< Terug naar overzicht

Tijdskrediet blijft populair ondanks strengere regels

In 2012 namen bijna evenveel werknemers tijdskrediet en loopbaanonderbreking op dan het jaar voordien. Nochtans werden de voorwaarden om tijdskrediet op te nemen op 1 september 2012 verstrengd. Federaal minister van Werk Monica De Coninck wil ook de voorwaarden om loopbaankrediet op te nemen verstrengen.

In 2012 namen 135.871 werknemers uit de privésector tijdskrediet en 43.079 ambtenaren loopbaanonderbreking, zo blijkt uit een analyse van zelfstandigenorganisatie NSZ op basis van cijfers van de RVA.

Het jaar daarvoor ging het in totaal om 179.191 personen, een absoluut record overigens, van wie 135.243 werknemers en 43.947 ambtenaren.

In 2012 daalde het aantal personen met tijdskrediet of loopbaanonderbreking slechts met 0,2 procent ten opzichte van 2011. Ter vergelijking: tien jaar geleden, in 2003, namen 71.487 werknemers tijdskrediet of loopbaanonderbreking. Op tien jaar tijd is het aantal tijdskredietnemers en loopbaanonderbrekers gestegen met 150 procent.

Toch lijkt de verstrenging van de voorwaarden om tijdskrediet op te nemen vanaf 1 september 2012 een effect te hebben. Sinds februari ziet de Rijksdienst voor Arbeidsverziening (RVA) het aantal uitkeringen maand na maand dalen. In januari 2012 deed RVA nog 138.717 betalingen, tegenover 132.586 in januari 2013. Dat zijn er ruim 5000 minder. De kosten daalde van 36,9 miljoen euro naar 36,1 miljoen euro.

Te traag


NSZ vindt dat de daling te traag gaat en wil tijdskrediet tot een minimum beperken “omdat dergelijke verloven moeilijk in te passen zijn in de bedrijfskundige realiteit van een micro-onderneming of een kmo, maar ook omdat de kostprijs ervan voor de maatschappij sterk oploopt.”

De organisatie is voorstander van alternatieve gezinsvriendelijke maatregelen, zoals een forfaitaire fiscale aftrekbaarheid voor de kosten gemaakt voor opvang in familiekring en voor de uitbreiding van de dienstencheques tot de kinderopvang.

Ook ondernemersorganisatie Unizo wijst op de negatieve impact van de verschillende verlofsystemen voor kmo’s en pleit eveneens voor een verdere verstrenging van de systemen. Voorts wijst Unizo op de verantwoordelijkheid van de werknemer. “Wie beslist om niet of minder te werken, mag daartoe niet aangemoedigd worden. De overheid kan niet in alle gevallen mindere inkomsten compenseren via een aanmoedigingspremie. Hetzelfde geldt voor het gelijkstellen van de rechten op het vlak van pensioenopbouw.”

Al erkent het dat verlofsystemen, als ze de juiste doelen dienen, een maatschappelijke meerwaarde hebben, zoals bij de verzorging van een ziek kind of zieke ouder of de opvoeding van kinderen. “In deze gevallen kan de overheid inderdaad overgaan tot de betaling van een premie voor de periode van onderbreking.”

Terugschroeven loopbaanonderbreking


De federale regering heeft plannen om het systeem van loopbaanonderbreking in het onderwijs en de openbare sector in te perken. De regering vindt het systeem te duur. Uit een ontwerptekst die de vakbonden konden inkijken, blijkt dat de regering het systeem van loopbaanonderbreking wil beperken tot één jaar voltijds en één jaar halftijds verlof, zonder enige vorm van verantwoording.

Een langere loopbaanonderbreking zou wel nog mogelijk zijn om vier redenen: het volgen van een opleiding, het zorgen voor een gehandicapt kind of een kind onder de acht jaar, het bijstaan van een ziek familielid of de zorg voor familieleden in palliatieve zorgen.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen