< Terug naar overzicht

Vier op de vijf werkzoekenden behoren tot een kansengroep

Achter de maandelijkse werkloosheidscijfers schuilt een dynamisch proces van in- en uitstromende werkzoekenden. Veel werkzoekenden vinden snel en vlot de weg naar werk, maar voor andere verloopt dit een stuk moeizamer.

De VDAB analyseerde de in- en uitstroom van werkzoekenden. De maandelijkse werkloosheidscijfers zijn immers telkens een momentopname, namelijk het aantal niet-werkende werkzoekenden op de laatste dag van de maand. In realiteit gaat het echter niet om een statische groep, maar stromen werkzoekenden voortdurend in en uit.

Een groot deel van de instromende werkzoekenden blijft slechts kort werkloos. Dit zijn zoek- of frictiewerklozen, het vinden van een job neemt nu eenmaal een bepaalde tijd in beslag.

Voor sommigen is dat vast werk, anderen gaan aan de slag in uitzendwerk of tijdelijke jobs, vaak verschillende na elkaar. Een deel van de werkzoekenden stroomt dus slechts tijdelijk uit. In 2010 schreef een kwart van de uitgestroomde werkzoekenden zich in hetzelfde kalenderjaar minstens eenmaal opnieuw in.

In de maandelijkse werkloosheidscijfer zijn de vier klassieke kansengroepen sterk vertegenwoordigt: de helft (50,5 procent) is kortgeschoold, een kwart (25,2 procent) is ouder dan vijftig, 22,8 procent is allochtoon en 14,3 procent heeft een arbeidshandicap (PMAH). In totaal behoren bijna drie op de vier (72,1 procent) NWWZ tot minstens één van deze vier ‘klassieke’ kansengroepen, een pak meer dan bij de ‘meer dynamische’ in- en uitstromers (46 procent).

Nieuwe kansengroepen


De sluitende aanpak waardoor kwetsbare groepen beter gescreend en begeleid worden, leggen steeds beter factoren bloot die de zoektocht naar werk bemoeilijken. En die zijn heel uiteenlopend: de zorgtaak voor kinderen, een zieke partner of ouders, mobiliteitsproblemen, taalachterstand, laaggeletterdheid, armoede of een specifieke MMPP-problematiek (medisch, mentaal, psychisch of psychiatrisch).

In 2010 waren er gemiddeld bijna 30.000 NWWZ (14,4 procent) met taalachterstand, 4500 (2,2 procent) met een MMPP-problematiek en 3000 (1,4 procent) laaggeletterd. Als we ook de 90.000 (43,1 procent) langdurig werkzoekenden mee in dit rijtje plaatsen, dan behoren zelfs 4 op de 5 (79,6 procent) werkzoekenden tot één van de acht weergegeven kansengroepen.

Hoe hoger de werkloosheidsduur, hoe hoger het aandeel van de kansengroepen. Terwijl bij de kortdurig werkzoekenden ‘slechts’ 62 procent tot minstens één van de vier klassieke kansengroepen behoort, stijgt dit vanaf 1 jaar werkloosheid tot 85 procent en vanaf 4 jaar al tot 95 procent.

Maar werkzoekenden uit kansengroepen zijn alleszins niet bij voorbaat veroordeeld tot langdurige werkloosheid. Ook zoekwerklozen kunnen uit kansengroepen komen. Zo vindt ongeveer 30 procent van de instromende 50-plussers binnen het halfjaar een nieuwe baan. En omgekeerd zijn bijna een kwart (22,9 procent) van de werkzoekenden die tot geen enkele klassieke kansengroep behoren toch langdurig werkloos.

Bron: VDAB

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen