< Terug naar overzicht

Vast en voltijds werken is nog steeds de norm

In 2018 was ruim zes op de tien arbeidscontracten in ons land een voltijds contract. Dat is een stijging met drie procent ten opzichte van vijf jaar geleden. Alleen in de social profit ligt het aantal deeltijdse contracten beduidend hoger dan het aantal voltijdse. En 60-plussers blijven voltijds werken.

62,51 procent van alle lopende arbeidscontracten van 2018 waren voltijdse contracten, zo blijkt uit cijfers van HR-dienstverlener Acerta. Als we daar ook de contracten bijtellen die minstens 80 procent van een voltijds contract inhouden, komen we aan 76 procent. Anders gezegd, drie op de vier arbeidscontracten is minstens viervijfde.
In 2014 was dit slechts 73,39 procent. De toename van het aandeel voltijdsen gaat dus niet ten koste van de andere veel-urige contracten. De kleinere deeltijdse contracten en vooral de halftijdse (50 procent) hebben aan populariteit ingeboet. “De daling van het aantal halftijdse contracten kan deels worden verklaard door de verstrenging van de regels inzake tijdskrediet waardoor de toegang tot dit stelsel moeilijker is geworden”, zegt Dirk Vanderhoydonck, directeur van Acerta Consult.

12,6 miljoen extra gewerkte arbeidsdagen

De gemiddelde contractuele arbeidsduur bedroeg op 31 december 2018 85,96 procent; in 2014 was dit 84,55 procent. Een stijging dus met 1,66 procent. Dit betekent dat het contractuele aantal arbeidsdagen gestegen is met ruim 3,5 dagen. Potentieel presteert een gemiddelde werknemer dus 3 arbeidsdagen per jaar extra in vergelijking met het jaar 2014. Gezien onze actieve arbeidsmarkt bestaat uit 4,2 miljoen werknemers, gaat het om 12,6 miljoen extra gewerkte arbeidsdagen in vergelijking met 2014.

“Niet alleen zijn er de laatste jaren jobs, jobs, jobs bijgekomen, er zijn ook meer voltijdse jobs. Dat is niet onlogisch: de arbeidskrapte zorgt er mee voor dat werkgevers hun werknemers grotere contracten aanbieden. Immers, wie een werknemer gevonden heeft, wil die ook graag maximaal aan het werk zetten. Blijkbaar gaan werknemers daarop in”, zegt Vanderhoydonck.

Social profit

De social profit vormt een buitenbeentje. Het aantal deeltijdse arbeidsovereenkomsten ligt er beduidend hoger dan het aantal voltijdse. Slechts 43,66 procent van alle arbeidsovereenkomsten die op 31 december 2018 in de social profit bestonden, voorzien in voltijdse prestaties. In de profit sector gaat het over 74,7 procent van alle contracten. Dat is een verschil van 30 procent. Het aantal vrouwen dat voltijds werkt in de social profit ligt nog lager dan het algemene cijfer: uit de cijfers blijkt dat slechts 34 procent van de vrouwelijke werknemers in de social profit in dienst zijn met een voltijdse arbeidsovereenkomst.

De gemiddelde contractuele arbeidsduur is met 1,66 procent gestegen tussen 2014 en 2019. In de social profit is deze stijging uitgesprokener dan in de profit sector. Werknemers uit de social profit hebben vandaag reeds een contractuele arbeidsduur die 2,39 procent hoger is dan deze van vijf jaar geleden. Gemiddeld voorziet de contractuele arbeidsduur van werknemers in de social profit vandaag in 4,70 arbeidsdagen meer per jaar dan in 2014. De sector heeft de beweging naar een hogere contractuele arbeidsduur ingezet.

60-plussers blijven voltijds werken

Wat ook opvalt, is de verhouding leeftijd-voltijds contract. Tot de leeftijd van 30 jaar is het aandeel voltijdsen het grootst. Daarna blijft dat aandeel zakken. “Maar het engagement van de oudste categorie van medewerkers is dan wel weer groter. Van wie op 60 nog aan het werk is, heeft 61,73 procent een voltijds contract”, zegt Vanderhoydonck.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen