< Terug naar overzicht

Technische en medische inspectie: bureaucratische pesterijen of levensnoodzakelijke controle?

Hoe moet het verder met de technische en medische inspectie op het werk? Een vakbondsvertegenwoordiger, de directeur-generaal, de staatssecretaris en een HR-manager, tevens veiligheidscoördinator, belichten hun kant van de zaak.

1. De vakbond: onthutsend veel arbeidsongevallen en beroepsziekten

Begin oktober mobiliseerde de christelijke vakbond ACV 1500 militanten om meer personeel te eisen voor de technische en medische inspectie. Die diensten staan in voor het controleren en vaststellen van inbreuken op de arbeidsveiligheid en op de bescherming van de gezondheid. In mei werden al 5200 handtekeningen van Limburgse ACV-vertegenwoordigers in de Comités voor Preventie en Bescherming overhandigd aan de top van de inspectiediensten.

"Die diensten zijn schromelijk onderbemand", stelt Herman Fonck, hoofd Dienst Onderneming van het ACV. "Zo telt de technische inspectie 167 personeelsleden in totaal. De medische inspectie doet het met 58 inspecteurs. Die staan in voor de controle op de toepassing van de veiligheidswetgeving bij meer dan 200.000 Belgische werkgevers met ruim 3 miljoen werknemers. Dat is ruim onvoldoende om alle ondernemingen eens per jaar te bezoeken, zoals aanbevolen in de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie."



Lik op stuk

Naast meer mankracht, eist de vakbond ook meer slagkracht door efficiënte sancties. Van de amper 286 pro justitia’s die in 2001 werden opgesteld door de technische inspectie resulteerden er eind 2002 slechts twee in een veroordeling, zes in een minnelijke schikking en zestien in een geldboete. Dit terwijl de inspectie vaststelt in het jaarverslag van 2000 dat 20 tot 50% van de KMO’s de wetgeving niet naleeft. Herman Fonck: “Op die manier is het veel goedkoper voor werkgevers om een boete te riskeren, dan om de noodzakelijke investeringen te doen in veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Daarom pleiten we voor een stelsel waarbij recidivisten-werkgevers zelf de kosten dragen van de herhaalde inspectiebezoeken, naar analogie met het principe de vervuiler betaalt. Het geld van deze boetes kan dan dienen om de inspecties uit te breiden.”

Voor die aanpak wordt verwezen naar het succes van het lik-op-stukbeleid in Nederland. Daar kan de inspectie sinds eind 1999 bij vaststelling van overtredingen een bestuurlijke boete opleggen, vergelijkbaar met een onmiddellijk te betalen administratieve boete. Dat gebeurt het meest frequent voor overtredingen zoals het ontbreken van een risico-evaluatie en voor het onvoldoende voorkomen van valgevaar. Het gemiddelde boetebedrag bedraagt 1883 euro. Het jaarverslag van de Nederlandse inspectie meldt een aanzienlijk effect van dit beleid: op twee jaar tijd steeg de naleving van de wetgeving op de risico-evaluatie van 42% naar 62%.



Moordende cijfers

Elke werkdag sterft er ergens in België iemand ten gevolge van een arbeidsongeval.

De cijfers in België bewijzen dat krachtig optreden meer dan nodig is. Het aantal zware arbeidsongevallen is de jongste 20 jaar niet gedaald. Elke werkdag sterft er ergens in België iemand ten gevolge van een arbeidsongeval: het Fonds voor Arbeidsongevallen meldt 232 doden in 2001. Dat jaar liepen 12.151 arbeiders uit de privé-sector een blijvende handicap op als gevolg van een arbeidsongeval. Dat betekent dat gemiddeld én arbeider op vijf zijn 25 jaar dienst niet haalt zonder te sterven of een blijvende handicap over te houden aan een arbeidsongeval.

De cijfers van het Fonds zijn de officiële Belgische cijfers die over deze materie voorhanden zijn en zij worden dan ook overgenomen in internationale statistieken. Ze zijn nochtans onvolledig. Zo zitten de arbeidsongevallen waarbij politie, militairen, postbodes, spoorwegpersoneel, Belgacom-medewerkers, overheidsambtenaren en vastbenoemd onderwijzend personeel betrokken waren niet in deze statistieken. Het gaat om een grote groep mensen, namelijk én op vijf van alle werknemers. Hun werkgevers - de overheidsdiensten - zorgen rechtstreeks voor de schadeloosstelling na een arbeidsongeval. Die ongevallen worden niet verzekerd door privé-maatschappijen en daardoor dus niet geregistreerd bij het Fonds. Daarin komt nu wel verandering. Dit jaar werden voor het eerst de ongevallengegevens van een aantal openbare diensten opgenomen in de statistieken, voornamelijk van lokale besturen die wel verzekerd zijn bij privé-maatschappijen.

Hoeveel werknemers jaarlijks het slachtoffer zijn van een beroepsgebonden ziekte, is niet precies te achterhalen. Slechts een deel van de werknemers die ziek worden door hun werk, wordt immers officieel erkend. Voor heel wat ziekten ligt de bewijslast bij het slachtoffer, wat meestal een onbegonnen zaak is. Een triest voorbeeld zijn de beroepskankers. Experts schatten het aantal kankers als gevolg van een beroep voorzichtig op 4% van het totaal aantal kankers. Voor België betekent dit dat jaarlijks 1850 werknemers een beroepskanker oplopen. Slechts 5% hiervan wordt erkend door het Fonds voor Beroepsziekten.



Precious Metals Refining

De fabriek van Umicore (het vroegere Union Minière) in Hoboken is de grootste recyclage-eenheid voor edele metalen in de wereld. Umicore Precious Metals Refining herwint non-ferrometalen uit een breed gamma van complexe grondstoffen afkomstig van andere smelters of uit afvalstromen zoals elektronisch schroot, auto- of industriële katalysatoren. De jaarlijkse productiecapaciteiten spreken tot de verbeelding: onder andere 2400 ton zilver, meer dan 100 ton goud, 15 ton platina, 25 ton paladium en 2,5 ton rhodium.

Umicore Hoboken produceert eveneens 40.000 ton lood en vooral door dat metaal kwam de vestiging regelmatig in het nieuws. Door volgehouden inspanningen voor het leefmilieu werden de emissies sterk teruggedrongen. Dit had ook een positief effect op het loodgehalte in het bloed van de kinderen uit de buurt, een bijzonder kwetsbare groep. Met de overheid wordt nu overlegd hoe de historische vervuiling in de omgeving definitief dient aangepakt te worden.

De vestiging telt 1337 personeelsleden, waarvan 87% in de afdeling Precious Metals Refining. Als risicovol Ceveso-bedrijf wordt Umicore Hoboken regelmatig door de technische en medische inspecties onderworpen aan audits.




Terecht benadeeld

"Ondanks de vernieuwde en beter uitgewerkte welzijnswetgeving en ondanks alle preventiestructuren, blijkt er bitter weinig verbetering in de naleving van de wetgeving op het terrein", concludeert Herman Fonck. "De inspectiediensten zijn door een gebrek aan mankracht en middelen niet in staat te zorgen voor de nodige begeleiding en controle van ondernemingen. De bedrijven die wel gecontroleerd worden, voelen zich terecht benadeeld. De inspectiediensten beschikken bovendien over te weinig afdoende sancties om onwillige werkgevers op het rechte pad te brengen. Een uitbreiding en verbetering van de inspectie vergen politieke prioriteiten en beslissingen: budgetten moeten worden vrijgemaakt. Die worden echter meer dan gecompenseerd door de vermindering van de maatschappelijke uitgaven als gevolg van ziekten en ongevallen."


2. De directeur-generaal: op zoek naar duurzame arbeidspreventie

Door de hervorming van de overheidsdiensten behoort de medische en technische inspectie tot de dienst Toezicht op het Welzijn op het Werk, een onderdeel van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Directeur-generaal Marc Heselmans weet waarover hij spreekt: hij heeft zelf 18 jaar terreinervaring als inspecteur, was medewerker van de ministers Luc Van den Brande en Miet Smet, en is nu tevens hoofddocent aan de KU Leuven.

Heselmans is niet verwonderd over de ACV-acties. Al jarenlang tracht hij met rationele berekeningen aan te tonen dat er bij de inspectiediensten dringend iets moet gebeuren. Hij hoopt dat daar door "het rumoer op de straat" eindelijk verandering in komt: "Het is iedere dag opnieuw een frustratie te moeten constateren dat er in het veld veel verwachtingen zijn over ons werk, waaraan we onmogelijk kunnen voldoen. Zelfs de best gemotiveerde medewerkers worden ontmoedigd, als ze telkens weer moeten uitleggen waarom een klacht te lang blijft liggen. Het beroep dat gedaan wordt op de inspectiediensten is groter dan wat we aankunnen. De overheid had bij de bevolking die verwachtingen niet mogen wekken en duidelijk moeten stellen wat er kan met de huidige mankracht."


Fysiek, sociaal, existentieel


De gevolgen van die frustratie zijn groot. Heselmans plaatst ze in een ruimer kader, dat onmiddellijk met de inspectie-opdrachten zelf te maken heeft. Kwaliteit van werk had tot nu toe vooral te maken met een fysieke dimensie (arbeidsongevallen en beroepsziekten). De jongste jaren kwam daar de sociale dimensie bij (pesten en ander ongewenst gedrag). Stilaan wordt daar nu een existentiële dimensie aan toegevoegd: "Hiermee wordt bedoeld dat het werk ook nog inhoud moet hebben. Onze taak staat in het teken van duurzame arbeidspreventie, dat wil zeggen zorgen dat het werk nu het arbeidspotentieel van de toekomst niet vernietigt. Dat gebeurt als iemand een ongeval heeft, maar ook als je mensen totaal demotiveert door hen geen perspectief meer te bieden. De bedrijfswereld moet daarvoor opletten, maar ook op de manier waarop de overheid duurzaam arbeidspotentieel creëert, valt heel wat aan te merken."


Verkeerde rekrutering

"Het beroep dat gedaan wordt op de inspectiediensten is veel groter dan wat we aankunnen."

Niet alleen de kwantiteit van de inspecteurs is problematisch, maar ook met de rekrutering van nieuwe medewerkers is de directeur-generaal niet zo gelukkig. Vroeger was er een nauwe coöperatie tussen wetenschappelijke instellingen en de overheid. Potentiële medewerkers werden ontdekt of eerst aan het werk gezet in projecten aan universiteiten. Via de begeleiding door de overheid, kon worden nagegaan of ze pasten binnen de cultuur en de opdracht van de inspectiediensten. Pas daarna ging men over tot contractuele aanwerving. Dat kan nu niet meer: "Niet alleen de kennis, maar ook de juiste attitude is belangrijk in deze sociale opdracht. Dat komt in de huidige rekrutering door Selor, met het klassieke verhaal van kandidatenoproep en examens, veel te weinig aan bod. Mensen persoonlijk aanspreken was nochtans voor deze functies zeer nuttig. De personen die wij zoeken, zijn hooggekwalificeerd en hun doel is niet blijvend voor de overheid te werken. Het vooruitzicht dat wij hun boden, trok hen wel aan: gedurende een drietal jaren kennismaken met topbedrijven en dan eventueel bij het beste daarvan zelf aan de slag gaan. Dat perspectief haalde hen meestal over de streep. Voor ons was dat eveneens interessant, want dan zouden we na een tiental jaar in alle grote bedrijven aanspreekpunten hebben, die op de hoogte zijn van hoe het moet. Door die persoonlijke aanpak hebben we, bijvoorbeeld, in 1994 met een geslaagde, jonge ploeg de inspecties scheikundige risico's gestart, waarbij ook het beleid op dat vlak aan hen werd toevertrouwd. Die medewerkers zijn nu zo geboeid door het feit dat ze invloed uitoefenen en effectief zaken kunnen veranderen, dat ze niet meer weggaan. Dat heeft mij ervan overtuigd dat als je binnen de overheid goed omschreven niches in de handen geeft van mensen die affiniteit hebben met de problematiek, je resultaten haalt. Jonge mensen willen verantwoordelijkheid dragen, initiatieven nemen en zich daarin ontplooien. Maar het hele overheidssysteem van rekruteren, selecteren en inhoud aan de job geven staat daar haaks op. Daaraan heeft ook Copernicus niets veranderd."

Heselmans besluit dat alle elementen met elkaar verbonden zijn en samen aangepakt moeten worden: duidelijk maken aan de burgers wat de dienst wel of niet kan en aan de overheid wat daarvoor aan mensen en middelen nodig is. "Dan kan je op de juiste wijze rekruteren en selecteren in functie van je doelstellingen. Aan toekomstige inspecteurs moet je iets aanbieden en dat dient niet noodzakelijk veel geld te zijn, maar vooral een job met kansen. Net afgestudeerde arbeidsgeneesheren, ingenieurs of maatschappelijk assistenten willen met wat ze geleerd hebben aan de slag en zich daardoor nuttig voelen."




150 inspecteurs voor 200.000 ondernemingen
De technische inspectie telt 37 technisch controleurs voor de controle van bouwwerven en 64 inspecteurs voor alle andere ondernemingen, met een gemiddelde leeftijd van 51 jaar. Van die medewerkers zullen er 27 tussen nu en een jaar 60 jaar of ouder zijn. Door de huidige hervormingen worden zij niet onmiddellijk vervangen en ontstaan er grote gaten in het kader. In de provincie Limburg zullen eind 2003 nog slechts twee van de zeven inspecteurs actief zijn.

De medische inspectie, verantwoordelijk voor de hygiëne en de gezondheid op het werk, moest in 2001 alle ondernemingen controleren met 28 geneesheren en 23 sociaal controleurs. Daarmee scoort België bij de laagste in Europa.

Directeur-generaal Marc Heselmans werkte voorstellen uit om het personeelskader op korte termijn uit te breiden met 40 à 50 mensen. Dat zou de inspectie in staat stellen om alle ondernemingen met een Comité voor Preventie en Bescherming op zijn minst én keer per jaar te bezoeken, en zelfs meer indien nodig.


3. De staatssecretaris: vermindering ongevallen is prioriteit

"Het aantal inspecteurs die de werkvloer controleren op onveilige situaties, moet verhoogd worden binnen de huidige budgettaire mogelijkheden én de inspecteurs die de dienst verlaten, worden vervangen." Dat is het antwoord van staatssecretaris van Arbeidsorganisatie en Welzijn op het Werk Kathleen Van Brempt (sp.a) naar aanleiding van de ACV-acties voor de versterking van de inspectiediensten. Niet alleen omwille van een mogelijke onderbemanning in de toekomst, neemt Van Brempt een aantal maatregelen: "Naast de vervanging van de inspecteurs en het verhogen van het aantal, zullen er op korte termijn vier Seveso-inspecteurs aangeworven worden. Zij controleren de bedrijven die onder de Seveso-richtlijn vallen, waaronder heel wat chemische bedrijven. Het is niet alleen belangrijk het aantal inspecteurs te vermeerderen, ook wordt er gewerkt aan een fusie tussen de medische en de technische inspectie. Die fusie moet leiden tot een inspectie die zichtbaar is
op de werkvloer."

Tegen eind 2003 belooft de staatssecretaris ook een plan met concrete voorstellen om de arbeidsongevallen drastisch te doen dalen. Over dit plan zal met de sociale partners worden overlegd. "Het verminderen van het aantal arbeidsongevallen is voor mij een prioriteit."

De inspectiediensten werden ook besproken op de Tewerkstellingsconferentie in oktober. De eindtekst zegt enkel kort en bondig dat de medische en technische inspecties versterkt worden. Een regeringsdocument heeft het over de bijkomende aanwerving van vijf geneesheren, twee ingenieurs, drie industrieel ingenieurs, twee licentiaten chemie en twee psychologen. Voor alle inspectiediensten samen wordt in 2004 een supplementaire uitgave gepland van 13,7 miljoen euro en 215 bijkomende aanwervingen, waarvan het grootste deel echter bestemd is voor de sociale inspectie.


4. Umicore: leidraad om het eigen systeem kritisch te bekijken

Als departementshoofd Personeel en Algemene Diensten van de Umicore-site in Hoboken is Geert Verstraeten niet alleen HR-verantwoordelijke, hij coördineert ook de veiligheid. "Na mijn ingenieurstudies behaalde ik een bijkomend veiligheidsdiploma niveau 1. Van 1983 tot 1990 was ik veiligheidschef in verschillende vestigingen van Umicore. Nadien ben ik de veiligheid blijven coördineren en ondertussen steeds meer doorgeschoven naar het sociale HR-aspect. De jongste drie jaar ben ik in Hoboken verantwoordelijk voor het personeel, superviseer ik de preventiedienst en ben ik ondervoorzitter van het Comité voor Preventie en Bescherming."

Zowat om de drie jaar krijgt het bedrijf een grondige veiligheidsaudit. De inspectie focust vooral op de zaken, waarop in de vorige doorlichting minder goed werd gescoord. Verstraeten: "De inspecteurs werken met een gedetailleerde vragenlijst, die we beschouwen als een geschikte leidraad om ons eigen beleidssysteem kritisch te evalueren. Die lijsten hebben een goede systematiek, zodat bedrijven die daar nog onvoldoende aan gewerkt hebben hun veiligheidsbeleid daarop kunnen uitbouwen. Bovendien stelt de inspectie eventueel nog bijkomende middelen ter beschikking. Zo hebben ze al de moeite gedaan om voor bepaalde installaties checklisten te maken, gebaseerd op literatuurstudie en op goede praktijken."


Het kaf van het koren scheiden

Treden de inspectiediensten dan minder repressief, maar veeleer preventief en helpend op? "Het repressieve lijkt me minder aan bod te komen, zodra de inspecteurs voelen dat het bedrijf vooruit wil", vindt Verstraeten. "Zij moeten hun pijlen vooral richten op de cowboys. Ik heb wel de indruk dat directeur-generaal Marc Heselmans en zijn ploeg inderdaad het kaf van het koren trachten te scheiden. Daar dient alleszins de nodige aandacht voor te zijn. De inspectie moet inzien dat het best is om bedrijven die ernstige inspanningen leveren om hun veiligheid (nog) te verbeteren, rustig te laten voortdoen. Wie daarentegen op de rand van de wetgeving opereert, kan dan korter worden opgevolgd. Soms lijkt het er echter op dat als je als bedrijf initiatieven neemt, de inspectie er dan vlugger staat. Wellicht omdat ze dan een organisatie hebben die naar hen wil luisteren en bereid is bepaalde technieken toe te passen. Zo leek het wel eens de verkeerde richting op te gaan: hoe meer inspanningen we leverden, hoe liever de inspectie bij ons langskwam en hoe hoger de lat werd gelegd. Dat kan natuurlijk niet. Wij willen ons constant verbeteren, maar dan niet voortdurend met de hete adem van de inspectie in onze nek. Zolang bedrijven bewijzen goed bezig te zijn, hun positieve intenties tonen en vooruitgang blijven boeken, is dat toch niet nodig?"


nr9
Hendrik De Schrijver
Geert Verstraeten (Umicore Hoboken): "De inspectie dient meer rekening te houden met het belang van het veiligheidsgedrag van de werknemer zelf en mag zich niet enkel richten op technische en organisatorische aspecten."
Geert Verstraeten (Umicore Hoboken)


Het juiste kader

Kan een lik-op-stukbeleid helpen, waarbij zoals in Nederland werkgevers die telkens opnieuw hervallen in overtredingen zelf de kosten moeten dragen van de herhaalde inspectiebezoeken? Verstraeten vindt dat bedrijven die voortdurend in de fout gaan en geen goede wil tonen, niet moeten worden gespaard. Maar hij heeft wel een ander verzoek: "Onze vestiging telt bijna 1400 personeelsleden, die werken in diverse ploegen op verschillende diensten aan uiteenlopende opdrachten. Dan is een ongeval vlug gebeurd. Wij zien dat allesbehalve graag gebeuren, want dat betekent altijd een klein hartinfarct voor heel de onderneming. Als zich dat voordoet in een bedrijf waar men constant de voeten veegt aan de veiligheid, dan vind ik dat daar inderdaad flink mag worden opgetreden. Maar als men constant in de weer is om de situatie te verbeteren en nog veiliger te werken, dan moet iedereen bereid zijn zo'n ongeluk in het juiste kader te plaatsen."


Drie pijlers

"Hoe meer inspanningen we leverden, hoe liever de inspectie bij ons langskwam en hoe hoger de lat werd gelegd."

Volgens Geert Verstraeten is veiligheid gebaseerd op drie pijlers: het technische aspect, het organisatorische en het gedrag. De jongste decennia heeft het bedrijfsleven veel geïnvesteerd in de technische en organisatorische veiligheid. De machines werden veiliger gemaakt en de werkorganisatie werd aangepast. Door op die twee pijlers betere resultaten te boeken, komt het relatief belang van de derde pijler meer bloot te liggen. Verstraeten maakt een vergelijking: "Begin 2003 gaf ik een infosessie aan al onze medewerkers en trok ik de parallel met de verkeersveiligheid. Er zijn nu degelijke wagens, goede wegen met veilige kruispunten en een uitgekiend verkeersreglement. Daarom spitsen de veiligheidsacties van de overheid zich toe op niet dronken achter het stuur zitten, de autogordel dragen, niet te gsm'en tijdens het rijden, niet te snel rijden, kortom, op het gedrag. Ook in bedrijven is nu het gedrag van het individu van toonaangevende aard. Ondanks de goede wil van de hiërarchie en de inspanningen van de leidinggevenden om veiliger te werken, blijft alles toch nog voor een groot deel beïnvloedbaar door het gedrag van de medewerkers. Wij sturen daar keihard op aan, maar blijven daarvan afhankelijk. En daarvoor zou de inspectie begrip moeten opbrengen. Ongevallen die, ondanks een volgehouden veiligheidsbeleid, spijtig genoeg nog gebeuren, dienen in die context geëvalueerd te worden."


Theoretisch en administratief

Verstraeten stipt ook aan dat de inspecteurs soms iets te ver van het echte bedrijfsleven af staan: "Zij komen naar ons met een boekentas vol kennis, goede wil en inzet, maar gaan op sommige momenten iets te theoretisch en te administratief te werk. Daardoor krijg ik bepaalde zaken niet meer verkocht aan mijn hiërarchische lijn. Dat zijn immers de mensen van de praktijk. Wij zijn dan verplicht maatregelen op te leggen, die weinig of geen toegevoegde waarde hebben, waarvan die operationele medewerkers vinden dat ze meer te maken hebben met het vullen van dossiers in plaats van echt bij te dragen tot een verhoging van de veiligheid op de werkvloer. Als we die regels dan in vraag stellen, blijft de inspectie soms het antwoord schuldig. Ondertussen blijft dat probleem op tafel liggen, niemand kent de juiste oplossing, maar er is wel veel kans dat je bij een volgende inspectie opnieuw daarop wordt aangesproken. Met die ervaring en inbreng vanuit de praktijk zou men nog meer rekening kunnen houden."

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen