< Terug naar overzicht

VBO: geen draagvlak voor vakbond in KMO

Uit een kersverse studie van het Centrum voor Ondernemerschap (SVO) concludeert de werkgeversfederatie VBO dat er geen draagvlak is voor de formalisering van het sociaal overleg in KMO’s via de invoering van officiële overlegorganen.

Sociaal overleg in KMO’s vindt over het algemeen plaats op een informele en directe manier zonder vakbondsvertegenwoordiging. Zowel werkgevers als werknemers zijn hierover tevreden of zeer tevreden. Voor de meeste onder hen moeten vertegenwoordigers van het personeel geen syndicaal afgevaardigde zijn. Dat blijkt uit een studie van professor Johan Lambrecht, Diane Arijs en Ellen Beens van het Studiecentrum voor Ondernemerschap (SVO) aan de EHSAL/KU Brussel. Het SVO bestudeerde tien praktijkgevallen en hield een schriftelijke bevraging bij 124 werkgevers en 193 werknemers.

Volgens de bedrijfsleiders maken de familiale sfeer en het dagelijkse contact formeel overleg overbodig. Werkgevers (92%) én werknemers (61%) zijn tevreden of zeer tevreden met die situatie (30% van de werknemers is neutraal en 9 % van de werknemers is ontevreden of zeer ontevreden). Beiden halen kwalitatieve eigenschappen van de huidige sociale dialoog aan als meer betrokkenheid van de werknemers bij het bedrijf, een grotere motivatie bij de werknemers, de positieve familiale sfeer in het bedrijf, kwaliteitsverbetering, groter vertrouwen bij de werknemers en werknemers die beter op de hoogte zijn.

Meer dan de helft van de werkgevers (55%) overlegt met enkele vertegenwoordigers van het personeel die geen syndicaal afgevaardigde zijn. Ongeveer 58% van de werknemers vindt het wenselijk dat een aantal personeelsleden het voltallige personeel vertegenwoordigen. Van die groep zegt 68% dat die personeelsvertegenwoordiger(s) geen syndicaal afgevaardigde moet(en) zijn. Op de vraag ‘Veronderstel dat er in uw onderneming personeelsleden zijn die het voltallige personeel vertegenwoordigen, moeten die volgens u syndicaal afgevaardigde zijn?’, antwoordt 75% van de werknemers en 95% van de werkgevers ‘Neen’. De kans dat werkgevers overleg plegen met personeelsvertegenwoordigers die syndicaal afgevaardigden zijn, stijgt met de bedrijfsgrootte.

De instelling van officiële overlegorganen wordt door het merendeel van de werkgevers en werknemers overbodig geacht in kleine bedrijven. Volgens hen zou dat de zaken duurder, complexer en tijdrovender maken, onnodig op de spits drijven en de flexibiliteit ondermijnen. Slechts 6% van de werkgevers en een derde van de werknemers vinden het goed of zeer goed dat er in vestigingen vanaf 20 werknemers officiële overlegorganen komen.

“Er is dus volgens het VBO een voorkeur voor de voortzetting van de huidige informele, directe contacten. Er is geen draagvlak voor een uitbreiding of institutionalisering van deze sociale dialoog, en zeker niet via vakbondsvertegenwoordiging. De discussie over de invoering van de EU-richtlijn moet volgens het VBO met andere woorden tot haar ware dimensie worden teruggebracht: juridisch strikte uitvoering geven aan de EU-verplichtingen, voor zover België deze nog niet heeft uitgevoerd, in de ondernemingen van meer dan 50 werknemers. Europa legt ons dus geenszins een verlaging van de syndicale drempel op, wat sommigen daarover ook mogen beweren”, zo besluit Pieter Timmermans, directeur-generaal van het VBO.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen