< Terug naar overzicht

Vlaamse bedrijven voeren opleidingsinspanningen op

Steeds meer Vlaamse bedrijven bieden voortgezette opleidingen aan en steeds meer werknemers worden hiermee bereikt. Al zijn er grote verschillen tussen sectoren en ook de grootte van de organisatie speelt een belangrijke rol.

Dat blijkt uit een analyse van Steunpunt Werk en Sociale Economie door de gegevens uit de sociale balans te koppelen met RSZ-gegevens. Om de vormingsinspanningen van Vlaamse bedrijven te meten, zijn drie indicatoren gebruikt:

1. De opleidingsparticipatiegraad (het percentage werknemers dat deelgenomen heeft aan formele of informele opleiding)

Zowel bij formele als bij informele opleiding is er de laatste jaren een duidelijke stijging van het aandeel werknemers dat opleiding volgt. Waar in 2010 32,4% van alle werknemers in Vlaanderen één of meer formele opleidingen genoot, verruimde dit aandeel in 2012 tot 36,2%. Voor informele opleidingen liggen de aandelen beduidend lager met 19,9% in 2010 en 23,1% in 2012.

Indien enkel de vormingsbedrijven in beschouwing worden genomen, ligt de participatiegraad logischerwijze hoger. In 2012 participeerde in de vormingsbedrijven ruim één op de twee werknemers aan formele opleiding (53,1%) en één op de drie aan informele opleiding (33,9%). Ook hier is er een duidelijke toename ten opzichte van de voorgaande jaren.

2. Aantal opleidingsuren (het aantal opleidingsuren als percentage van de gewerkte uren)

Deze indicator geeft weer hoe groot het aandeel van de totale werkduur is dat wordt besteed aan opleiding. In 2012 maakte het totaal aantal opleidingsuren 1,16% van de totale werkduur uit. Dit is een stijging ten aanzien van de voorgaande jaren (1,08% in 2011 en 1,04% in 2010). Uitgedrukt in uren en minuten, betekent dit dat over alle Vlaamse bedrijven heen, op honderd werkuren, 1 uur en 10 minuten aan opleiding werd besteed.

Als bij vormingsbedrijven het aantal gevolgde opleidingsuren wordt afgezet tegenover het aantal deelnemers. bedroeg de gemiddelde opleidingsduur per deelnemer in 2012 25,8 uren. Dit is iets lager dan in de voorgaande jaren. Het aantal gevolgde opleidingsuren (teller) nam in 2012 procentueel minder toe dan het aantal werknemers dat opleiding volgde (noemer), met als gevolg een lichte daling van de gemiddelde opleidingsduur per deelnemer.

3. De opleidingsverwachting (hoeveel opleiding een werknemer gemiddeld genomen op jaarbasis kan verwachten).

Voor een Vlaamse werknemer was dit in 2012 gemiddeld 15,3 uren. Dit is een toename ten opzichte van 2011 (14,3 uren) en 2010 (13,7 uren).

Grote verschillen
Drie sectoren noteerden in 2012 een participatie aan formele opleiding boven 50%. Het gaat over ‘Financiële activiteiten en verzekeringen’ met 51,6%; ‘Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening’ met 56,2% en ‘Energie, water en afvalbeheer’ met de hoogste participatiegraad, namelijk 66,3%.

In de ‘Landbouw, bosbouw en visserij’ en ‘Horeca’ hadden werknemers de laagste kans om deel te nemen aan formele opleiding (participatiegraad van respectievelijk 6,7% en 6,8%).

Alle sectoren slaagden erin om de formele opleidingsparticipatiegraad tussen 2010 en 2012 op te krikken.

Ook de ondernemingsgrootte speelt een belangrijke rol: vooral de grotere bedrijven zijn opleidingsgericht.

Deze vaststellingen tonen aan dat er zeker nog marge is voor het verder opvoeren van de opleidingsinspanningen, maar dat de groei voornamelijk bij de kleinere ondernemingen en een aantal specifieke sectoren gezocht dient te worden.

Bron: Steunpunt Werk en Sociale Economie

 

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen