< Terug naar overzicht

Vlaamse arbeidskracht is duur, zeldzaam en houdt het niet lang vol

Vlaanderen scoort niet slecht op sociaal-economisch vlak, maar kan wel wat opsteken van de VS, Japan en enkele Europese topregio’s. De werkzaamheidgraad, de gemiddelde leeftijd bij het verlaten van de arbeidsmarkt en de arbeidskosten zijn in deze ‘toetsregio’s’ gunstiger dan bij ons. Dat besluit de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV) in het rapport Vlaanderen 2005. We moeten langer werken en meer aandacht hebben voor opleiding.

De SERV stelt om de twee jaar een rapport op over de sociaal-economische uitdagingen waar Vlaanderen voor staat. Ditmaal maakte de raad een vergelijking met de VS, Japan, West-Nederland, UK South-East (Verenigd Koninkrijk), Beieren, West-Oostenrijk, Noreste (Spanje), l’Est (Frankrijk), Nord Est (Italië) en Kozep-Magyarorszag (Hongarije). Deze regio’s hebben een voorbeeldfunctie: ze scoren op het geheel van sociaal-economische criteria beter dan Vlaanderen. Door deze benadering maakt de SERV inzichtelijk waar de zwakke punten en de groeikansen van onze regio liggen.


Voor de werking van de arbeidsmarkt scoort Vlaanderen op vele gebieden zwakker dan de referentielanden. De werkzaamheidgraad ligt hier laag, de langdurige werkloosheid hoog en er zijn weinig mensen tot op late leeftijd actief. Mogelijk heeft dit te maken met de arbeidskost die bij ons het hoogst ligt. Wat het impliciete belastingtarief op arbeid in loondienst betreft, zijn we de tweede slechtste leerling van de klas. De werkloosheidsval bij jobs met een laag inkomen is hier het grootst.


Sommige mindere punten kunnen we allicht worden verklaard door het belasting- en socialezekerheidssysteem, maar Vlaanderen moet ook wel werk maken van opleiding en vorming van de beroepsactieve bevolking. Hoewel ons algemeen onderwijs uitstekende outputresultaten kan voorleggen, blijft de vorming tijdens de loopbaan middelmatig. Vlaanderen doet ook te weinig aan innovatie: de overheid investeert hierin ondermaats, aldus de SERV.


De SERV wijdde een aparte studie aan de ouderentewerkstelling onder de titel ‘De actieve 55-plussers in de Vlaamse economie’. Daaruit blijkt dat het aantal 55-plussers op de Vlaamse arbeidsmarkt met 30% is toegenomen tussen 1997 en 2002, tot een niveau van 211.898 werknemers. Die stijging is niet sterk genoeg. Amper 1 op 4 van deze +55-jarigen heeft een baan. Deze actieve ouderen maken maar 8,5% van de werkende bevolking uit.


De recente stijging ligt vooral bij de vrouwelijke 55-plussers. Hun werkzaamheidgraad evolueerde van 11,7% tot 15,8%. Wel zijn er nog steeds meer mannen dan vrouwen op latere leeftijd actief. Oudere actieven vindt u verhoudingsgewijs vaker terug bij de zelfstandigen (17%). Meer dan de helft van deze oudere zelfstandigen zijn de kaap van 65 jaar voorbij. Bij het overheidspersoneel is 11,2% ouder dan 55, in de private sector is dat slechts 5,4%.


Tweederde van de actieve ouderen is geconcentreerd binnen 10 sectoren. De vrouwen boven 55 jaar werken vooral in het onderwijs (23%) en in de zelfstandige handel (13,2%) of bij het openbaar bestuur (7,6%). De mannelijke 55-plussers vindt men vooral terug in de zelfstandige handel (10,8%), het onderwijs (9,4%) en in de zelfstandige nijverheid/ambachten (9,1%). Oudere actieven werken zelden binnen de sectoren post en telecommunicatie, informatica en werving en selectie.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen