< Terug naar overzicht

Tijdskrediet en de fiscus

Moet er op de onderbrekingsuitkeringen in geval van tijdskrediet bedrijfsvoorheffing afgehouden worden?

Werknemers in tijdskrediet krijgen een uitkering van de RVA. Het bedrag ervan verschilt al naargelang van de soort tijdskrediet (algemeen, palliatieve of medische zorgen, ouderschapsverlof), de onderbreking (volledige onderbreking, vermindering met de helft of met één vijfde), de leeftijd (jonger dan 50, 50 of ouder), de anciënniteit, het beroepsverleden en de gezinssituatie.


De wettelijke onderbrekingsuitkering wordt fiscaal beschouwd als vervangingsinkomen. Tot 31 december 2003 werd geen bedrijfsvoorheffing afgehouden. Met ingang van 1 januari 2004 houdt de RVA bedrijfsvoorheffing in: 10,13% in geval van volledige onderbreking en 17,15% in geval van vermindering van de loopbaan.


Sommige werkgevers betalen een aanvulling op de uitkering van de RVA . Ook deze bovenwettelijke onderbrekingsuitkering is een belastbaar inkomen. Welke bedrijfsvoorheffing is verschuldigd?


De aanvullende vergoedingen die uitgekeerd worden door de werkgever, een sociaal fonds van een paritair comité of subcomité, een fonds voor bestaanszekerheid of een verzekeringsinstelling (waarmee de werkgever een overeenkomst heeft gesloten om de verplichtingen die hij tegenover zijn personeel aanging te dekken), kwalificeert men als vergoedingen voor tijdelijke derving van inkomsten.


Afhankelijk van de wijze van uitbetaling wordt de bedrijfsvoorheffing als volgt berekend.

De vergoeding wordt uitbetaald door de werkgever of door diens tussenkomst, samen met de normale bezoldigingen voor dezelfde periode.

In dit geval wordt de baremieke bedrijfsvoorheffing berekend rekening houdend met het totaal bedrag van de genoemde vergoedingen en bezoldigingen.




De vergoeding wordt uitbetaald door de werkgever of door diens tussenkomst, onafhankelijk van de normale bezoldigingen van dezelfde periode.

In dit geval wordt de bedrijfsvoorheffing berekend volgens de regels van de exceptionele vergoedingen, met dien verstande dat de in aanmerking te nemen jaarlijkse bezoldigingen, de bezoldigingen zijn die tot grondslag dienden voor het berekenen van de schadeloosstelling (jaarbedrag van het referentieloon). Bij gebrek aan deze referentiebezoldiging bedraagt de bedrijfsvoorheffing 26,68 %, zonder enige vermindering.




De vergoeding wordt uitbetaald door een verzekeringsinstelling, door een andere instelling of een tussenpersoon (bijvoorbeeld het Sociaal Fonds), doch in elk geval zonder interventie van de werkgever.


In dit geval bedraagt de bedrijfsvoorheffing 22,14 % en wordt er geen vermindering voor gezinslasten toegestaan.


Geen bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden wanneer de verkrijger van de vergoeding bewijst dat het twaalfde van het jaarbedrag van de bezoldigingen die tot grondslag dienden voor het berekenen van de vergoeding (jaarbedrag van het referentieloon) volgens de regels die terzake gelden, geen aanleiding geeft tot het afhouden van bedrijfsvoorheffing.



Dirk Wijns

Senior consultant, Acerta Consult

dirk.wijns@acerta.be

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen