< Terug naar overzicht

Vlaamse arbeidsmarkt houdt goed stand in Europees perspectief

Nieuwe statistieken bevestigen dat Vlaanderen relatief harder getroffen wordt door de crisis dan Brussel en Wallonië. Vanuit Europees perspectief houdt Vlaanderen wel vrij goed stand.

Dit jaar loopt de Lissabonstrategie ten einde. In dit plan werd onder meer een arbeidsdeelname van 70 procent vooropgesteld voor de bevolking op arbeidsleeftijd (15-64 jaar). De EU-27 groeide tussen 2000 en 2008 gestaag naar deze 70 procentnorm toe, maar de vooropgestelde eindmeet bleef buiten bereik. Bovendien heeft de crisis een deel van de gemaakte vorderingen teniet gedaan.

Met een gemiddelde werkzaamheidsgraad van 65 procent halverwege 2009 wordt deze Lissabondoelstelling dus niet behaald. Ook Vlaanderen blijft met een arbeidsdeelname van 65,7 procent ver verwijderd van de 70 procent.

Het departement Werk en Sociale Economie van de Vlaamse overheid stelt vast dat wat de impact van de economische malaise op de arbeidsmarkt betreft, Vlaanderen goed stand houdt in Europees perspectief. Dit blijkt uit de tewerkstellings- en werkloosheidscijfers uit de 'Enquête naar arbeidskrachten' (EAK).

De crisis heeft al een zware tol geëist. In het afgelopen crisisjaar verloren meer dan 5 miljoen mensen hun job in de Europese Unie. In het derde kwartaal van 2009 telde de EU-27 nog ongeveer 214 miljoen werkenden op arbeidsleeftijd (15-64 jaar). Dat zijn er 2,3 procent minder dan in dezelfde periode in 2008.

De huidige gemiddelde werkzaamheidsgraad bereikt daarmee 65 procent. De daling in de arbeidsdeelname zien we weerspiegeld in een explosieve stijging van het aantal werklozen met 32 procent, waarmee de gemiddelde werkloosheidsgraad 8,6 procent bereikt.

Vooral de Baltische staten, waar in elk van deze landen het aantal werklozen meer dan verdubbelde, zijn zwaar getroffen. Ook Ierland en Denemarken scoren slecht. Evenals Spanje, waar het grote aandeel werkenden met een tijdelijk contract in de klappen deelde.

België houdt, samen met onder andere Duitsland, relatief goed stand met een daling van het aantal werkenden over de beschouwde periode met 1,2 procent (53.100) en een stijging van het aantal werklozen met ‘slechts’ 5,4 procent (20.300) .

België is daarmee iets beter gepositioneerd dan Vlaanderen, waar het aantal werkenden terugviel met 46.500 personen (1,7 procent), wat gepaard ging met een stijging van het aantal werklozen met 24 procent. Daarmee wordt bevestigd dat Vlaanderen relatief harder getroffen wordt door de crisis dan de andere gewesten.

De gemiddelde arbeidsdeelname blijft in het Waals (56,9 procent) en Brussels Hoofdstedelijk Gewest (55,1 procent) wel ver achter op die in Vlaanderen (65,7 procent). Ook de gemiddelde Brusselse (15,6 procent) en Waalse (10,7 procent) werkloosheidsgraad steekt nog steeds ver boven die van Vlaanderen (4,7 procent) uit.

Naast de relatief strenge en dure ontslagregelingen, hebben een aantal (crisis)maatregelen in Vlaanderen/België, net zoals in Duitsland, een bufferend effect gehad op het aantal ontslagen werknemers. Zo berekenden we eerder dat de inkrimping van het arbeidsvolume via arbeidsduurvermindering en economische werkloosheid een bijkomend verlies van ongeveer 41.500 Vlaamse jobs heeft vermeden. Het inzetten op het behoud van jobs via arbeidsduurvermindering werd onder meer versterkt door de Vlaamse overbruggingspremie.

Bijkomend jobverlies is echter niet uitgesloten. Een kentering in de stijgende Vlaamse werkloosheidscijfers wordt niet verwacht voor 2011. Onder meer het opnieuw toenemend aantal werknemers dat bedreigd wordt door collectief ontslag is hiervan een indicatie. Bovendien leren voorgaande crisisperiodes ons dat de (Vlaamse) arbeidsmarkt doorgaans met enige vertraging reageert op een conjuncturele dip en nadien meerdere jaren nodig heeft om volledig te recupereren.

Naast het inzetten op het behoud van bestaande jobs blijven investeringen in innovatie en onderzoek, onderwijs en levenslang leren van kapitaal belang. Met de nieuwe strategie ‘Europa 2020’, voor een slimme, duurzame en inclusieve groei, benadrukt Europa alvast het belang van een innoverende en lerende samenleving. Zo wordt het belang dat Europa hecht aan de scholing van jongeren alvorens zij de arbeidsmarkt betreden, benadrukt in de verenging van de leeftijdsafbakening in de nieuwe werkgelegenheidsdoelstelling.

Tegen 2020 moet minstens 75 procent van de bevolking tussen 20 en 64 jaar aan het werk zijn (in plaats van de Lissabondoelstelling van 70 procent voor de 15-64-jarigen). Deze nieuwe doelstelling moet voor Vlaanderen een haalbare kaart zijn. Vandaag al is gemiddeld 71,4 procent van deze leeftijdsgroep aan het werk. Uiteraard heeft de snelheid en sterkte waarmee de Vlaamse arbeidsmarkt zich in de komende jaren herstelt en de mate waarin ouderen verder ingeschakeld worden/blijven op de arbeidsmarkt een bepalende impact op het behalen van deze doelstelling.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie (Vlaamse overheid)

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen