< Terug naar overzicht

Uitzendarbeid blijft het belangrijkste rekruteringskanaal

De Stichting Innovatie en Arbeid, het onderzoeksinstituut van de SERV, heeft een onderzoek gedaan in Vlaanderen naar uitzendarbeid en flexibiliteit. De studie peilt onder meer naar de belangrijkste ontwikkelingen in de uitzendsector en bespreekt ook de resultaten van een enquête bij ongeveer 2000 ondernemingen, gebruikers en niet-gebruikers van uitzendarbeid.

Door de nauwe band tussen de economische conjunctuur en de inzet van uitzendarbeid zijn de uitzendbedrijven zelf erg afhankelijk van de schommelingen van de conjunctuur. Tijdens de crisis hebben ze getracht de onzekerheden te counteren door als bedrijf hun activiteiten uit te breiden naar onder meer outsourcing, studentenarbeid, dienstencheques, tendering, alsook door digitalisering en centralisering van de backoffice. De inzet van uitzendarbeid zelf ligt inmiddels ongeveer op het niveau van voor de crisis.

Beperkte verschuivingen in de inzet van uitzendarbeid

Nagenoeg drie op de tien (31 procent) ondernemingen en organisaties hebben in het voorbije jaar uitzendkrachten ingezet. Grote ondernemingen doen dat vaker (59 procent) dan kleine (26 procent), industriële (45 procent) meer dan de diensten (34 procent). In de quartaire sector is de inzet beperkt (19 procent).

Ook al zijn de grote en de industriële bedrijven de meest intensieve gebruikers, door hun grote aantal maken de kleine dienstenbedrijven toch bijna de helft (48 procent) uit van alle gebruikers van uitzendarbeid.

Het percentage ondernemingen en organisaties dat gebruik maakt van uitzendarbeid, is niet significant gestegen of gedaald sinds 2000/2004, maar er zijn wel enkele verschuivingen. Er is een lichte toename bij de grotere industriële bedrijven en een sterke toename bij de kleinere dienstenbedrijven. Bij de (middel)grote dienstenbedrijven zien we een afname.

Door het jaar heen zet een gebruiker van uitzendarbeid gemiddeld zeven uitzendkrachten in. Bij 63 procent van de ondernemingen en organisaties varieert dat aantal niet veel. In de industrie varieert het aantal ingezette uitzendkrachten minder dan in 2000, in de diensten meer dan in 2004.

In de ruime meerderheid van de ondernemingen en organisaties (64 procent) bedraagt het aantal uitzendkrachten niet meer dan het equivalent van 5 procent van het totaal aantal vaste werknemers. De intensieve gebruikers van uitzendarbeid vinden we vooral bij de grotere ondernemingen en in de industrie. Het aandeel intensieve gebruikers is zowel in de industrie als in de diensten duidelijk toegenomen sinds respectievelijk 2000 en 2004.

Ook voor professionals

Uitzendkrachten worden het meest voor eenvoudige uitvoerende functies ingezet (71 procent, vaker in de industrie), gevolgd door gespecialiseerde uitvoerende functies (33 procent, vaker in de quartaire sector). Zes procent van de gebruikers zet (ook) uitzendarbeid in voor leidinggevende functies of als professionals. Professionals worden vaker ingezet bij grote ondernemingen en organisaties.

Uitzendopdrachten duren vrij lang: gemiddeld 88 dagen. De langste opdrachten vinden we in de industrie, de kortste in de diensten. De quartaire sector heeft een apart profiel met zowel meer erg korte opdrachten als meer zeer lange opdrachten.

Vervangen en rekruteren

Het vervangen van afwezige werknemers is voor 53 procent een belangrijk motief, rekruteren voor 55 procent en het opvangen van pieken voor 48 procent. Van deze drie hoofdmotieven geven de helft van de gebruikers er twee of drie aan als belangrijk.

Uitzendarbeid wordt dus voor een mix van motieven ingezet. Het aantal respondenten dat alle drie de hoofdmotieven als belangrijk aangeeft, is sinds 2000/2004 verdubbeld.

Het belang van het motief ‘vervangen’ is trouwens sterk toegenomen. Dat zou te maken kunnen hebben met een toenemend absenteïsme. Ook het belang van het motief ‘rekruteren’ wordt door meer gebruikers van uitzendarbeid belangrijk gevonden dan in 2000/2004. Het aantal aanwervende ondernemingen is nochtans gelijk gebleven. Ook het gemiddeld percentage aangeworven werknemers dat voor de aanwerving een uitzendcontract had bij dezelfde onderneming of organisatie, bleef gelijk. Dat aandeel ligt op 41,6 procent. Uitzendarbeid handhaaft zich op die manier als het voornaamste aanwervingskanaal, voornamelijk in de industrie.

Het nieuwe motief ‘instroom’ is niet zo populair: 14 procent heeft er nog nooit van gehoord en vooral kleinere bedrijven geven aan dat ze het te ingewikkeld vinden. Bij grotere ondernemingen en organisaties is de regeling beter bekend en staat men er gunstiger tegenover. We zien een contrast tussen het belang van rekrutering via uitzendarbeid en het beperkte enthousiasme voor de nieuwe regeling voor instroom.

Pieken opvangen

Pieken in de productie of dienstverlening komen voor in iets meer dan de helft van de ondernemingen en organisaties en die zijn meestal voorspelbaar (57 procent). Ondernemingen met pieken zetten vaker uitzendkrachten in, maar het verschil is niet zo groot als we rekening houden met de sectorverschillen. Het aantal ondernemingen met pieken in de productie of dienstverlening is afgenomen, de voorspelbaarheid van de pieken is min of meer gelijk gebleven. Het belang van het motief ‘pieken opvangen’ is gelijk gebleven.

Comfortmotieven minder belangrijk

Naast de drie hoofdmotieven onderscheiden we ook de ‘comfortmotieven’: kenmerken van uitzendarbeid die wellicht op zichzelf niet voldoende zijn om voor deze vorm van flexibiliteit te kiezen, maar die wel een invloed kunnen hebben op de keuze. Twee daarvan kunnen op veel bijval van de respondenten rekenen: de mogelijkheid om bij een aanwervingsstop toch extra mensen te kunnen inzetten (40 procent is het daarmee eens) en de vaststelling dat de inzet van uitzendarbeid weinig extra werk oplevert voor de personeelsdienst (38 procent).

In tweede orde is er de inzet van uitzendarbeid als buffer voor als het economisch bergaf zou gaan (26 procent), de mogelijkheid om het aantal vaste personeelsleden beperkt te houden (24 procent) en de gunstige inschatting van de prijs van uitzendarbeid (24 procent).

Al deze motieven blijken samen te gaan met een grotere kans op de inzet van uitzendarbeid en hebben dus zeker een invloed. Daartegenover staat wel dat elk van deze comfortmotieven aan belang heeft ingeboet, waarbij de ‘gunstige inschatting van de prijs’ de grootste daling laat optekenen.

Meer uitzendarbeid bij groei

Bij de ondernemingen en organisaties die hun marktsituatie als groeiend of stabiel inschatten, vinden we het grootste aandeel gebruikers van uitzendarbeid. Ondernemingen en organisaties die (sterk) groeien, werven vaker aan, maar ze doen dat minder vaak via uitzendarbeid dan de ondernemingen die in een stabiele of krimpende markt werken.

Eén op de drie maakt gebruik van freelancers of zelfstandigen

29 procent van de ondernemingen en organisaties werken met freelancers of zelfstandigen en 14 procent met projectgebonden uitbesteding. Ondernemingen en organisaties die freelancers of zelfstandigen inzetten, blijken ook vaker en intensief uitzendkrachten in te zetten.

Freelancers en zelfstandigen komen ook vaker voor in ondernemingen en organisaties die pieken kennen, die groeien, die een groter aantal werknemers hebben en die basisactiviteiten (permanent) uitbesteden. We zien een toename van de inzet van zelfstandigen en freelancers in de dienstensector ten opzichte van 2004. Bij de helft van de ondernemingen en organisaties die zelfstandigen en freelancers inzetten, komt hun aantal overeen met 36 procent van hun vaste personeel. Dit aandeel ligt beduidend hoger voor de kleine ondernemingen en organisaties: veel zelfstandigen en freelancers werken dus voor kleine ondernemingen en organisaties.

Bijna negen op de tien hebben een contract met alle ingezette zelfstandigen of freelancers zelf. Het gebruik van een tussenfirma komt vaker voor bij grotere ondernemingen en organisaties. Wat de functietypes betreft, worden zelfstandigen en freelancers voornamelijk ingezet voor creatieve of intellectuele diensten (39 procent) of voor de ‘overige diensten’ (33 procent). Redelijk wat ondernemingen en organisaties gebruiken zelfstandigen en freelancers voor verschillende types van opdrachten.

Bron: SERV (serv.be)

 

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen