseert Lieven Beel. Kortom, een no-nonsense cursus gebaseerd op Vlaamse nuchterheid en efficiëntie?




Of liever een (eigen) MBA?

Bent u ook op zoek naar een geschikte opleiding die beloftevolle medewerkers met al enige werkervaring een breder zicht kan geven op het bedrijf, op het management en op hun mogelijkheden? Wilt u hun tegelijkertijd de spirit bijbrengen van het entrepreneurschap? Zo’n wens kunt u invullen met een ‘bedrijvenleergroep’, zoals we op deze bladzijden portretteren. Dat is gedurfd, innovatief en blijkbaar ook nog efficiënt. In deze ‘bedrijvenleergroep’ die gecoördineerd wordt door Vion, hebben we te maken met een bedrijfsgerichte opleiding die zeer praktisch en breed georiënteerd is. Wie dat alles nog diepgaander en gestut door meer theorie wenst, kan uiteraard gewoon die ‘bedrijvenleergroep’ anders oriënteren.
Of u kunt op zoek naar een klassieke MBA-cursus, al dan niet in een prestigieuze business school, al dan niet dicht bij de deur. Een MBA-cursus heeft beslist heel wat voordelen (het hoge niveau zou buiten kijf moeten staan), maar stuit ook op niet onbelangrijke nadelen, zoals:


een enorme tijdsinvestering van de studenten
voor vele MBA-cursussen worden de studenten ook geruime tijd uit het bedrijfsleven gehaald
er hangt een stevig prijskaartje aan vast
het bedrijf heeft geen vat op het programma.


Dat laatste argument kan opgelost worden door een nauwkeurige bestudering van het aanbod of - wat radicaler - door zelf een MBA-programma op maat te laten samenstellen. De jongste jaren hebben vele business schools overigens ingezien dat ze die stap zeker niet moeten afwijzen. Het samenstellen en doceren van dergelijke bedrijfs-MBA’s of mini-MBA’s blijkt immers een lucratieve niche.
Sommige ondernemingen gaan nog verder dan het ‘plaatsen van een bestelling’ en zetten zelf een heuse bedrijfsacademie op het getouw om hun talent alle kansen te geven om te rijpen. Nieuw is dat fenomeen niet. Schoolvoorbeeld is nog altijd de Hamburger University van fastfoodreus McDonald’s, die de eigen bedrijfsuniversiteit al in 1961 oprichtte. Over de naam wordt wel eens schamper gedaan, maar de Hamburger University in het Amerikaanse Oak Brook (Illinois) is een ernstige zaak van hoge kwaliteit, die de managers van het wereldwijd actieve concern zowel de bedrijfscultuur, de productkennis, de processen als managementkunde bijbrengt. Het bedrijfsinstituut heeft bijhuizen in Duitsland, Groot-Brittannië, Japan en Australië.
Dichter bij huis, in Brussel, hebben vier topbedrijven uit de financieel-administratieve sector begin 2004 samen een heuse MBA-opleiding opgezet. Swift (organiseert de gegevensstroom tussen financiële instellingen), Euroclear (regelt internationaal verhandelde effecten), Bank of New York (regelt bewaargeving van effecten) en Banksys (organiseert elektronische betalingen) zorgen voor een gespecialiseerde opleiding, waarmee de deelnemers meer inzicht moeten verwerven in de mogelijkheden van de financieel-administratieve transacties en in het management. Voor het opzetten gaat het Brusselse kwartet in zee met de Solvay Business School. Vanaf 2005 wordt de opleiding waarschijnlijk ook toegankelijk voor een selecte groep goudvinken van andere financiële instellingen en van toeleveranciers.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen